Chocola helpt toch niet aan een Nobelprijs

De rubriek En daarna onderzoekt wat er is geworden van fenomenen die even (achterpagina-) nieuws waren. Vandaag: chocola en Nobelprijzen

Hadden de wetenschappers die afgelopen maandag de Nobelprijs níét kregen meer chocolade moeten eten? Dat had vast geholpen, ontdekte bloeddrukprofessor Franz Messerli uit New York, eerder dit jaar. Hij toonde glashard aan dat in landen waar mensen veel chocola eten ook veel Nobelprijzen vallen.

The New England Journal of Medicine, het beroemdste medisch-wetenschappelijke tijdschrift ter wereld heeft Messerli’s vondst in oktober gepubliceerd, kort voordat de Nobelprijzen van 2012 bekend werden. De Britse omroep BBC, internationale persbureaus en talrijke nieuwswebsites namen het gretig over.

Messerli zocht op hoeveel chocola mensen in 23 landen eten en combineerde dat met Nobelprijswinnaars per 10 miljoen inwoners in die landen. Nederland heeft twaalf winnaars per tien miljoen mensen. En Nederlanders eten 4,9 kilo chocola per jaar. Zwitsers eten ruim 12 kilo chocola en hebben dan ook ruim meer Nobelprijswinnaars: 33. Amerika is iets dommer dan Nederland: iets meer chocola levert per 10 miljoen Amerikanen net wat minder Nobelprijzen op. Zweden is het buitenbeentje: twee keer zoveel Nobelprijzen als de chocoladeconsumptie toestaat. Maar het is bekend dat het (Zweedse) Nobelprijscomité landgenoten voortrok.

Intussen hebben statistici gehakt gemaakt van dit chocoladeverhaal. Het was ook een grap, maar veel kranten en websites namen het serieus.

Het is slodderwetenschap. Bijvoorbeeld omdat Messerli alleen chocoladeconsumptiecijfers van na 2000 gebruikt, maar die combineert met álle Nobelprijzen die sinds 1901 zijn uitgereikt. Geen idee met hoeveel kilo chocola Jacob van ’t Hoff (Nobelprijs scheikunde 1901) of Heike Kamerlingh Onnes (Nobelprijs natuurkunde 1913) zich naar hun prijs hebben toegegeten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek weet pas sinds 1981 hoeveel chocola Nederlanders jaarlijks eten (3,1 kilo). Gezien de geleidelijke stijging naar 4,9 kilo in 2008 is de conclusie onontkoombaar dat er rond 1910 in Nederland géén chocola werd gegeten.

Bezwaar is ook dat Nobelprijswinnaars vaak wereldburgers zijn: geboren in het ene land, het werk voor de prijs in een ander land gedaan, en op het moment van het winnen (vaak decennia later) naar een derde land verhuisd. Het is dan volkomen onduidelijk waar de winnende chocola is genuttigd. De critici vogelden uit dat Messerli zo’n winnaar voor drie landen meetelde.

En dan nog: chocola is vooral goed voor de hersenen van oude mensen, schrijft Messerli zelf. Nobelprijswinnaars zijn weliswaar vaak heel erg oud, maar hebben het werk ervoor meestal al jong gedaan. Misschien hielp de chocola vooral om lang genoeg in leven te blijven om de prijs nog op te kunnen halen.

    • Wim Köhler