Grondwet splijt Egypte

Egypte stemt morgen over een nieuwe grondwet. De kwestie heeft het land verdeeld. Wie heeft de democratie aan zijn zijde?

Kairo. Om te zien hoe belangrijk een grondwet is, volstaat het te kijken naar het lot van Alber Saber. Hij werd deze week veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens het beledigen van de religie. Saber (27) is een koptische christen, maar hij is in de eerste plaats een atheïst die op Facebook graag de draak stak met religie.

Aber werd vervolgd onder een gewone wet tegen godslastering. Onder Hosni Mubarak werd die wet wel vaker gebruikt om mensen het zwijgen op te leggen. Veelal werden zij later vrijgesproken, omdat ze konden aantonen dat het vonnis ongrondwettelijk was. In de oude grondwet stond immers niets over godslastering.

Als de Egyptenaren morgen en volgende zaterdag zoals verwacht de nieuwe grondwet goedkeuren, is dat niet meer mogelijk. In artikel 44 van die grondwet staat dat het beledigen van religieuze boodschappers en profeten verboden is. „Dan kunnen we meer zaken zoals die van Alber Saber verwachten”, zegt Diana Eltahawy van Amnesty International.

Bij protesten rond de Egyptische grondwet zijn inmiddels negen mensen gedood en honderden gewond geraakt. Maar vooral heeft de kwestie Egypte verdeeld in een pro- en anti-Morsi-kamp. De allianties zijn verschoven. De activisten die de revolutie aanvoerden tegen Mubarak, roepen nu om de val van president Mohammed Morsi. Ze worden gesteund door de ‘felool’, aanhangers van het Mubarak-regime, die vorig jaar tegen de revolutie waren uit angst dat een Moslimbroeder president zou worden. De Moslimbroeders, die zij aan zij vochten met de activisten tegen Mubarak, zijn nu de vijand geworden. Zij hebben de steun van de salafisten, radicale moslims, die vorig jaar aan de zijlijn bleven.

Dat alles heeft veel commentatoren in het westen doen besluiten dat het protest tegen president Morsi ondemocratisch is. Immers, Morsi is democratisch verkozen, de oppositie liep weg uit de grondwetgevende vergadering en de grondwet wordt toch voorgelegd aan een referendum?

Die analyse gaat aan een aantal aspecten voorbij. Een grondwet is doorgaans niet de neerslag van de laat-ste verkiezingen. De Amerikaanse grondwet is erop gebaseerd dat de minderheid moet worden beschermd tegen de meerderheid. Denkers als Alexis de Toqueville concludeerden in de 19de eeuw al dat een strikte toepassing van democratie neerkomt op de „tirannie van de meerderheid”.

En dat is wat er aan de hand is in Egypte. Toen president Morsi op 22 november een decreet uitvaardigde waarmee hij zichzelf boven de rechterlijke macht plaatste, was dat in de eerste plaats omdat hij vreesde dat opperrechters de grondwetgevende vergadering, waar de grondwet werd geschreven, zouden ontbinden.

Die vrees was wellicht niet ongegrond. Het schrijven van de grondwet ging gebukt onder juridische dreigementen en gekibbel. Morsi’s decreet gaf de grondwetgevende vergadering aanvankelijk twee maanden extra. Maar in plaats daarvan werd hij in twee dagen goedgekeurd, door een islamitische meerderheid. Toen honderdduizenden naar zijn paleis trokken, bleef Morsi doof voor hun verzuchtingen. In zijn enige toespraak zei hij dat de minderheid zich te schikken had naar de meerderheid. Dat is immers democratie.

Morsi zei ook dat de opgepakte betogers waren betaald door Mubarak-aanhangers. Volgens hem hadden ze bekend. Maar het eerste geweld bij het paleis kwam toen aanhangers van de Moslimbroeders een vreedzame sit-in daar kort en klein sloegen.

Dat de Moslimbroederschap ervoor koos de eigen leden de straat op te sturen – eerder dan politie of leger zoals dat een staat beaamt – heeft onrust gezaaid over haar toekomstige bedoelingen. „Ze hebben hun milities ingezet om te doen wat ze in het openbaar niet kunnen: de oppositie uitschakelen”, zegt Yeghia Negm, een oud-diplomaat die zeventien uur lang door de Moslimbroederschap werd vastgehouden en mishandeld.

Wat heeft schrijver Monique Samuel gestemd? Pagina 16&17