Onvruchtbaarheid door groeiremmers

Duizenden meisjes kregen in Nederland groeiremmende hormonen. Nu hebben ze problemen met zwanger worden.

Redacteur Wetenschap

Amsterdam. Behandeling van kinderen met hoge doses geslachtshormonen om te voorkomen dat ze te lang worden zou alleen nog „in heel uitzonderlijke gevallen mogen gebeuren”, zegt kinderarts-endocrinoloog Emile Hendriks, die vandaag in Rotterdam promoveert. Uit zijn onderzoek blijkt dat een dergelijke behandeling ruim twintig later nog zichtbaar is in een verstoorde hormoonbalans van het lichaam, met als gevolg een verminderde vruchtbaarheid bij vrouwen. De groeiremkuur uit hun jeugd blijkt hun eicelvoorraad soms versneld te hebben uitgeput.

Hendriks onderzocht vrouwen en mannen die in de jaren tachtig de academische ziekenhuizen van Rotterdam en Groningen bezochten vanwege hun lange lengte als kind. Sommigen daarvan kregen daarop inderdaad een hormoonbehandeling, anderen hadden daarvan afgezien vanwege de nog acceptabele voorspelde eindlengte of verwachte bijwerkingen. Zo kon Hendriks goed vergelijken tussen behandeld en onbehandeld.

De hormonen (oestrogenen voor meisjes, testosteron-achtige stoffen voor jongens) zorgden voor een vervroegde puberteit, waardoor de groeischijven in de botten eerder sloten en de lengtegroei stopte.

De hormoonbehandeling leek veilig, maar nu blijkt dat deze op de lange termijn toch ongewenste effecten heeft. In de behandelde groep bleek slechts 56 procent van de vrouwen met een kinderwens er in te zijn geslaagd om binnen een jaar zwanger te raken, ten opzichte van 79 procent in de niet-behandelde groep. Het effect op de vruchtbaarheid bleek afhankelijk van de dosis geslachtshormonen die de vrouwen hadden gekregen.

Hendriks ontdekte daarnaast dat er bij de behandelde groep veel vaker sprake was van een beginnende veroudering van de eierstokken (16 procent) ten opzichte van het gemiddelde voor de algemene bevolking (1 procent). Bij de niet-behandelde lange vrouwen zag Hendriks ook een verhoogde eierstokveroudering. „Mogelijk is dat een biologische eigenschap van lange vrouwen en is de extra blootstelling aan geslachtshormonen de druppel die de emmer doet overlopen.”

Bij mannen die als kind wekelijks testosteroninjecties kregen, zag Hendriks geen effect op de vruchtbaarheid. Maar wel hadden zij nu als dertigers opmerkelijk lage testosteronconcentraties in hun bloed. „Het is normaal dat de testosteronspiegel daalt naarmate mannen ouder worden, maar als die te laag wordt hebben ze meer kans op broze botten en hart- en vaataandoeningen. Het is dus ook voor deze mannen verstandig een vinger aan de pols te houden.”

Hendriks schat dat er sinds de jaren vijftig, toen artsen met dit soort behandelingen begonnen, in Nederland zo’n 7500 vrouwen groeiremmende hormonen hebben gekregen. Ongeveer de helft daarvan is nu tussen de 20 en 35 jaar en voor hen zijn de resultaten van het onderzoek heel relevant. „Het is een moeilijk advies”, zegt Hendriks, „maar ik zou hen wel aanraden hun kinderwens niet onnodig uit te stellen. Veel vrouwen geven hun carrière tegenwoordig voorrang boven het beginnen van een gezin. Voor elke vrouw geldt dat het verstandig is niet te lang met kinderen te wachten, maar deze groep zou dat nog eens extra moeten overwegen.”

    • Sander Voormolen