‘Moslimbroeders mishandelden’

Aanhangers van de Egyptische president Morsi dwongen door mishandeling ‘bekentenissen’ af van opgepakte tegenstanders.

Een tegenstander van president Morsi met een kruis en een koran gisteren tijdens een protest in Kairo tegen de omstreden ontwerp-grondwet. Zaterdag begint het referendum over de grondwet. Foto Reuters

Yeghia Negms ogen zijn bloeddoorlopen, en zijn polsen verraden waar hij ruw was vastgebonden. Het resultaat, zegt de 42-jarige oud-diplomaat, van 17 uur gevangenschap in handen van aanhangers van de Egyptische Moslimbroederschap. Negm en andere slachtoffers getuigden gisteren tijdens een conferentie in het perssyndicaat over hun mishandeling door de Moslimbroederschap nadat die vorige week woensdag haar stoottroepen had afgestuurd op een zitstaking tegen president Morsi voor diens paleis in Kairo. In ditzelfde zaaltje getuigden vorig jaar mensen over willekeurige arrestaties en mishandeling door het leger, en daarvóór over misbruik onder oud-president Mubarak.

Negm nam in 2005 ontslag als diplomaat in Venezuela uit protest tegen Mubaraks regime. „Toen ik zag dat de Moslimbroederschap haar leden opriep om naar de plek te trekken waar de anti-Morsibetogers waren, wist ik dat het fout moest aflopen”, zegt hij kort voor de conferentie. „De Moslimbroederschap gebruikt haar milities om te doen wat ze niet openlijk kan doen: de oppositie uitschakelen.”

Negm werd opgepakt tijdens de gevechten tussen pro- en anti-Morsi-betogers. „Ze noemden ons verraders en ongelovigen”, zegt hij. „Ik heb hun gevraagd: waarom doen jullie dit? Het antwoord was: wij doen wat wij willen.”

Ramy Sabry, die een groot verband rond zijn hoofd draagt, is een jonge apotheker. Hij zegt dat hij op weg was naar de ‘frontlijn’ met medicijnen toen hij door een groepje Morsi-aanhangers werd tegengehouden. „Ze hebben mij afgeranseld met metalen staven en gestoken met een mes,” zegt Sabry. „Ze werden heel boos toen ze op mijn identiteitskaart zagen dat ik christen ben, en helemaal toen ze mijn lidkaart vonden van de socialistische volkspartij.”

Sabry en de anderen werden vastgehouden in een geïmproviseerde gevangenis tegen de muur van het paleis. Aanhangers van de Moslimbroederschap gaven destijds tegenover deze krant toe dat ze een veertigtal opposanten vasthielden „omdat de politie hen anders toch laat gaan”.

Volgens ooggetuigen werden de arrestanten verhoord door Morsi-aanhangers in aanwezigheid van een advocaat van de Moslimbroederschap. Ze werden overgedragen aan de politie nadat ze bekentenissen hadden afgelegd. Sabry zegt twee Moslimbroeders te hebben herkend.

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch vindt het verontrustend dat president Morsi in zijn toespraak van 6 december verwees naar de „bekentenissen” van betogers die zouden hebben toegegeven dat zij „betaalde oproerkraaiers” waren. „In plaats van zich uit te spreken tegen de illegale detenties en het misbruik dat vlakbij het paleis plaatsvond, koos president Morsi partij tegen de slachtoffers.”

Nadat de betogers waren overgedragen aan de politie werden ze vrijgelaten. De aanklager die de vrijlating beval, Mostafa Khater, is sindsdien overgeplaatst naar het provinciestadje Beni Suef.

Over het geweld van de laatste weken woedt een propaganda-oorlog. Dat er ook geweld was door het anti-Morsi-kamp lijdt geen twijfel. Maar de Moslimbroederschap claimt alle negen dodelijke slachtoffers, terwijl het volgens de oppositie op één na allemaal opposanten waren.

De Moslimbroederschap claimt ook dat Al-Hussein Abu Deif, een fotograaf die dinsdag overleed, door de oppositie is neergeschoten. Activiste Mona Seif zegt bewijzen te hebben dat de kogel van de pro-Morsi-kant kwam. Waar geen twijfel over bestaat, is dat Abu Deif geen sympathie had voor de Moslimbroederschap. In zijn laatste tweet zei hij: „Als ik hier doodga vraag ik jullie om vooral door te zetten met de revolutie.” De begrafenisplechtigheid voor Abu Deif werd gisteravond op Tahrir door tienduizend mensen bijgewoond.