Grondwet geeft rechten en beteugelt ze

Egypte stemt morgen en 22 december over de nieuwe grondwet. De oppositie heeft tot een ‘nee’ opgeroepen. Experts zien veel problemen.

Om te zien hoe belangrijk een grondwet is volstaat het te kijken naar Alber Saber. Hij werd deze week veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens het beledigen van de religie. De 27-jarige Saber is een koptische christen maar hij is in de eerste plaats een atheïst die op Facebook graag de draak stak met religie in het algemeen.

Saber werd vervolgd onder een gewone wet tegen godslastering. Onder president Hosni Mubarak werd die wet wel vaker gebruikt om mensen het zwijgen op te leggen. Maar veelal werden die mensen later vrijgesproken in beroep omdat hun advocaten konden aantonen dat het vonnis ongrondwettelijk was. In de oude grondwet stond immers niets over godslastering.

Als de Egyptenaren morgen en volgende week zaterdag zoals verwacht de nieuwe grondwet goedkeuren zal dat niet meer mogelijk zijn. In artikel 44 van die grondwet staat immers dat het beledigen van religieuze boodschappers en profeten verboden is. „Als de grondwet in zijn huidige vorm wordt goedgekeurd, mogen we nog veel meer zaken verwachten zoals die van Alber Saber”, zegt Diana Eltahawy van Amnesty International.

Hoe erg is de nieuwe grondwet? Op het eerste gezicht valt hij nog wel mee. Er staat nergens dat meisjes vanaf acht jaar mogen uitgehuwelijkt worden, of dat overspelige vrouwen gestenigd mogen worden.

Dat de „principes van de shari’a”, het islamitisch recht, de basis zijn van de wetgeving, stond al in de grondwet van 1971. De nieuwe grondwet voegt daaraan toe dat deze principes de „algemene bewijzen, grondregels, jurisprudentie en betrouwbare bronnen omvatten die algemeen aanvaard zijn in de sunnitische doctrine en door de bredere gemeenschap”.

Al-Azhar, de hoogste religieuze autoriteit in de sunnitische islam, krijgt een adviserende rol. Dat een niet-gekozen religieuze instelling inspraak krijgt in de wetgeving is voor sommigen al zorgwekkend genoeg. Maar er zitten nog meer valstrikken in de grondwet.

Zo staan er heel mooie dingen in over de vrijheid van meningsuiting, individuele rechten en de gelijkheid van alle burgers voor de wet. Artikel 81 stelt dat geen enkele wet afbreuk kan doen aan die rechten.

Maar in datzelfde artikel 81 staat dat deze rechten in de praktijk niet in tegenspraak mogen zijn met de bepalingen van het hoofdstuk ‘Staat en samenleving’. En wat staat er in dat hoofdstuk?

Artikel 10: „De familie is de basis van de samenleving en is gebaseerd op religie, moraliteit en patriottisme. De staat streeft ernaar de ware aard van de Egyptische familie te behoeden, haar cohesie en stabiliteit, en om haar morele waarden te beschermen.”

Artikel 11: „De staat zal de ethiek, de openbare moraliteit en de openbare orde behoeden.”

„Dit zijn heel vage en brede bewoordingen die de staat de macht geven om tot in de huiskamer toe in te grijpen”, zegt Heba Morayef, onderzoekster bij Human Rights Watch. „De hele grondwet is erop gericht om de staat toe te laten alle mogelijke rechten te kunnen inperken door begrippen als moraliteit in te roepen.”

Morayef geeft een voorbeeld. „De vrijheid van vereniging is in de grondwet gegarandeerd. Maar stel dat ik een organisatie wil oprichten die zich bezig houdt met contraceptie, abortus of de discriminatie van christenen. Als de staat dat geen goed idee vindt, volstaat het dat hij naar artikel 10 en 11 verwijst om de aanvraag af te wijzen.”

De grondwet garandeert de persvrijheid, maar die wordt beteugeld door het artikel over godslastering, en door artikel 31 dat stelt dat het beledigen van „ongeacht welk menselijk wezen” verboden is. De aanklacht tegen Alber Saber ging ook over belediging van de president.

In het algemeen is de grondwet een compromis tussen de eisen van de radicaal-islamitische salafisten, die liever de shari’a als grondwet willen, en die van de fundamentalistische Moslimbroederschap, die een gematigder koers wil varen. Zo is het controversiële artikel waarin de gelijkheid tussen man en vrouw ondergeschikt maakte aan de shari’a geschrapt. In plaats daarvan stelt artikel 10 dat het de taak van de staat is om „de plichten van de vrouw inzake familie en werk met elkaar te verzoenen”.

Goed aan de grondwet is dat de scheiding der machten beter geregeld is, zegt grondwettelijk expert Al-Ali. „Onder Mubarak was het parlement tandeloos. Het nieuwe parlement heeft beduidend meer macht. Zo moeten nieuwe regeringen de goedkeuring hebben van het parlement. Wordt de voordracht van de president tweemaal afgekeurd, dan is het aan het parlement om een regering samen te stellen. Het parlement kan ook onderzoekscommissies instellen.”

Maar Al-Ali ziet ook veel problemen. „De meeste aandacht gaat uit naar de rechten”, zegt hij. „Daardoor is veel minder aandacht voor andere aspecten. Zo is de grondwet veel te lief voor het leger, en speelt de president een te grote rol bij het benoemen van de rechters en van de procureur-generaal.”

Dat laatste lijkt misschien een detail maar volgens Al-Ali toont het aan hoe deze grondwet in de eerste plaats een gemiste kans is.

„Onafhankelijke instituties zijn het middel bij uitstek om goed bestuur af te dwingen. En deze grondwet is juist bijzonder zwak op het vlak van goed bestuur en het bestrijden van corruptie”, zegt hij.

„Dat garandeert bijna dat er geen echte verandering komt in de manier waarop Egypte wordt bestuurd. Omdat men zich gebaseerd heeft op de grondwet van 1971 is het onmiddellijk een bittere politiek-religieuze strijd geworden om elk artikel. Ze hadden zich wat meer moeten bekommeren om de gemiddelde Egyptenaar. Als mensen hun dagelijks leven niet zien verbeteren dan maakt het niet veel uit wat de grondwet zegt over religie.”