Levenslang wegens Srebrenica

De Bosnische Serviër Zdravko Tolimir, de voormalige rechterhand van generaal Ratko Mladic, is gisteren door het Joegoslavië-tribunaal tot levenslang veroordeeld. Hij is schuldig bevonden aan genocide in Srebrenica en Zepa.

Hulpcommandant Tolimir is na de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic en Ratko Mladic de belangrijkste verdachte die het Joegoslavië-tribunaal wilde vervolgen voor het bloedbad in Srebrenica. Op 11 juli 1995 werd de moslimenclave door de Bosnische-Serviërs veroverd. Zo’n 25.000 Bosnische moslims hadden zich verzameld op de enclave, die door de VN was uitgeroepen tot safe-haven. De Nederlandse VN-eenheid Dutchbat kon de beloofde bescherming niet bieden. Volgens het vonnis begon twee dagen later „op grote schaal en systematisch de moord op de moslims uit Srebrenica”. De Bosnische-Serviers waren uit op de „vernietiging van deze bevolking”.

In deze massamoord speelde Tolimir een hoofdrol. Volgens de rechters was Tolimir persoonlijk betrokken bij de moord op 1.700 moslims. „Zijn mannen bevonden zich op de plaatsen waar mensen opgesloten, doodgeschoten en begraven werden en waren ervoor verantwoordelijk dat de moordoperatie doorging tot de laatste kogel was afgevuurd en het laatste lichaam begraven.”

Tolimir (64) heeft steeds volgehouden onschuldig te zijn. Hij zag de acties tegen de moslims als een militaire operatie tegen terroristen.

Na de ondertekening van het vredesverdrag van Dayton in 1995 werkte hij als militair vertegenwoordiger voor de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Ook was hij adviseur van de president van de Republika Srpska, het Servische deel van Bosnië.

Tolimir speelde na de oorlog in Bosnië in 1995 een belangrijke rol in het netwerk dat Mladic moest beschermen en moest voorkomen dat hij zou worden gearresteerd en uitgeleverd aan het VN-hof.

Pas in 2005 werd Tolimir door het Joegoslavië-tribunaal in staat van beschuldiging gesteld. Twee jaar later werd hij in Servië opgepakt.