De centrale bank doet steeds afhankelijker

Strikt onafhankelijk – zo zien we onze centrale banken graag. In Amerika is de Federal Reserve dat, al meer dan een eeuw. De Duitse centrale bank begon na de oorlog met een onafhankelijk mandaat. Gordon Brown, de voormalige Britse minister van Financiën, gaf de Bank of England in de jaren negentig onafhankelijkheid. En op het Europese vasteland werden centrale banken in de aanloop naar de muntunie verplicht van de regering losgemaakt. Hun nieuwe meester, de Europese Centrale Bank (ECB), is autonoom naar Duits model.

Onafhankelijkheid is cruciaal. Het voorkomt dat centrale banken als geldmachines worden ingezet voor het regeringsbeleid. Maar is het, na vier jaar kredietcrisis, allemaal wel wat het lijkt? De ECB heeft al recordleningen verstrekt aan de bancaire sector, steunaankopen verricht in staatsschuld van probleemlanden en heeft toegezegd dat laatste ongelimiteerd te doen als het nodig mocht zijn. De Britse centrale bank heeft een ongekend expansief monetair beleid gevoerd waarbij massaal schuldpapier van de eigen overheid is ingekocht. Zij zou straks, onder de nieuwe Canadese baas Mark Carney overwegen een dubbelmandaat in te voeren: streven naar prijsstabiliteit, maar nu aangevuld met doelen voor de groei van de reële economie.

De Federal Reserve heeft dat dubbelmandaat sinds jaar en dag. Zij koopt ook overheidsschuld op, en kwam woensdag met een spectaculair besluit: de aankopen van schuld worden verdubbeld tot ongeveer 1.000 miljard dollar per jaar, en het bijzondere monetaire beleid stopt pas als de inflatieverwachtingen boven 2,5 procent komen of, cruciaal, de werkloosheid van nu 7,7 procent daalt onder 6,5 procent.

Uitzonderlijke tijden vragen om uitzonderlijk beleid. Maar gedragen centrale banken zich op dit moment wezenlijk anders? Het opkopen van overheidsschuld komt dicht bij monetaire financiering, en overschrijdt die grens in het Angelsaksische gebied eigenlijk al. Het gedrag in het Verenigd Koninkrijk en de VS heeft denkelijk repercussies voor de wisselkoers die erdoor wordt gedrukt. Zo is het monetaire beleid daar, moedwillig of niet, een instrument voor concurrerende depreciaties van de eigen munt – het blijft opmerkelijk dat middenin de crisis van de euro, de dollar nog steeds 10 procent zwakker is dan in 1999.

Centrale bankiers vullen het gat op dat hun regeringen hebben laten vallen. Dat gold de afgelopen jaren zichtbaar in de eurozone, waar de politieke verlamming de ECB tot maatregelen aanzette die zij eigenlijk niet wilde. De wederzijdse wurggreep van Democraten en Republikeinen bepaalt indirect al jaren het monetaire beleid. In theorie zijn de centrale banken onafhankelijk. Maar wat als de politiek zich, in de woorden van Woody Allen, passief agressief gedraagt? Ook dat is politieke dwang.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.

    • Maarten Schinkel