Maar het is zonde van het geld

We zijn door risico’s geobsedeerd, juist omdat Nederland al zo veilig is. Toeval is onacceptabel.

Toen lag het aan het tafelblad. Als treinen niet zouden zijn uitgerust met dunne tafelbladen, was de vrouw die omkwam bij de treinbotsing bij Amsterdam in april misschien nog wel in leven. Dus gaan NS en ProRail nadenken over de ‘botsveiligheid’ van treinstellen, en bestellen ze binnenkort misschien wel treinstellen met dikkere, rondere tafelbladen. En in alle treinen komt mogelijk een automatisch beveiligingssysteem.

Nederland heeft een collectieve obsessie: veiligheid. Waait het hard, dan volgt een verkeerswaarschuwing. Schijnt de zon te fel, dan word je aangemoedigd je in te smeren.

Rubberen tegels in de speeltuinen.

Geïmpregneerde kerstslingers.

Eet-bewust-stempels op de margarine.

Valgevaar-bordjes op daken waar alleen de glazenwasser komt.

Koffiebekertjes met de waarschuwing voor warme inhoud.

Reclamecampagnes voor veilige internetwachtwoorden.

Het crowdsurfverbod.

En de officiële waarschuwing dat je met winterbanden nog stééds netjes moet rijden.

Hoe minder doden en gewonden, hoe beter. Daar is iedereen het wel over eens. Maar wanneer is een veiligheidsmaatregel te gek? Of krijgt hij zelfs een averechts effect? Moeten er wel echt nieuwe treininterieurs komen na één dode?

„Zolang er elke dag twee mensen omkomen in het verkeer, is élke extra euro die naar de treinen gaat een verwerpelijke desinvestering”, vindt Ira Helsloot, bijzonder hoogleraar Besturen van Veiligheid van de Nijmeegse Radboud Universiteit. „En dat vinden treinreizigers zelf óók, als je het ze vraagt.” Helsloot werkt bij Crisislab, dat onderzoek doet naar veiligheid. De trein is al de veiligste vorm van transport, zegt hij. „Dus daar moet geen cent meer heen.”

Helsloot heeft nog wel meer voorbeelden van verwerpelijke desinvesteringen paraat. De 1,7 miljard euro die de overheid wil uitgeven om burgers te beschermen tegen het niet aangetoonde ‘stralingsgevaar’ van hoogspanningsmasten. Legionellamaatregelen in sportscholen, terwijl sporters geen risicogroep zijn. Meer screening van personeel in kinderdagverblijven tegen misbruik, zonder bewezen effect.

Een goede veiligheidsmaatregel voldoet aan drie dingen, zegt Hans Boutellier, bijzonder hoogleraar Veiligheid en Burgerschap aan de Vrije Universiteit.

Eén: de maatregel moet alleen worden genomen als er een écht risico is. „Risico, dat is de kans op een gebeurtenis, maal het effect ervan.” IJzel, bijvoorbeeld, betekent veel mensen op een gladde weg maal de mogelijk dodelijke afloop van een ongeluk. Dat vormt een groot risico. Maar een dun tafelblad?

Het tweede om rekening mee te houden: is een maatregel financieel en praktisch haalbaar? Daar gaat het vaak scheef, zegt Boutellier. „De kans dat er iets gebeurt op Schiphol of op Amsterdam Centraal is even groot. Maar op een treinstation kun je gewoon niet dezelfde maatregelen treffen als op Schiphol. Dus dat gebeurt dan ook niet. Hoe irrationeel dat ook is.”

En dan drie: de maatregel moet geen averechts effect hebben. Bij het invoeren van nieuwe maatregelen wordt daar vaak overheen gekeken, zegt Boutellier. „Neem de Cruyff Courts, de voetbalkooien op pleinen. Die werden neergezet zodat jongens iets te doen hadden. Maar vooral op kleine pleinen veranderen die kooien de hele dynamiek van een plein. Meisjes, jonge kinderen en oudere mensen durven er niet meer te komen.” Niemand die daaraan dacht toen de kooien werden neergezet. „Maar op IJburg wordt er alweer één afgebroken.”

Boutellier heeft meer voorbeelden van averechtse effecten. Veiligheidspoortjes op scholen, die bijdragen aan de verharding van de sfeer. Veilige stoplichten die het verkeer zó stremmen, dat er beter weer onveiligere verkeerspleinen voor in de plaats kunnen komen. Boutellier: „Soms werkt vertrouwen op het zelfregulerende vermogen van mensen beter.”

Als veiligheid een obsessie wordt, zegt Ira Helsloot van Crisislab, dan durven mensen hun fouten niet meer te melden. En dat maakt een bedrijf of organisatie juist onveiliger. Helsloot: „Bedrijven hebben soms grote borden met de tekst: wij werken al honderd dagen foutenvrij. Als je dan een fout maakt, kijken mensen je erop aan.” Wat nodig is, zegt Helsloot, is een cultuur waarin je niet wordt aangekeken op je fouten, maar je juist een compliment krijgt als je ze meldt. Dat gebeurt al op vliegdekschepen en in kerncentrales.

Nederland zit op dit moment in de staart van de verbetercurve, zegt Helsloot. Hij bedoelt: het land is al erg veilig, er valt niet meer zo veel aan te sleutelen.

Toch willen we het graag nóg veiliger hebben met nóg meer maatregelen. Waarom? Omdat er in een welvarende maatschappij, waarin we ons niet meer dagelijks zorgen hoeven te maken over eten of nare ziektes, tijd is om na te denken over risico’s en veiligheid.

En omdat we de uitzondering onacceptabel vinden, zegt Roel Pieterman, universitair hoofddocent rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Hoe veiliger de wereld wordt, des te onverteerbaarder we het vinden als er wel iets misgaat.” Het hóórt niet te gebeuren, zegt Pieterman, dus het mag ook niet gebeuren. „Je ziet het met de dode grensrechter [die omkwam na geweld]. Er worden jaarlijks bijna tweehonderd moorden gepleegd, maar over de grensrechter ontstaat ophef, juist omdat de gebeurtenis uitzonderlijk is.”

Kijk dus niet naar de zeldzame incidenten, vindt Helsloot van Crisislab. Zinniger is om slim te kijken naar waar er nog echt veel levensjaren zijn te winnen. „We weten allemaal dat mensen met lage inkomens korter leven. Ze eten minder gezond. Als je het zo bekijkt, is schoolfruit een hele goede veiligheidsinvestering. Daar win je echt levensjaren mee.”

De appel als ultieme veiligheidsmaatregel. Maar waarom kiezen we daar dan niet voor? Waarom eisen we liever drastische maatregelen na één zeldzame gebeurtenis?

Omdat een cultuuromslag – zoals gezonder eten – veel ingewikkelder is dan concrete maatregelen bedenken tegen één zeldzame gebeurtenis, zegt Helsloot. En omdat iedereen erom vraagt. „Zodra een incident de media haalt, is de reflex dat de politiek denkt dat burgers maatregelen willen. Maar dat is niet zo.”

    • Carola Houtekamer
    • Lineke Nieber