Houtblazers als vuurpijltjes

Marc Minkowski, French conductor, (B. 1962). Paris, 2004

klassiekMarc Minkowski: Complete symfonieën van Schubert ****

Verticale strepen in plaats van horizontale lijnen. Zo kan, grofweg, de revolutie in speelstijl worden samengevat die Nikolaus Harnoncourt in het laatste kwart van de vorige eeuw ontketende bij moderne symfonieorkesten als het Concertgebouworkest. Accenten werden feller aangezet, melodieën niet dichtgesmeerd maar retorisch opgebouwd, de bezetting kleiner en ritmisch zeer precies. Het resultaat was een transparant en spannend klankbeeld, zoals te horen in opnames van Beethoven, Mozart en een fameuze symfoniecyclus van Schubert.

Nu is een nieuwe Schubertcyclus verschenen van een ‘authentieke’ club, Les Musiciens du Louvre Grenoble onder leiding van oprichter Marc Minkowski, en gaan de gedachten weer uit naar Harnoncourts Schubertversie uit de jaren 1990. Waar Harnoncourt met de Concertgebouworkestleden deed alsof ze op historische instrumenten speelden, daar hebben Les Musiciens een natuurlijke voorsprong met hun darmsnaren en natuurhoorns. En zo klinkt Schuberts Eerste symfonie nog veel gedetailleerder bij Minkowski, met bijvoorbeeld een subtiel oplichtend fagotje in het Andante dat anders meestal verloren gaat in de totaalklank. Ook heel prettig is de energieke wijze waarop kleine versieringen in houtblazers gelanceerd worden, als vuurpijltjes. Al zal wellicht niet iedereen houden van de wat lijzige historische dwarsfluiten.

Minkowski nam de hele cyclus live op, in één week in het Wiener Konzerthaus, zoals eerder al met indrukwekkend resultaat gebeurde met symfonieën van Haydn. De bezetting is klein gehouden, behalve bij Schuberts ‘Grote’ Symfonie in C, waar een vijfde contrabas is toegevoegd. Dat werk klinkt, dankzij een eindeloos genotzalig ronken en dansen, geen maat te lang.

Toch biedt Minkowski’s opname ook aanleiding het beeld van Harnoncourts interpretatie gunstig bij te stellen. Het voornaamste verwijt dat Harnoncourt ten deel viel: nadruk op felle accenten gaat ten koste van innige lyriek. Schuberts meest lyrische symfonie, de ‘Onvoltooide’, biedt dan verheldering. Waar Minkowski nu de neiging heeft het tempo bijna stil te zetten, daar dacht Harnoncourt in één overkoepelende boog, waarbinnen houtblazers wel degelijk alle ruimte kregen voor hun onpeilbaar melancholische solo’s. Hoe waardevol Minkowski’s nieuwe cyclus ook is, Harnoncourt blijft onvervangbaar.

    • Floris Don