Alice Munro tovert met tijd

De fabelachtige verteltechniek is er weer in de nieuwe verhalen van Alice Munro. Dit is haar allerlaatste bundel, zegt ze. En dat is niet te hopen.

Dear life heet de bundel met tien fonkelnieuwe verhalen en vier onthullende autobiografische schetsen van de de 81-jarige Canadese sterauteur Alice Munro. Over de vertaling van de titel als Lief leven valt te twisten, wegens de dubbelzinnigheid ervan. Munro kan er immers niet van worden beticht dat haar personages lieve levens leiden. Over het algemeen zijn het keiharde mannen en krengen van vrouwen die zich proberen te ontworstelen aan de beklemmende moraal in het naoorlogse Canada, of preciezer: het platte land van North Ontario. Ook voelen haar gekwelde protagonisten geen bijzondere liefde voor het leven. Zoals in al haar veel geroemde verhalen slaan ze zich er ook in Lief leven met grote moeite doorheen, zonder te begrijpen waarom ze al die moeite doen.

Munro verklaarde bij de publicatie van haar vorige boek The View from Castle Rock (2007), dat deze geschiedenis van haar uit Schotland afkomstige familie haar laatste werk was. Ze was toen 75 en kon de energie niet meer opbrengen, zei ze, tot ontsteltenis van haar talrijke fans die haar, niet ten onrechte, vergelijken met Tsjechov en zelfs, hoewel ze maar één roman schreef, met Joyce en Proust. Dat ze nu als hoogbejaarde alsnog met verhalen komt die in kwaliteit niet onderdoen voor haar beste bundels en The View from Castle Rock zelfs overtreffen, komt dan ook als een welkome verrassing.

Weliswaar liet ze in een interview met The New Yorker opnieuw weten dat dit echt haar laatste boek is omdat ze te oud is, maar dit keer hoeven we haar niet meer te geloven. Haar personages zijn evenals zijzelf ouder geworden, sommige boven de tachtig zoals in de ontroerende liefdesgeschiedenis ‘Dolly’, maar ze barsten nog van de energie. Iedere zin die ze uitspreken, biedt aanknopingspunten voor nieuwe verhalen. Munro lijkt er nog honderden in haar hoofd te hebben.

Het geheim van Munro’s unieke schrijverschap is dat ze in een paar streken een complete romanplot met uitwaaierende verhaallijnen neerzet die vele decennia beslaat. In Lief leven beginnen de meeste verhalen kort voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog om tamelijk terloops, bijvoorbeeld door te verwijzen naar een e-mail, in het heden te belanden. De personages, over het algemeen vrouwen, maar ook een naar normaalheid snakkende man met een hazenlip en een dolende soldaat, worstelen met alledaagse problemen en verlangens die als algemeen menselijke problemen en verlangens te herkennen zijn.

In Munro’s verhalen wil iedereen in de eerste plaats bevrijd worden van zichzelf, het provincialisme en de kleinsteedse door religie beïnvloede geborneerdheid waar de naoorlogse welvaartsgroei aanvankelijk bitter weinig invloed op had. Ook Canada kende een ‘restauratie’. En toen de jaren zestig en zeventig eindelijk ook de meest achtergebleven gehuchten van North Ontario aanraakten, was de cultuurshock voor velen te groot om te verwerken.

Omzwervingen

Munro groeide op in deze streek, waar ze na vele omzwervingen terugkeerde en nu al weer jaren woont. Even beeldend als nauwgezet roept ze op wat verloren ging tijdens de grote maatschappelijke veranderingen waarvan haar personages getuige zijn. Die veranderingen hebben zich diep in hun psyche genesteld zonder dat ze zich daar altijd van bewust zijn.

Voor een enkeling zijn de lossere omgangsvormen, de tanende macht van kerk, vaders en echtgenoten, een bevrijding, maar helemaal vrij voelt niemand zich. Zelfs de economisch onafhankelijke, mank lopende Corrie, die midden jaren vijftig een relatie met een getrouwde architect aanknoopt, zwicht voor de maatschappelijke conventies.

‘Corrie’ behoort tot mijn lievelingsverhalen, omdat het in al zijn eenvoud een veelvoud aan intriges bevat. Alle personages, van de excentrieke vader van Corrie, de overspelige architect en zijn vrouw tot het dienstmeisje Lillian Wolfe worden in trefzekere typeringen zo overtuigend neergezet dat het lijkt alsof je hen al vele romanhoofdstukken volgt. Hoe ontluisterend dat de sprankelende, originele Corrie, net iets eerder dan de lezer, ontdekt dat zij op een wrede manier bedrogen wordt. Ze komt erachter dat zij evenals de meeste gehandicapten (en eigenlijk iedereen) voor aandacht, liefde en seks een prijs moet betalen.

De fabelachtige verteltechniek van Munro bestaat er uit dat je eigenlijk nooit weet wie de hoofdpersoon van de verhalen is. In ‘Trein’ lijkt alles te draaien om de jonge soldaat Jackson die in augustus 1945 uit de oorlog in Europa in Canada terugkomt. Hij gaat niet naar huis, maar blijft hangen bij de zestien jaar oudere Belle op een vervallen boerderijtje aan een spoorlijn. Belles vader heeft zich op die spoorlijn onder de trein geworpen. Uiteindelijk blijkt noch Jackson, noch Belle het ‘main character’ te zijn en ook niet de suïcidale vader ,van wie Belle denkt dat hij zich schaamde voor zijn incestueuze gevoelens jegens haar. Hoofdpersoon is wellicht Jacksons eerste liefde Ileane die hij na een mislukte vrijage laat zitten.

Seks is een immens taboe in vrijwel alle verhalen in deze bundel. In de huisgezinnen waar Munro over schrijft wordt er niet over gesproken, al wordt er wel aan gedaan, getuige de geluiden die er uit sommige echtelijke slaapkamers komen. De meeste manlijke personages gaan seks uit de weg uit schaamte of verlaten hun prooi vrij snel na de daad.

Het sterkst komt de manlijke bindingsangst in deze bundel naar voren in het wonderschone verhaal ‘Amundsen’, waarin een excentrieke, al wat oudere arts een verlegen jonge lerares ontmaagdt om haar vlak voor de huwelijksplechtigheid de bons te geven. Of is die bindingsangst schijn en wil hij zijn lusten botvieren op het dweperige schoolmeisje Mary?

Duidelijk is dat de naar het leven getekende figuren die zich in Munro’s altijd onvoorspelbare verhalen tot elkaar veroordeeld voelen, overlopen van schuldgevoelens en angst om te worden gestraft voor overmoed. Het duurt een mensenleven om daar overheen te komen. Het is de bijzondere kracht van Munro, die als geen ander tovert met tijd, dat ze die levens zo volledig in kort bestek volledig in beeld brengt.

Grote verrassing van Lief leven is de toegift onder de titel ‘FINALE’, vier verhalen die volgens de schrijfster geen verhalen genoemd mogen worden omdat ze autobiografisch zijn. ‘Ik geloof dat dit de eerste en de laatste – en de persoonlijkste – dingen zijn die ik over mijn eigen leven te zeggen heb’, schrijft ze ter inleiding.

Oerversies

Het blijken de bouwstenen te zijn van haar schrijverschap, herinneringen en obsessies die ze al in vele variaties in haar verhalen heeft verwerkt en waarvan we hier de oerversies krijgen: de afranselingen door haar vader ‘waarbij ik wel dood had willen gaan van schaamte en ellende’, de dwingelandij van haar gekwelde moeder, maar vooral de angst voor haar eigen wanen.

In het huiveringwekkende ‘Nacht’ vertelt ze hoe de dwanggedachte dat ze haar jongere zusje in haar slaap moest wurgen zich in haar puberbrein vastzette. ‘En ik zou het niet om een reden doen die ik of een ander zou kunnen begrijpen, maar alleen omdat ik me er niet tegen had kunnen verzetten.’

Angst voor willoosheid, willekeur en waanzin, vormt de kern van Munro’s verhalen. Ook in het titelverhaal, tevens het sluitstuk van de bundel, steekt die angst in vele gedaantes de kop op. We denken dat we onszelf onder controle hebben, maar doen voortdurend onvergeeflijke dingen. De drama’s die daaruit voortvloeien vormen de stof voor Munro’s onovertroffen short stories waarvan er hopelijk nog meer zullen volgen.