NS-tafeltjes

Verstandig van Bert Meerstadt, president-directeur van de Nederlandse Spoorwegen, om grote interviews aan NRC Handelsblad en Buitenhof te geven kort vóór de publicatie van een vernietigend rapport over de treinbotsing in Amsterdam in april (een dode, 190 gewonden). Dat scheelde een paar lastige vragen over de veiligheid op het spoor.

Volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid vielen er onnodig veel gewonden doordat de NS zich aan zijn wettelijke zorgplicht onttrok. Inmiddels zijn NS en ProRail onder verscherpt toezicht geplaatst. Ondanks allerlei waarschuwingen rijden volgens de Inspectie Leefomgeving en Transport nog te vaak – 150 keer per jaar – treinen door rood.

Als interviewer zou ik Meerstadt graag hebben doorgezaagd over die mevrouw die het ongeval in Amsterdam niet overleefde. Ze zat in het eerste rijtuig van de intercity en raakte dodelijk gewond door een klap tegen een dun tafelblad. „Een dun blad kan ook bij een kleine afstand van de passagier tot het tafeltje leiden tot aanzienlijk letsel”, aldus de rapportage van de Inspectie. Veel andere reizigers liepen onnodige verwondingen op door scherpe randen van stoelen. Volgens de onderzoekers had de NS meer rekening moeten houden met de ‘botsveiligheid’.

Als dat volstrekt overbodige tafeltje er niet was geweest, had die vrouw nog geleefd. Ze hadden haar vóór de reis eigenlijk moeten vragen: „Wat heeft uw voorkeur: de mogelijkheid om uw bekertje slappe chocolademelk neer te kunnen zetten, of uw leven?”

Dan heb je als reizigers tenminste nog wat te kiezen.

De hamvraag dus voor Meerstadt: „Hoe kwam het dat jullie na al die jaren nog niet eens in staat waren het meubilair van de treinen af te stemmen op onze veiligheid?” Als Meerstadt uitwijkt naar vervelende onderwerpen als de gewéldige samenwerking tussen NS en ProRail: afkoppelen en terugkeren naar dat tafeltje. „Heeft u met al uw deskundigheid nou nooit eens gedacht, meneer Meerstadt, als u zelf aan zo’n tafeltje ging zitten: dit kan wel eens gevaarlijk zijn voor ‘de buikregio’ – om de rapporteurs te citeren?”

Nee, nooit? Hoe lang bent u nu president-directeur? Vier jaar? En al die jaren nooit een veiligheidsexpert geraadpleegd die na een rondje door de trein zei: „Goh, Bert, doe die klotetafeltjes toch eens weg”?

Eigenaardig.

Ik wil niet oproepen tot vandalisme, maar misschien zou het goed zijn als reizigersvereniging Rover ons aanspoort om alles wat scherp en hoekig is uit de treinen te verwijderen. Neem dan ook die stangen mee op het balkon waar je als passagier frontaal tegenaan kunt knallen als de trein ontspoort.

Het toezicht op NS en ProRail wordt nu verscherpt. Zal het helpen? Het vervelende is dat toezicht iets is dat in Nederland bijna per definitie faalt. Het is een standaardbegrip geworden: falend toezicht. IJsselmeerziekenhuizen, Maasstad Ziekenhuis, Rochdale, Hogeschool InHolland, Zonnehuizen, Vestia, nu weer Amarantis – allemaal falend toezicht.

Toezichthouder is het mooiste baantje van Nederland, je hoeft maar te doen wat er van je verwacht wordt: falen.

Bert Meerstadt zou je de supertoezichthouder van NS kunnen noemen. Er wordt gemopperd over zijn salaris: bijna 5 ton. In Buitenhof liet hij bescheiden weten dat hij niet meer om opslag zal vragen. Ik zou het hem wel gunnen, mits hij belooft eigenhandig één voor één die moordende tafeltjes uit de treinen te slopen.