Help. Ik was juist zo blij dat vroeger voorbij was

Stephen King schrijft sneller dan ik kan lezen. Ik ben bezig in zijn roman 11.22.63, van 2011, maar dat is niet zijn nieuwste. Hij is al twee boeken verder en schijnt aan een vervolg op The Shining te werken. Intussen vind ik dit een erg mooi boek. Soms plat en angstaanjagend – King is King. Maar ook melancholiek. Teder zelfs. Tijdreis. Over een man die een gat in de tijd ontdekt, wat hem de kans biedt om op 22-11-1963 iets recht te zetten: de moord op president Kennedy.

„Een konijnenhol”. Zo noemt King in dit boek het gat in de tijd. Daarmee verwijst hij naar Alice en haar Wonderland, waar alles herkenbaar is, maar toch net helemaal anders ligt. En dus is het gevaarlijk terrein. Niet voor niets willen de meeste tijdreizigers al snel terug.

Ik snap hoe dat voelt. Want ik schoot ook door zo’n gat in de tijd.

Bij het festival Girl, you’ll be a woman soon mocht ik een film laten zien in het EYE-filmmuseum. ‘Girl, you’ll be a woman soon’ associeer ik met een kwijlende song van Neil Diamond. Maar hier verwijst het naar „de essentie van de vrouw”. Die is troebel, vind ik. Ik neem de vrijheid om gewoon te kiezen wat ik mooi vind. Bellissima. Van Visconti. Uit 1951. Over een moeder (Anna Magnani in onderjurk!) die onderuit gaat doordat ze, net als alle moeders, haar dochtertje abusievelijk voor ‘de mooiste’ (de bellissima) houdt. Om vrouwen niet te reduceren tot moeders, vertoon ik als tegenwicht ook de striptease uit de film Prêt-à-porter. Uitgevoerd door Sophia Loren – toen ze 60 was. Behalve 60 is ze grappig. En prachtig.

Een jonge vrouw interviewt me voor het publiek van deze avond. Volgens haar draagt Sophia een panty onder de kousen die ze afstroopt en in het gezicht van Marcello Mastroianni (70) mikt. Die panty maakt haar mooier dan ze is en dat is niet fair tegenover andere vrouwen van 60. (Wat? We hebben hier over Sophia Loren! Of is deze essentie van de vrouw de bedoeling niet?). Ik sputter zwakjes dat ik het overdreven vind om iemand van zestig geen panty te gunnen. Geen gehoor. Voor ik het weet, word ik verwurgd in de vrouwen-zijn-zielig-discussie van heel lang geleden. Inclusief: „veel meisjes hebben een heel laag zelfbeeld, wees onderzoek uit’’.

Ik wil niet te pissig doen over mijn gesprekspartner. Zij heeft dit festival georganiseerd en dat is nogal wat. Maar ze lanceert me met haar gebabbel naar het verleden. Help. Ik stik. Ik was juist zo blij dat vroeger voorbij was. Ik wil daar niet zijn en ik hoef daar ook niets recht te trekken. Ik overleefde het. Mag ik gewoon terug naar mijn eigen tijd?

Tijdreizen is heftig reizen. Het leek een beetje uit, maar het wordt weer veel gedaan.

In de overdonderende film Cloud Atlas verplaatsen types en incidenten zich door zes verhalen en zes eeuwen heen. Ik raak de kluts kwijt, tot ik niet langer probeer het te volgen. Dan zie ik een geestverruimende film. Via de acteurs in soms drie- en vierdubbelrollen worden de eeuwen verbonden. Elke tijd is anders, maar zo heel anders ook weer niet. De Verlosser is een vrouw. Stiekem is dit een moralistisch geval.

Liever is me de thriller Looper, waarin Bruce Willis dertig jaar terug reist, van 2074 naar 2044. Daar komt hij iets rechtbreien voor hemzelf, later. Zijn jongere ik betrapt hem en beslist anders. Wie van beiden is de echte? De oudste? Maar de jonge versie kan de oudste maken en breken door in diens verleden in te grijpen. Is er eigenlijk wel een echte?

Ik kom er niet uit en dat gepuzzel is precies het aantrekkelijke van de tijdreis – van een ander.

Na het gesprek op het podium bij EYE verman ik me. Ik ben een ander dan ik was. Ik hoef niet terug. Het verleden lust ons niet.

Ik ga naar een concert van de Nits. Ze doen Nescio’. Ouwe hit. iedereen in deze zaal kent het.

Altijd doen de Nits Nescio. En altijd doen ze het helemaal anders. Een song kan fungeren als een surrogaat-tijdmachine, een vuurpotje vol oude sentimenten.

Dit keer klinkt Nescio bijna dweilend. Gek. De song heeft ineens tanden. De Nits houden ons bij de les: hoor eens even, we zijn in het hier en het nu. Jullie gaan niet een potje naar vroeger zitten verlangen.

    • Joyce Roodnat