Onze trainers te laag opgeleid, vindt Leen

Geen enkele medaille bij de wereldbeker junioren voor de jongens uit schaatsnatie Nederland. Oud-succescoach Leen Pfrommer waarschuwt.

Leen Pfrommer. Foto Anefo

Knap hoe toptalent Antoinette de Jong vorig weekeinde twee keer goud won bij de wereldbeker voor junioren in Inzell. Maar bij de jongens? Winst voor China (de pas 16-jarige Fan Yang), Rusland en twee keer Zuid-Korea. Medailles voor Noorwegen, Zweden, Japan en Italië. En geen enkele podiumplaats voor schaatsnatie Nederland. „Ik begrijp er niets van”, zegt Leen Pfrommer (77), die in de jaren 60 en 70 successen boekte met Ard Schenk en Kees Verkerk en in de jaren 90 als coach van Jong Oranje veel wereldkampioen afleverde. „Dit zou niet moeten kunnen.”

Waarom was het vroeger beter?

„Dat wil ik niet zeggen, maar het was anders. De junioren woonden thuis, gingen naar school en trainden in hun gewest. Ik liet de trainers daar in hun waarde en trainde één week per maand centraal. Na mij hebben Jan de Kok en Jan van Veen dat ook gedaan. Maar tegenwoordig worden de beste junioren door de bond al jong naar Heerenveen gehaald. Daar zitten ze totaal intern. Of dat beter is?”

Optimale topsportbegeleiding, zou je zeggen.

„Ik kan niet beoordelen of Erik Bouwman [coach van Jong Oranje] een goede of slechte trainer is. Wel zie ik dat er iets schort aan het totale opleidingsniveau van de Nederlandse schaatstrainers. Gerard Kemkers, Jac Orie en Jan van Veen hebben allemaal een hogere studie gedaan. Maar daarnaast zie je veel trainers die te laag zijn opgeleid. Oud-schaatsers doen een cursus van een paar maanden en mogen een topploeg trainen, zoals Marianne Timmer bij Liga. Ik ben bang dat zoiets uiteindelijk tot negatieve resultaten leidt.”

Ook bij de jeugd?

„Juist bij de jeugd luistert de begeleiding nauw. Naast conditie en techniek is het mentale aspect heel belangrijk. Jongeren van 16, 17 jaar hebben in Nederland een vrij beschermd en luxueus leven. Plotseling verwacht men dat je een topper wordt. Dan verandert er nogal wat. Met lieve woordjes kom je niet ver, dat vereist hardheid.”

Schort het daaraan?

„Het is niet makkelijk tegenwoordig. In Nederland gaan de toppers lang door. De kans om je er als junior tussen te rijden is klein. Dat is een rem op de jeugd. Daarom is het ook zo belangrijk om iets naast het schaatsen te blijven doen. Je neemt veel stress weg met een plan-B, bijvoorbeeld een studie.”

Of zijn de buitenlanders beter?

„Ik vind het mooi om te zien dat de Noren weer wat terugkomen. Succes is altijd een golfbeweging.”