Gesnoeide struiken, pleinwachten en tweespalt na seksuele spelletjes

Op twee basisscholen dwongen ouders dit schooljaar het vertrek af van een kleuter die te ver was gegaan in seksuele spelletjes. Er was „georganiseerde weerstand”, zegt een directeur die ermee te maken kreeg. „Angst had deze ouders in zijn greep.”

Wat was er aan de hand en hoe moeten scholen hiermee omgaan? „Ouders zijn geschrokken van affaires als die rond Robert M. en plaatsen ‘gewone’ spelletjes van kinderen in een ander daglicht.”

Rotterdam 11-12-2012 Albert Plesmanschool vreemd verhaal over letsel op school. Tussen het klimrek en speeltoestel moet het gebeurd zijn, verder algemene beelden schoolplein en school. Foto Floren van Olden

Het gebeurde in de bosjes. Tussen de struiken, op het schoolplein van de Albert Plesmanschool in Rotterdam, zou een 4-jarige kleuter een klasgenootje hebben betast en verwond. Het ging om een 5-jarig meisje uit groep 1.

Over wat er precies gebeurde, doen „enorm veel verhalen de ronde”, zegt bestuurder Werner Willemsen van de Albert Plesmanschool. Het meisje zou volgens ouders bij haar geslachtsdeel zijn betast met vingers, of zelfs met een tak. Zeker is dat zij in het ziekenhuis moest worden behandeld aan verwondingen. Volgens de schooldirectie was er sprake van „ontoelaatbaar gedrag”. De directie wil uit privacy-overwegingen niet op details ingaan. Landelijke media maakten melding van een ‘ontuchtzaak’ op de Rotterdamse basisschool.

Volgens psychologe Sanderijn van der Doef, gespecialiseerd in de seksuele ontwikkeling van kinderen, staat dit geval niet op zichzelf. Ze ziet, in de publiciteit. steeds vaker jonge kinderen beschuldigd worden van misbruik. Deze zomer werd een 6-jarig jongetje van de Jozefschool in Hillegom geschorst omdat hij mede-leerlingen seksueel zou hebben betast. Vorig jaar zouden kinderen op de Koningin Emmaschool in Apeldoorn aan elkaars geslachtsdelen hebben gezeten. Ze mochten daarna van de school niet meer alleen naar de wc. Op basisschool De Kameleon in Maarssenbroek zou een 8-jarig kind ontuchtige handelingen hebben verricht bij klasgenootjes van 5 tot 8 jaar.

Volgens Van der Doef gaat het bij veel meldingen om onschuldig gedrag dat hoort bij hun seksuele ontwikkeling. „Ouders zijn geschrokken van affaires als die rond Robert M. en plaatsen ‘gewone’ spelletjes van kinderen in een ander daglicht.” In sommige gevallen is er wel meer aan de hand. „Bijvoorbeeld wanneer een kind een ander heeft pijn gedaan of gedrag vertoont dat niet bij zijn leeftijd past, zoals piemels in de mond of de anus stoppen.”

Waar komen deze meldingen vandaan? En hoe vergaat het een school waar zoiets gebeurt?

Langs de groene hekken van het schoolplein van de Albert Plesmanschool staan ouders te wachten. Het is half één – de jongste groepen zijn uit. In dikke winterjassen rennen de kinderen over het plein, langs een grote zandbak. Achter het hek zijn volwassenen druk met elkaar in gesprek. Twee weken nadat het incident met de kleuter bekend werd, is de rust op school nog niet teruggekeerd. Sterker nog: er woedt een conflict tussen een groep ouders, een andere groep ouders, en de schooldirectie.

De kleuter heeft de school in drieën gespleten.

Het begint allemaal met een moeder die aan het begin van dit schooljaar verwondingen ontdekt bij haar dochter. Volgens het meisje heeft haar 4-jarige klasgenootje dit gedaan. De moeder vertelt dit de volgende dag aan de kleuterjuf. In een gesprek met de juf geeft het jongetje het aanvankelijk toe. Later ontkent hij, gesteund door zijn ouders.

De school organiseert een ouderbijeenkomst, samen met medewerkers van Bureau Jeugdzorg. De avond wordt bezocht door ruim honderd ouders. Het schoolbestuur zegt dat er sprake is geweest van „een incident” met een kleuter waarbij sprake was van „grensoverschrijdend gedrag”. Over de aard van het incident doet de school geen mededelingen, want „we waren er niet bij”.

Voor een aantal ouders is de uitleg te summier. Eén van hen staat op en vertelt over geruchten dat het om misbruik zou gaan. Een medewerker van Jeugdzorg grijpt in. „Dat mag u helemaal niet zeggen.” De medewerker wijst op de privacy van het slachtoffer. De school vraagt het voorval „klein” te houden.

Niet alle ouders zijn gerustgesteld. Wat was er nu precies gebeurd? Waarom wil de school het niet vertellen? Lopen hun eigen kinderen misschien gevaar? Zo’n dertig ouders vormen een groep en schrijven een aangetekende brief aan het schoolbestuur. De ouders eisen „volledige openheid” over de handelwijze van de school inzake „dit ernstige incident”. Ook eist de groep dat het jongetje wordt verwijderd. Dit zou noodzakelijk zijn voor de medische behandeling van het meisje, zou het ziekenhuis tegen haar moeder hebben gezegd. De school weigert. Een van de ouders benadert de pers en brengt het verhaal in de publiciteit.

Dan komt er nog een melding. Hetzelfde jongetje zou twee weken geleden nóg een kind hebben betast op school. Het gerucht verspreidt zich direct. De groep die de brief had geschreven, komt weer verhaal halen bij de directie. De ouders zijn zo ongerust geworden, dat zij hun kinderen thuis houden. In groep 1, waar normaal 24 kinderen zitten, zijn die dag tien kinderen aanwezig. De directie besluit onder deze druk de ‘verdachte’ kleuter alsnog van school te sturen. „Omdat dat beter is voor de ontwikkeling van het jongetje zelf”, zegt bestuurder Werner Willemsen. „Op een nieuwe school kan hij met een schone lei beginnen.”

Deze reflex van de school was volgens psychologe Van der Doef verkeerd. Kinderen die seksueel ontoelaatbaar gedrag vertonen, moeten gecorrigeerd worden door een volwassene. Door het kind van school te sturen of als paria te beschouwen, geef je hem een stigma: „Door het op te blazen maak je er een gebeurtenis van die veel meer negatieve gevolgen heeft dan het incident zelf.”

Ook Lou Repetur, specialist ‘seksueel geweld’ bij kennisinstituut Movisie, waarschuwt voor stigmatisering. „Je krijgt dat ouders zich wel tien keer bedenken voor ze gedrag dat niet past bij de leeftijd van hun kind, laten onderzoeken. Ze zijn als de dood dat hun kind ook buiten de boot valt.” Zonder onderzoek wordt de oorzaak van het afwijkende gedrag niet achterhaald, volgt geen begeleiding en kunnen er nog meer slachtoffers komen.

Met het wegsturen van de kleuter is de kwestie op de Albert Plesmanschool nog niet voorbij. Er komt een tweede bijeenkomst, waar Jeugdzorg de incidenten alsnog probeert uit te leggen als onschuldig „experimenteergedrag” van een jong kind. De actievoerende ouders vinden dat het bestuur het incident probeert te bagatelliseren en eisen een onafhankelijk onderzoek. Andere ouders vinden de ophef overdreven. „Het incident geeft verdeeldheid”, erkent Willemsen. „Er is een soort kampvorming. De verhoudingen zijn verhard.” Een ouder van de actiegroep zegt dat sommigen van hen nu „met de nek worden aangekeken” op school. „Er is tweespalt”.

De school heeft maatregelen genomen. De struiken zijn gesnoeid. Er is extra pleinwacht gekomen. En misschien, zegt Willemsen, gaat de school wel binnenpauzes organiseren, in het speellokaal. „Want daar heb je nog meer toezicht.” Ook komt de GGD lessen geven aan ouders over seksuele ontwikkeling. Want als het incident één ding duidelijk maakt, zegt Willemsen, is dat er te weinig bekend is over seksueel gedrag van kinderen. In protocollen van de school staat er niets over vermeld. „Dat geeft wel aan hoe onwennig scholen zijn als het gaat om dit soort incidenten.”