Een echte heer wil een zakmes en een vestzakhorloge

Mannenbladen? Herenbladen! De kosmopoliet die zijn talen kent, heeft volop keuze. In het Duits lezen over fijne vulpennen, of in het Engels over leven met een wolf en veterschoenen.

Ze dragen een flat cap, zo’n pet van tweed die opa vroeger op had. Ze bezitten ingelegde aanstekers en liefst een vestzakhorloge in plaats van een exemplaar voor om je pols. De mannen – in geboortejaar variërend van 1928 tot 1977 – die worden geportretteerd in het Duitstalige blad The Heritage Post zijn geen mannen, maar heren. Een ‘Magazin für Herrenkultur’ is het blad, het behandelt onderwerpen als de comeback van de pommade en de suprematie van de vulpen.

En de herencultuur blijft niet voorbehouden aan Duitsland; vrijwel ieder land heeft tegenwoordig wel een tijdschrift voor mannen dat niet draait om blote meisjes of jongens, noch om glimmende Rolexen en snelle auto’s.

Drijft The Heritage Post nog erg op verlangen naar de tijd dat mannen nog heren waren, het Griekse Engelstalige blad Dapper Dan trekt de term herencultuur meer naar de huidige tijd: het heeft interviews met de radicale hoedenmaker Stephen Jones en de creatief directeuren van Valentino. Maar het bevat ook een feature over Oulipo, een beweging van Franse schrijvers en wiskundigen uit de jaren 60, die de literatuur wilde beperken met formules en regels, om creativiteit te stimuleren. Het enige verband met de rest van het modische blad is dat dit ook een groepje heren betrof. Toch stoort dat niet. Je wist niet dat je erover wilde lezen, tot je erover las. En voor de heer van stand heeft Dapper Dan een fotoreportage over de pijp, en weetjes over veterschoenen – er bestaan 37 geaccepteerde strikvariaties, dat u het even weet.

De heren in het Australische Smith Journal zijn geen dandy’s; hun heer-zijn zit van binnen. Er is een man die houten fluitjes maakt waarmee hij vogelgeluiden perfect kan nabootsen. En ene Mark Rowlands, een assistent-professor aan een filosofiefaculteit, leefde elf jaar lang alleen met een wolf, die hem deed beseffen „dat onze beschaving, het waanbeeld van onze trots, simpelweg een andere naam voor de wildernis is”.

Ook Nederland heeft herentijdschriften, die verder gaan dan het gladde formuleblad Esquire. Het bekendst is Fantastic Man, al vaker in deze krant genoemd, maar minstens zo fijn is het Engelstalige Code Magazine. Dat spreekt met een interessant stelletje heren, onder wie Jango Edwards, die in de jaren 80 de clownerie opnieuw uitvond. Hij wordt gefotografeerd met een double-breasted blazer en op dameshakken, en in een ouderwetse tweedjas met een witgeschilderde clownsmond. De clown heeft nog een wijze tip: „Lach ten minste een minuut per dag alsof er een lichtje uit je reet schijnt. Het verandert je leven.” Ook schrijft Code onder de kop Batman Returns over mannen die aan ‘wingsuit flying’ doen; een sport waarbij ze zich in slechts een pak met aangenaaide mouwen van hoge kliffen af storten.

Actualiteit bestaat niet in de Herrenkultur-bladen. Dat kan ook niet, de meeste verschijnen maar enkele keren per jaar. Maar ook het harde leven lijkt niet te bestaan; de heren zien schoonheid in hoge en lage cultuur, in ruwheid en soms in rommel. Ze lijken geen last te hebben van crises, of zelfs van verdriet. Daar lezen we deze tijdschriften ook niet voor: ze zijn er om weg te dromen; nu eens niet bij een tropisch eiland of een mooie vrouw, maar bij een chique zakmes met inscriptie.

    • Janna Laeven