De eeuwige wereldregering

De VN hadden voor de VS lange tijd een hoog rendement tegen een lage prijs, schrijft de Britse historicus Mark Mazower. Maar nu de macht van Amerika taant, gaat het niet meer goed met de VN. Kan de wereld zonder?

aatst hoorde ik ’s ochtends vroeg een Canadese dokter in een radioprogramma van de BBC. Hij wond zich geweldig op over producenten van nepmedicijnen die hun pillen dankzij het internet wereldwijd kunnen verkopen, zonder tussenkomst van de douane. Honderden mensen, onder wie kinderen, sterven elk jaar omdat ze anti-kanker behandelingen of bloedverdunners aanschaffen die vooral bestaan uit zetmeel en nagellakremover. „De enige manier om dit te stoppen”, zei de dokter, „is dat alle landen de handen ineen slaan. Dat gebeurt niet.” Hij had een organisatie opgericht om te zorgen dat dit misdrijf overal ter wereld even strafbaar wordt en dat er gezamenlijke opsporing komt.

Wie zoiets ’s ochtends bij het tandenpoetsen hoort, kan hier onmogelijk tegen zijn: als boeven profiteren van het feit dat er nauwelijks grenzen zijn, is het logisch dat de autoriteiten volgen. Ondanks die ijzersterke logica hebben in de hele geschiedenis van de mensheid de pogingen van internationale clubjes van gemotiveerde techneuten om hier iets aan te doen jammerlijk gefaald. In het ene land willen farmaceuten niet aan medicijnenprijzen sleutelen, een ander land weigert patentwetten aan te passen, enzovoort. De Canadese dokter heeft alle gelijk van de wereld – en daarom bestaan er al tientallen van dit soort ngo’s, die zijn opgezet omdat eerdere initiatieven via de VNnooit echt een dam hebben kunnen opwerpen tegen die lucratieve foppillendraaiers.

Als je het nieuwe boek van de Britse historicus Mark Mazower, Governing the World. The History of an Idea, flink inkookt, houd je als residu zo’n soort voorbeeld over. Mazowers relaas is een beschrijving van de golfbewegingen die het internationalisme in onze moderne geschiedenis heeft gekend. Zijn conclusie is dat internationale organisaties, wat hun terrein van expertise ook is, alleen werken zolang de machtige landen op de wereld wíllen dat ze werken. Zo niet, dan wordt het niets.

De Volkenbond, die na WOI op initiatief van de Amerikaanse president Woodrow Wilson werd opgericht, mislukte omdat Washington zijn handen er weer van aftrok. Maar de opvolger van de Volkenbond, de Verenigde Naties, werkte weer wél. Dat kwam, schrijft Mazower, doordat ‘de VN vooral een methode was om de oorlogscoalitie van grootmachten intact te laten’ – de coalitie van Amerikanen, Russen en Britten. Zij gebruikten de VN om vlak na Hiroshima de atoomproliferatie te remmen.

De Russen hebben de VN nooit verlaten, maar wel geprobeerd ze te negeren. Dat gaf de Amerikanen en Britten de kans om de organisatie in te zetten voor hun eigen politieke prioriteiten, zoals de strijd tegen het communisme en voor handelsliberalisatie. Tijdens de dekolonisatie hielpen westerse landen via de VN nieuwe staatshoofden met de goede geloofsbrieven in het zadel. Alle VN-organisaties of aan de VN gelieerde organisaties die tijdens de Koude Oorlog werden opgericht – Unesco, WHO, FAO, Wereldbank – mochten met een bak geld uit Washington de juiste boodschap uitdragen. ‘Het bestaan van de VN gaf de Amerikaanse buitenlandse politiek een alternatief kanaal,’ schrijft Mazower. De Amerikanen stuurden wetenschappers en technici op allerlei gebied naar deze organisaties, in het begin vooral ex-Volkenbondpersoneel dat wist hoe je de dingen overzee aanpakte. ‘Washington besloot wanneer ze multilateraal wilden werken of alleen, naar gelang de omstandigheden.’ Dat gaf ‘een hoog rendement voor een absurd lage prijs’.

Nu de westers/Amerikaanse hegemonie op haar laatste benen lijkt te lopen, gaat het ook niet goed meer met de VN. De ‘interventionisten’ in Washington die dachten dat ze Irak en Afghanistan mede via VN-organisaties een andere regering en maatschappij konden opleggen, zorgden nog even voor een opleving. Maar zij zijn ontgoocheld vertrokken, de VN zelf in diskrediet achterlatend. Er is een direct verband tussen het feit dat BRIC- en islamitische landen de VN intussen óók hebben leren gebruiken om hun agenda’s door te drijven, en het gegeven dat Washington achterloopt met de contributie. Maar officieel wordt het argument gebruikt dat de VN ‘niet transparant’ is en ‘belastinggeld verkwist’. Moderne burgers zouden geen ongekozen bureaucraten of technocraten meer accepteren.

De werkelijkheid is complexer. Lidstaten grijpen de crisis aan om VN-hulpprogramma’s te korten waar ze zelf niet van profiteren. Personeelskosten, vertelde een hoge VN’er laatst, zijn in vijf jaar met twintig procent getrimd. Geen haan die er naar kraait. Maar de ironie van deze tijd wil dat de Canadese dokter op de radio en internet volop sympathie en steun krijgt voor zijn medicijnenplan, terwijl andere dokters die bij de WHO in Genève aan precies hetzelfde werken, gekort worden omdat de wereld niet meer bestuurd wil worden door bureaucraten. Hetzelfde probleem doet zich voor in Europa waaraan Mazower, die de VN hard maar fair en goed geïnformeerd neerzet, maar een paar middelmatige bladzijden wijdt. De vraag is: wat wil de mensheid precies? Steeds het wiel uitvinden, is het meest waarschijnlijke antwoord.

Mazower, die lesgeeft aan de Columbia University, New York, heeft soms moeite de draad van zijn verhaal vast te houden. Wat meer redactie was de coherentie van zijn boek ten goede gekomen. Eén draad die hij echter uitstekend uitwerkt, is de voortdurende wens van de mens om dingen in internationaal verband te doen. Dat mislukt dan, snel of na een tijdje, vaak om politieke redenen. Waarna anderen later hetzelfde wiel proberen uit te vinden.

Brussel, dat wordt gehaat omdat het vol technici en ‘eurocraten’ zit, was honderd jaar geleden ook al ‘het hoofdkwartier van de internationalistische spirit’. Dankzij een onvermoeibare Belg die in 1907 de ‘Central Office of International Institutions’ oprichtte, Paul Otlet, zaten er toen wel vijftig internationale organisaties in de Belgische hoofdstad. Die verzamelden wetenschappelijke gegevens, wisselden ze uit, beheerden samen waterwegen, werkten aan uniforme meetsystemen en patenten (toen al!) en probeerden de openbare gezondheid te verbeteren: ‘De droom van elke technocraat,’ verzucht Mazower. Doel van deze ‘eurocraten’ avant la lettre was natuurlijk een wereldregering opzetten, met een wereldgrondwet. ‘Vrede stichten was te belangrijk om over te laten aan staatslieden alleen,’ vond Otlet. Maar WOI brak uit en het project, dat toch al in zijn voegen kraakte doordat regeringen hun eigen meetsystemen altijd beter vonden dan die van anderen, stortte ineen. Hoe kan de wereld verder zonder dat de VN vluchtelingen opvangen, kindjes inenten of blauwhelmen in failed states laten patrouilleren?

Inderdaad, je moet haar opnieuw uitvinden. En de ‘nieuwe technocraten’ zijn al volop bezig: grote ngo’s en liefdadigheidsorganisaties als de Gates Foundation die door filmsterren, zakenlui en andere schatrijke burgers worden opgezet en gedirigeerd. Mazower benadrukt terecht dat zij véél minder verantwoording aan de burger afleggen dan de VN. ‘De toekomst is, meer dan ooit, geprivatiseerd en afhankelijk van geld,’ schrijft hij. ‘Onze volksvertegenwoordigers staan almaar meer macht af aan experts en belanghebbenden die zichzelf mogen reguleren in naam van efficiënt global governance, terwijl het publiek vertwijfeld en verweesd toekijkt.’ Met openbaar belang heeft dit weinig te maken. Op een dag gaat dit fout, suggereert Mazower. En dan vinden we waarschijnlijk weer een VN uit, onder een andere naam natuurlijk.

Zo sterk als hij dit fenomeen neerzet, zo zwak behandelt hij Europa, dat andere internationale project dat deze jaren in diskrediet raakt. Het hoofdstukje bungelt erbij, alsof iemand hem erop wees dat hij het toch ergens aan de orde moest laten komen omdat het in zijn verhaal past. De EU lijdt immers, net als de VN, vooral aan het euvel dat lidstaten er allemaal iets anders mee willen. Als ze hun zin niet krijgen, protesteren ze of eisen ze ‘opt-outs’. Het publiek accepteert dat meteen, want het heeft successievelijke regeringen nooit een goed woord over die organisatie horen zeggen.

Eén vraag dringt zich bij lezing van dit boek op. De VN floreerden decennialang omdat één grootmacht er een handig vehikel in zag om zijn ideologie en kennis te verbreiden. Kan dit ook met Europa gebeuren? Nu de Britten afhaken en de Fransen politiek en economisch wegzakken, is er nog maar één machtig Europees land: Duitsland. De Duitsers, zei oud-parlementariër Karl Lamers laatst tegen deze krant, hebben geen keus: ze moeten führen, omdat niemand anders het doet. Kan dit leiden tot een revival van de EU, omdat de Duitsers op een dag ontdekken dat het beter is om dat via de EU te doen (zoals de Amerikanen met de VN) dan direct? Helaas beantwoordt Mazower die vraag, die hij het hele boek zelf opwekt, absoluut niet. Zijn Europa-hoofdstukje is één cliché over eurocraten en het democratisch tekort. Wat een gemiste kans in een verder ietwat chaotisch, maar intellectueel uitdagend boek.