Muntschat met 14 Groninger flabben

Bijna vijftig zilveren munten, waaronder twee Spaanse halve realen en veertien Groninger flabben. Daaruit bestaat de muntschat die archeologen afgelopen zomer in de Flevopolder hebben gevonden. De munten doken op tijdens de opgraving van een vrachtschip uit de Tachtigjarige Oorlog. Dat maakten de opgraver, André van Holk, bijzonder hoogleraar maritieme archeologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vandaag bekend.

Op de laatste opgravingsdag vonden de archeologen bij het achterschip twee rolletjes vastgekoekte munten. De jongste munt dateert uit 1571.

Van Holk ging er deze zomer nog van uit dat het wrak een lichter was geweest, die bij de Rede van Texel vracht van zeeschepen oversloeg en die naar de havens rond de Zuiderzee vervoerde. In die tijd maakten de Watergeuzen de Zuiderzee onveilig.

Door de vondst van de muntschat heeft Van Holk zijn theorie bijgesteld . Het grote aantal Groninger flabben duidt erop dat de schipper belangrijke zaken deed in Groningen. Dat past niet bij een schipper van een lichter. Mogelijk is het schip in de Flevopolder een kleine Oostzeevaarder geweest.