Berlusconi mikt nu op de onvrede van veel Italiaanse kiezers

Berlusconi wil terug in de politiek. Maar kerk en werkgevers zijn hem zat. Velen verzuchten: laten we gewoon niet meer over die man praten.

Ineens is hij er weer: 76 jaar, met een nieuwe officiële vriendin van een halve eeuw jonger en een sterk uitgedunde schaar bewonderaars. Silvio Berlusconi. Zijn beoogde rentree in de politiek is niet af te doen als klucht. Daarvoor heeft de mediamagnaat, een van de rijkste mannen van Italië, te veel macht en te veel gevoel voor politieke marketing.

In de week nadat Berlusconi aankondigde dat hij zal proberen weer premier te worden, wisselden zowel in Italië en Europa ongeloof, verwarring en verbijstering elkaar af – applaus was er niet veel te horen. Zaterdagmiddag kondigde hij aan dat hij geen keus had: in eigen kring was er niemand gevonden die de dalende trend in de peilingen voor zijn partij kon keren, dus hij moest het zelf weer doen. Maandagavond belde hij zijn eigen tv-zender met een soort campagnemotto: „Wat kan ons die spread nou schelen?” Twee dagen later zei hij in een praatprogramma dat hij alsnog een stap terug zou doen als premier Monti kandidaat wil zijn voor een brede centrum-rechtse alliantie: alles om een zege van links te voorkomen.

Nadat hij zijn partij vorige week in een vertrouwensstemming tegen Monti heeft laten stemmen, „beschouwt hij Monti als een pion” op zijn politieke schaakbord, twitterde zijn voormalige bondgenoot Gianfranco Fini. Een andere centrumpoliticus, Pier Ferdinando Casini, die zich sterk maakt voor een nieuw kabinet-Monti, zei dat Berlusconi „duidelijk in verwarring is”. En de krant van de werkgevers, Il Sole 24 Ore, schreef in een commentaar: „Op het toneel staat een man die alleen en wanhopig is.”

Deze en andere reacties laten zien dat er veel is veranderd sinds Berlusconi in 2008 de verkiezingen won. Hij had jarenlang de expliciete of stilzwijgende steun van de werkgevers, de katholieke kerk en een groot deel van de centrumkiezers. Die is hij nu kwijt. Voor wie nog twijfelde hebben de details over ranzige feestjes en het brevet van onvermogen dat hij eind vorig jaar van de financiële markten kreeg, de doorslag gegeven.

Berlusconi weet dat. Hij moet zijn tactiek veranderen om een kans te maken. De ingrepen van het zakenkabinet gaan pijn doen: de werkloosheid stijgt, de belastingdruk ook, steeds meer bedrijven komen in de problemen, het aantal armen groeit. De komiek Beppe Grillo boekt succes met een anti-Europese, anti-elitecampagne, en Berlusconi ziet daar kansen. Hij heeft weliswaar de voorzitter van de EVP-fractie in het Europees Parlement gebeld om uit te leggen dat hij echt wel Europeaan is en dat opmerkingen als ‘Europa dreigt een Duits protectoraat te worden’ bedoeld zijn om stemmen te winnen. Maar Berlusconi speelt steeds openlijker in op een onderbuikgevoel: dat de bezuinigingen Italië zijn opgedrongen. Daarbij sluit hij handig aan bij de veel rationeler gevoerde discussie of en hoe sanering van de overheidsfinanciën en het creëren van nieuwe groeimogelijkheden te combineren zijn.

De linkse krant La Repubblica schrijft dat Berlusconi het land gevangen houdt in een surrealistisch debat over hemzelf. Het is opvallend dat ook een centrum-rechtse krant als de Corriere della Sera ervoor waarschuwt om Berlusconi niet toon en inhoud van het debat te laten bepalen, zoals in het verleden zo vaak is gebeurd. Laat de verkiezingen, waarschijnlijk eind februari, geen referendum worden voor of tegen Berlusconi, schrijft historicus Galli della Loggia. Italië heeft andere, grotere problemen. Centrum-rechts kan ook met andere monden spreken dan die van Berlusconi.

Commentator Pierluigi Battista constateert in een vergelijkbare analyse dat links verlamd lijkt. Het open en stevige debat dat zichtbaar is geworden in de voorverkiezingen voor een partijleider, is ineens stilgevallen. „Men begint weer opnieuw. Het enige argument waarover wordt gesproken, is Berlusconi. […] De enige taal die wordt gebruikt, is die van het anti-berlusconisme.” Negeren en je eigen agenda presenteren, is zijn advies, aan alle partijen.

En Monti? Toen Berlusconi’s partij op essentiële punten haar steun aan het kabinet introk, zorgde Monti ervoor dat die ook de zwarte piet kreeg. Dan maar, na de begroting te hebben goedgekeurd, met een demissionair kabinet naar de verkiezingen. De armslag van het kabinet is dan beperkt, maar het moest voor iedereen duidelijk zijn dat Berlusconi de aanstichter is van de nieuwe politieke onzekerheid.

Dat was een politieke zet. Monti houdt verder zijn kaarten tegen de borst. Hij zit in een moeilijk parket. Kiezers zeggen bij peilingen dat ze weer een ‘politiek’ kabinet willen. Een flink aantal zou graag zien dat Monti daarin meedeed. Maar de linkse Democratische Partij staat te trappelen om zelf te gaan regeren. Zij heeft het zakenkabinet-Monti gesteund. Eventuele steun voor een politiek kabinet-Monti is minder zeker. Zelden was de Italiaanse politiek zo gecompliceerd en onvoorspelbaar.