Ongenode gasten

Een Londense visboer is hard op weg om de kersthit van het jaar te scoren. „Come on ladies, one pound fish”, zingt Muhammad Shahid Nazir, in z’n sjofele leren jackje bij z’n marktkraampje. Al gauw ging het van YouTube-curiosum naar platencontract en nu bestijgt een gelikte en gestylde versie van zijn song de hitparade.

Het lijkt een variant op het plot van Love Actually, of de Nederlandse remake Alles is Liefde. Verlopen randfiguur groeit in de decembermaand uit tot nationale held. Ook in Nederland doet een groep mensen zijn best die fictie in werkelijkheid om te zetten. Maatschappelijk werker Peter van Drunen zag Love Actually en kreeg een plannetje. Toevallig waren zijn onderburen muzikanten, Anouk en Ronald Kool, van de ‘Ik Hou van Holland’-band. Ze organiseerden audities onder (voormalig) dak- en thuislozen en formeerden een groepje van acht uit Rotterdam en Den Haag. Hun band, One Gift, moet met het nummer Uninvited binnen twee weken bovenaan staan. Op kersthit2012.nl is het in allerlei versies te horen.

Zelfs live in radioprogramma’s klinkt het niet slecht, en het is moeilijk om dit project niet sympathiek te vinden. De opbrengst gaat naar de stichting KiKa.

Toch blijf ik het een curieus verschijnsel vinden, al die goedgeefsheid in december. Eens per jaar staat de sloeber in het zonnetje. Eens per jaar blijkt de zwerver een genie. Authentiek. Zoals de Haagse fotograaf/zwerver Gerard Fieret, die wereldberoemd werd om z’n amateuristische kiekjes met zelfgeknutselde camera’s en ontwikkeld in emmers slechte chemicaliën. Het archetypische sprookje: de verschoppeling is diep in z’n hart een superster.

Inmiddels hebben zich wat BN’ers aangesloten bij het project, zoals Willibrord Frequin, Martin Waardenburg en Kim Holland. Bien étonnés.

Laatst zag ik een goedgeklede meneer van rond de vijftig enthousiast vingerknippend naast onze Haagse stadszwerver staan, die voor de Bijenkorf een inderdaad indrukwekkend rockimprovisatie op z’n elektrische gitaar weggaf. Het gezicht van die meneer, de zelfgenoegzaamheid waarmee hij de straatmuzikant een vijfje toestak, dat had hetzelfde aureool van tevreden goedgeefsheid dat ik ook op de gezichten van die BN’ers zie. Liefdadigheid in glitterjasjes. Liefdadigheid die hengelt naar schouderklopjes.

In december snak ik naar stoïcijnen als Cicero en Marcus Aurelius, die beargumenteerden dat je geen beloning moet nastreven met je goede daden. De deugd heeft immers zichzelf tot loon.

Al die halfbakken BN’ers die zich nu opwerpen als weldoener zijn eerder de erfgenamen van Charles Dickens. Die betaalde eens een arme stakker om aan zijn raam te komen koukleumen, terwijl hij binnen met vrienden aan de kerstdis zat. Die konden zich zo beter realiseren hoe goed ze het hadden, en intenser genieten, oog in oog met de ongenode gast.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.

    • Christiaan Weijts