Hoe gretig bent u?

Gaat het in Nederland over de economie, dan gaat het meestal direct over de overheidsbegroting. Zoals in de reacties op de sombere prognoses van De Nederlandsche Bank (DNB). Alsof overheid en economie synoniem zijn. Per saldo is de overheid een afgeleide van de echte economie, van het gedrag van ondernemingen en consumenten.

Daarover doet De Nederlandsche Bank twee onrustbarende observaties. De eerste geldt de consumenten. De komende economische krimp schuift de centrale bank mede in de schoenen van de „aanhoudende terughoudendheid om te besteden onder binnenlandse huishoudens”. Ja, zij geven dit jaar, in 2013 én in 2014 minder uit, samen ruim 4 procent volumedaling. Raar? Nee. Weinig loonstijging. Meer inflatie. Het consumentenvertrouwen bungelt aan laagterecords.

Maar wat het Centraal Planbureau, de glazenbolconcurrent van DNB, vorig jaar constateerde klopt nog steeds: de kwijnende consumptie komt niet doordat mensen massaal de hand op de knip houden. „Hun (reëel) beschikbaar inkomen neemt simpelweg weinig toe.”

Want hoe reageert de consument? Hij geeft permanent meer geld uit dan hij aan inkomen (salaris, uitkering, AOW) ontvangt. Hij is helemaal niet terughoudend, zoals De Nederlandsche Bank beweert. Hij is juist gretig.

In economentaal: huishoudens hebben voor het elfde jaar op rij een negatieve vrijwillige spaarquote. Hoe doet u dat? U teert in op uw vermogen, stelt DNB. Of u leent extra. Dat klinkt abstract en dat is het ook. Want u zet ook nog miljarden op spaarrekeningen. De economische modellen hebben geen greep op uw beslissingen als vermogensbezitter, of dat een huis is, een spaarrekening of beleggingen.

De tweede onrustbarende prognose geldt het investeringsgedrag van bedrijven en in het verlengde daarvan hun (en onze) exportsuccessen. De investeringen dalen dit en volgend jaar met samen meer dan 6 procent. Bedrijven breiden niet uit, omdat de groeivooruitzichten „weinig rooskleurig” zijn en hun bestaande capaciteit nog lang niet wordt benut. De stijgende uitvoer die begin volgend jaar met geruststellende groeicijfers zal worden ‘gevierd’ is zogeheten wederuitvoer: goederen die we invoeren en weer doorsturen en waar we letterlijk maar een paar cent aan verdienen.

De export van spullen die we zelf maken zit in het slop en komt er op zijn best pas in 2014 uit. De ondernemers die dit moeten doen zijn voor bijna de helft midden- en kleinbedrijf. Zij lijden onder de tegenzin van banken om krediet te geven. Tegenzin die zal voortduren, verwacht De Nederlandsche Bank.

Krediet is meer dan ooit de levensader voor herstel. Daarom is het doodzonde dat de overheid wel steun van banken (ING) krijgt terugbetaald, maar het geld niet als kapitaal terugsluist naar een nieuwe Nationale Investeringsbank of naar ‘staatsbank’ ABN Amro om bedrijfsgroei en economie te stimuleren.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.