Subtoppers op zoek naar 5 ton

Wie steekt er geld in een commerciële tennisploeg? Een echte band met het publiek ontbreekt. „Het zijn onze beste spelers, anderen hebben we niet.”

Tennissers in de marge hebben het niet breed. Neem Thiemo de Bakker. Het Nederlandse voormalige supertalent maakte de afgelopen twee jaar een forse terugval mee, maar knokte zich de afgelopen maanden terug en heeft intussen de top-100 weer in zicht. Een gebrek aan inkomsten loopt als een rode draad door zijn carrière. „Simpel gezegd: als je Challenger-toernooien speelt zoals ik nu, dan verdien je gewoon bijna niets”, zei hij gisteravond na zijn opgave op de KNLTB Tennis Masters in Rotterdam wegens een rugblessure. Fysiotherapie? „Die kan ik nog net zelf betalen.”

Maar een meereizende trainer is al te veel gevraagd. Die heeft De Bakker dus ook niet. Om deze belemmeringen in de ontwikkeling weg te nemen, bedacht voormalig bondscoach van de nationale tennisjeugd Hugo Ekker het concept ‘Team NL’. Daarin zouden zes van de beste Nederlandse spelers de krachten bundelen en kosten delen voor meereizende trainers en fysiotherapeuten. Ekker begrootte de kosten voor optimale begeleiding op 500.000 euro per jaar. ‘Team NL’ zoekt nog wel een financier.

Dus: wie stopt er even een half miljoen per jaar in de huidige Nederlandse tennisgeneratie? „Ik denk dat het mogelijk is”, zei De Bakker gisteravond na zijn opgave in de partij tegen Antal van der Duim. „Het is een goed plan. Alleen: het is nog maar een plan.” Vorige week presenteerde Ekker – buiten de bond om – zijn opzet voor een commerciële ploeg in De Telegraaf. Naast De Bakker hebben Robin Haase, Igor Sijsling, Kiki Bertens, Arantxa Rus en Richèl Hogekamp interesse. Omdat ze veel toernooien samen doen, lijkt een samenwerkingsverband hen logisch.

Volgens Ekker heeft het sponsoren in teamverband grote voordelen. „Bedrijven vinden individuele spelers te riskant, maar als je een team van zes hebt weet je in ieder geval dat je gegarandeerd met een paar spelers exposure hebt.” Het is volgens Ekker niet de bedoeling dat salarissen betaald worden uit de pot. „Het gaat om de kosten die bij het reizen komen. Ik wil de mentale stressfactor geld wegnemen. Dit jaar hebben we Igor Sijsling zijn arm op de rug moeten draaien om hem naar Amerika te sturen en daar toernooien te laten spelen. Dat pakte heel goed uit. Maar hij was eigenlijk van plan om in Duitsland competitie te spelen, om zijn begroting op orde te krijgen.”

Stuk voor stuk haalden de Nederlandse toptennissers dit jaar persoonlijke triomfen. „Qua timing klopt dit plan, want ze spelen volgend seizoen bijna allemaal op de grote toernooien”, zegt Ekker. Haase haalde voor zijn teleurstellende najaar de beste klassering ooit (nummer 33 op de wereldranglijst) en verdedigde met succes zijn ATP-titel in Kitzbuhel. Sijsling drong voor het eerst in zijn carrière de top-100 binnen. Bertens was de eerste Nederlandse vrouw sinds Michaëlla Krajicek in 2006 jaar die een WTA-toernooi won en Rus bereikte op Roland Garros de achtste finale. Hogenkamp versloeg bij haar debuut op een WTA-toernooi de als eerste geplaatste Julia Görges en staat nu in de top-200.

Tot zover het goede nieuws. De vraag is of de spelers, los van de economische tegenspoed, überhaupt aantrekkelijk zijn voor sponsors? „Tennisvolgers kennen ze, maar iemand die niet zo veel met tennis heeft zou ze ook níet kunnen kennen. Je kan de bekendheid vergroten door iedere week met je kop bij Ik Hou van Holland te zitten”, zegt oud-profspeler Raemon Sluiter, toernooidirecteur van de KNLTB Masters. „Maar de beste manier is om net een stapje verder te komen in toernooien. Als je de tweede week van grandslams gaat spelen trek je enorm veel aandacht. Zie Martin Verkerk, die het hele land op zijn kop zette toen hij in 2003 de finale van Roland Garros haalde.”

Maar Sluiter en Verkerk hadden nog iets wat deze generatie ontbeert – een echte band met het publiek. Haase is als kopman van het Davis Cup-team boegbeeld van het Nederlandse tennis, maar op het ATP-toernooi van Rotterdam in februari dit jaar daalde tijdens de verloren partij tegen Nikolaj Davydenko de hoon van het publiek neer over de vloekende Hagenaar. En er kon nog geen lachje bij hem vanaf toen Haase in april op zijn verjaardag tijdens het Davis Cup-duel met Finland werd toegezongen. Sijsling en De Bakker maken op de baan nog vaak een wat bleue indruk en Arantxa Rus heeft de bijnaam ‘ijskonijn’ niet voor niets: stoïcijns en afstandelijk.

Sluiter erkent dat de populariteit van de spelers niet is zoals in ‘zijn’ tijd. „Maar dat heeft ook weer te maken met prestaties. Als je Haase in de eerste ronde ziet verliezen in Rosmalen, denk je: hé, wat een chagrijnig hoofd. Ik haalde die finales in Nederland wel. Als hij hier op toernooien ook gaat presteren weet ik zeker dat hij het publiek helemaal achter zich krijgt.” Ekker haalt zijn schouders op over het vermeende imagoprobleem van de topspelers. „Het zijn de beste spelers uit Nederland. Anderen hebben we niet.”

    • Bart Hinke