Bij voorkeur reststromen

In beginsel is het gebruik van gekapt hout voor energieopwekking duurzamer dan steenkool als brandstof. Dat komt doordat hout, vergeleken met steenkool, kort-cyclisch is. Bomen kunnen immers weer worden aangeplant, steenkool is niet ‘hernieuwbaar’. Maar er is discussie over de terugverdientijd van CO2 als bomen worden gekapt voor bio- energie, terwijl die bomen anders CO2 hadden vastgehouden. Deze carbon debt-discussie is zeer actueel. Er is geen consensus hoe die terugverdientijd te bepalen is en wat een acceptabele termijn is. Een aantal bedrijven uit de Nederlandse energiesector is samen met Stichting Natuur en Milieu en het Wereldnatuurfonds een onderzoek gestart om hier inzicht in te krijgen.

Non-profitorganisaties, de energiesector en de Nederlandse overheid hebben een norm opgesteld, NTA8080, met criteria voor het bepalen van de duurzaamheid van biomassa. Volgens deze norm kunnen houtpallets alleen het predicaat ‘duurzaam’ krijgen wanneer het leidt tot 70 procent reductie van de CO2 uitstoot ten opzichte van steenkool. De berekeningsmethode staat op de website van Agentschap NL. Deze methode houdt rekening met de CO2-uitstoot van de productie en het transport van biomassa.

Eneco hanteert deze norm voor haar eigen biomassa-centrale en heeft een Sustainability Charter on Biomass opgesteld. Daarin staat dat Eneco bij voorkeur reststromen gebruikt, bijvoorbeeld sloophout. Deze reststromen mogen geen andere, economisch aantrekkelijke, alternatieve verwerkingsroute meer hebben.

De NTA8080-norm is echter niet verplicht. Niet alle kolencentrales, die houtpallets gebruiken voor het bijstoken van biomassa, hanteren dan ook deze norm. Nu is in het regeerakkoord van VVD en PvdA opgenomen dat biomassa bijstoken in kolencentrales moet voldoen aan bepaalde duurzaamheidseisen. Een goede zaak.

Heeft u ook een vraag? Mail naar groen@nrc.nl of twitter @GroenNRC. Foto’s Thomas Bokeloh