Opinie

    • Jan Kuitenbrouwer

Twintig jaar ploegen

Daar lag hij, op z’n rug, sleutelend aan een wastafelafvoer. Naast hem een gereedschapskist en iets wat eruitzag als een kleine zwarte accu met een handvat. Het ding begon te piepen, met een hand wrikte hij de hoorn los, nog steeds liggend, en nam aan. „Martin!” In 1990 was het, misschien ’91.

Op een dag had hij zijn zoon bij zich, een schriele, schuwe jongen die ook het loodgietersvak inging. Martin was geen onverdienstelijk contortionist, hoort bij het vak, maar de kleine Niels kwam écht overal bij.

Veel zagen we ze niet meer in de jaren daarop, maar onlangs begon de cv-ketel het op te geven. Net nu het ging vriezen! Tientallen, zo niet honderden keren had ik tijdens die verbouwing dat 06-nummer gedraaid, dus ik kende het nog en probeerde het. Kroese & Zoon, nog steeds voor al uw installatiewerk.

Veel dingen kan ik niet bedenken die nog net zo zijn als in 1990. Twintig jaar. Internet bestond nog nauwelijks. Een mobiele telefoon woog twee kilo. Zorggroep Klysmotron heette Ziekenfonds. Twintig jaar. Van het St. Jozef College naar educatiecluster Amarantis. Van Eigen Haard naar Vestia. Van effecten naar derivaten. Van ‘zorg’ naar ‘zelfredzaamheid’. Van Sir Patrick Moore naar Diederik Stapel. Van ‘Hallo meneer, hij was echt uit hoor!’ tot Richard Nieuwenhuizen.

Je bouwt een huis en tussen de tien en twaalf jaar later gaan alle apparaten stuk. Planned obsolescence heet dat. Voor maatschappelijke innovaties geldt net zoiets, lijkt het wel, al is de termijn eerder iets van twintig jaar. Het is zover. Bederf, oplichting, verraad, overal slaat de schimmel door de muren.

Nu vernemen we er nog over van de media, maar het is de vraag of dat zo blijft. ‘Red de journalistiek!’ was de naam van een discussiebijeenkomst, vorige week in De Balie. Pardon, een ‘scrumsessie’ – wat vooral betekende dat je erbij moest staan, geloof ik. (In 1990 was zitten nog cool, maar dit terzijde.)

Wacht even, de journalistiek, het mooiste vak ter wereld, moet gered worden? Twintig jaar geleden ging het nog zo goed. Stijgende oplagen, een tweede Journaal, een derde tv-net. Maar het ‘verdienmodel’ van de journalistiek ligt in duigen. Er zijn geen advertenties meer en dus ook geen achterkanten meer om vol te schrijven. Verkopers zullen altijd op zoek blijven naar menigten, maar als de advertentieachterkanten en de journalisten elkaar niet kunnen vinden, om rug aan rug de winnende combi te vormen, wie neemt dan nog een journalist in dienst?

Mooie boel. Wij zijn omringd door graaiers, oplichters, charlatans en scharrelaars, en straks hebben ze ook van de pers niets meer te duchten. Te beginnen in de regio. In Altijd Wat zat afgelopen dinsdag een huiveringwekkend bericht over het verdwijnen van regionale nieuwsmedia. Er zijn haast geen kranten meer die de lokale politiek volgen. De vierde macht is weggevallen. (Zou dat soms de reden zijn voor al die relletjes met burgemeesters en wethouders?)

We hebben de hele samenleving omgeploegd. In twintig jaar tijd. Niets is meer zoals het in 1990 was.

Vader en zoon Kroese ook niet, trouwens. Het was even schrikken, toen ik opendeed. Niels had later nog een groeispurt gemaakt en torende haast twee kopen boven zijn vader uit. Ze liepen naar zolder, bekeken de zaak, vroegen om koffie met suiker en melk, deden een duidelijk voorstel en vertrokken weer.

Mijn vrouw en ik keken elkaar aan: dit ging goed komen. Intussen was er een weldadige kalmte in ons neergedaald. Een vader en een zoon, samen in de zaak – er gaat iets heel geruststellends van uit.

Jan Kuitenbrouwer is journalist, schrijver en directeur van de Taalkliniek.

    • Jan Kuitenbrouwer