Duitse contacten geven ons macht

Alleen in een Europese context kan Duitsland een rol spelen op het wereldtoneel. Door de banden aan te halen, kan Nederland dit leiderschap beïnvloeden, stelt Marnix Krop.

Weer begint er een Europese raad vandaag, de zevende dit jaar. De raad en de Europese Commissie werken op volle toeren om de eurocrisis te beheersen en de geboortedefecten en kinderziekten van de euro te herstellen. Centraal in deze inmiddels al bijna drie jaar durende operatie staat Duitsland.

Het spreekt vanzelf dat het bevolkingrijkste EU-land met de sterkste economie een belangrijke rol toekomt te midden van een diepe financieel-economische crisis. Toch was Duitsland door zijn geschiedenis niet echt voorbestemd voor Europees leiderschap. De Europese integratie zelf bood het land ruimschoots de kans het beoefenen van machtspolitiek te ontlopen.

Sinds het begin van de crisis ziet Duitsland zich evenwel meer uitgedaagd een leidende rol te spelen. Aanvankelijk ging dit aarzelend en gepaard met horten en stoten, maar inmiddels treedt het land bewuster naar voren als leider – zo mogelijk met Frankrijk, maar in toenemende mate ook met gelijkgezinde landen als Finland en Nederland.

Nu probeert Duitsland de Europese besluitvorming naar zijn hand te zetten. Hiermee maakt het land zich geenszins populair. Vooral uit Angelsaksische kring wordt Duitsland vaak opgeroepen meer leiding te nemen en met veel geld in één klap de liquiditeitscrisis op te heffen. Aan deze oproep heeft Duitsland weerstand geboden. Het vindt dat achter de crisis een probleem schuilgaat van gebrekkig concurrentievermogen, dat niet zozeer met injecties, maar met hervormingen te lijf moet worden gegaan.

Een tweede verwijt betreft juist de Duitse politiek van bezuinigingen en structuurhervormingen. Hier geeft Duitsland dus wel leiding, maar van de verkeerde soort.

Het derde verwijt komt vooral uit eigen land en betreft de ‘vrijgevigheid’ waarmee de Duitse regering zich intussen borg heeft gesteld voor hulpprogramma’s aan ‘onverantwoordelijke’ probleemlanden.

Dwars door deze verwijten heen loopt nog een andere kritieklijn, die inhoudt dat Duitsland intussen niet meer echt ‘Europees’ is, maar gewoon zijn eigen belangen behartigt. Deze kritiek komt onder meer uit landen die het opkomen voor nationale belangen binnen de Europese Unie heel gewoon vinden, maar dit voor Duitsland minder aanvaardbaar achten.

Duitsland is zeker sinds de hereniging een ‘normaler’ land geworden. Dit maakt het niet minder verbonden met Europese integratie. Het belangrijkste verschil is dat het zich sinds het eind van de Koude Oorlog geconfronteerd ziet met een wereld waarin de Verenigde Staten minder dominant zijn dan voorheen en de wereld toegroeit naar een multipolaire structuur. Het blijft nauw met de westelijke wereld verbonden, maar moet zich ook oriënteren op de wijdere wereld – China, Rusland en de andere ‘opkomende’ landen.

Tegelijk bestaat er bij de Duitse politieke elite geen twijfel over dat Duitsland alleen in de context van de EU zijn stem kan laten horen op het wereldtoneel. Dit is dé reden dat er nu zo veel geïnvesteerd wordt in de redding van de euro en de versterking van de muntunie. Dit verklaart ook dat de Duitse politiek toewerkt naar verdieping van de Europese integratie. Voor Duitsland dus niet minder Europa, maar met een legitimatie die behalve ‘vrede, vrijheid en voorspoed’ steeds meer ook een ‘belangrijke stem in de wereld’ inhoudt. Voor de verwezenlijking van dit nieuwe Europese ‘verhaal’ moet de eurocrisis wel voorgoed de wereld uit worden geholpen.

Deze ontwikkelingen bieden Nederland een aantal bijzondere kansen, maar stellen het ook voor een lastige opdracht. Allereerst versterken ze de Nederlandse inzet om een solide, stabiele euro te baseren op begrotingsdiscipline. In ons streven naar een op economische modernisering toegespitste EU-begroting ondervinden we Duitse steun. Ons partnerschap bevordert in het algemeen dat Den Haag in Berlijn thans gehoor vindt. Dit is niet zonder betekenis voor de enorme Nederlandse economische belangen – in 2012 circa 90 miljard euro aan export. Ook politiek biedt de samenwerking Nederland kansen, van mensenrechten tot non-proliferatie en van anti-piraterij tot Kunduz. De gezamenlijke Nederlands-Duitse inzet van Patriotraketten in Turkije valt in Berlijn in goede aarde. Er is dus alle aanleiding het Nederlandse Europese en internationale beleid meer dan voorheen te oriënteren op Duitsland en aanhoudend te investeren in de relaties met de oosterbuur – ook door weer beter Duits te spreken. Hiermee kunnen we ook de aard en teneur van het Duitse leiderschap beïnvloeden.

Tegelijk moeten we onze kaarten in Europa niet helemaal op Berlijn zetten. Voortgezette goede contacten met bijvoorbeeld Londen blijven van waarde en kunnen helpen voorkomen dat Duitsland de eurosceptische Britten te snel afschrijft, zoals premier Rutte op de vorige Europese Raad is gelukt. Een intensieve relatie met bijvoorbeeld Parijs vergemakkelijkt niet alleen de band met de zuidelijke EU-lidstaten, maar bevordert ook een Nederlandse bijdrage aan de nog steeds onmisbare Duits-Franse samenwerking.

De lastige opdracht betreft de Europese oriëntatie van Duitsland. Deze gaat toch een stuk verder in de richting van ‘meer Europa’ dan Nederland de laatste jaren lief is. Natuurlijk kan Nederland veel Europese verdieping tegenhouden die het onverteerbaar acht, maar toch vraagt de oplossing van de eurocrisis op dit vlak wel iets meer verplichtends. Dat is eigenlijk ook de Nederlandse opvatting, waar we streven naar meer communautaire afdwingbaarheid van begrotingsdiscipline en economische hervormingen. Maar het ongemak gaat nog verder: het geostrategische belang dat Nederland in een hechte EU behoort te stellen, kan vergen dat we niet ondoordacht omspringen met een Duits aanbod om zich nauwer te binden aan Europa.

Het nieuwe Europese leiderschap van Duitsland schudt ook voor Nederland opnieuw de kaarten. Hierbij moet een Europees Duitsland ons toch aantrekkelijker, want evenwichtiger en stabieler, voorkomen dan een Duits Europa.

Marnix Krop is Nederlands ambassadeur in Duitsland. Dit is een ingekorte versie van zijn rede voor het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken, gisteren in Amsterdam.

    • Marnix Krop