De rommeloppas zorgt nu even voor de kinderen

Oma op maandag, tante op dinsdag – de rommelopvang voor kinderen is in opmars. „Het is voor kinderen niet goed in drie, vier opvoedmilieus op te groeien.”

Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Het is het raadsel van de onzichtbare oppas. De laatste anderhalf jaar gaan minder kinderen naar de kinderopvang, en ze gaan korter. In de eerste negen maanden van 2012 is het aantal uren dat kinderen naar de kinderopvang gaan zelfs met 10 procent gedaald. Dit heeft minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) gemeld aan de Tweede Kamer, die vandaag bij de begrotingsbehandeling weer spreekt over kinderopvang. Maar de ouders van die kinderen werken nog evenveel. Rara, waar blijven nu de kinderen in de uren die ze voorheen doorbrachten in kinderopvang?

„Ouders kiezen er blijkbaar voor om de combinatie arbeid en zorg anders in te richten”, schrijft Asscher. In de praktijk blijkt dit alles te betekenen. Opa en oma die bijspringen, ouders die meer flexwerken, een oppas aan huis. Of minder gunstige oplossingen waarin kinderen verschillende dagen bij verschillende mensen verblijven, die al dan niet bijzonder geschikt zijn om voor kinderen te zorgen. Rommelopvang, of ook wel: ‘wankele arrangementen’.

In de kinderopvang zien ze dit met lede ogen aan. Natuurlijk omdat het informele circuit hun geld kost. Maar ook omdat ze zich zorgen maken over het effect op kinderen.

Kinderen zijn gebaat bij continuïteit, zegt Anja Hol, directeur van Kinderopvang Humanitas. Daarom verzet de organisatie, een van de grootste van Nederland, zich bijvoorbeeld tegen de ontwikkeling dat opvangorganisaties meer flexibiliteit bieden: per week wisselende dagen, betalen per uur via een soort strippenkaart, steeds meer verticale groepen. „We zijn geen ballenbak. Pedagogiek is ons vak, en dat is ook de meerwaarde ten opzichte van grootouders en buurvrouwen.”

Over de rommeloppas is ze al helemaal niet te spreken. „Het is voor kinderen niet goed, blijkt uit onderzoek, om in drie, vier verschillende opvoedmilieus op te groeien.” Hol betreurt het dat de overheid geen duidelijke keuze maakt voor een stevige pedagogische voorziening. Maar ook voor ouders is het volgens haar gewoon een keuze. „Voor de meesten is het wel op te brengen. Studerende kinderen kosten ook geld, daar hoor ik nooit iemand over mopperen.”

Ook bij de andere grote organisatie in de kinderopvang, Estro, zien ze kinderen uit de opvang verdwijnen. Zoals in Rotterdam-Zuid, zegt woordvoerder Monique Schumans. Een sociaal zwakke buurt, waar op de crèche ontbeten wordt zodat de leidsters zeker weten dat de kinderen iets gegeten hebben. Maar van de vijf groepen zijn er nog twee over. „Ik wil er eigenlijk niet over nadenken waar die kinderen gebleven zijn.”

Waardoor de is vraag naar kinderopvang plotseling zo sterk afgenomen? Misschien, zo suggereert Asscher, hebben ouders onverwacht heftig gereageerd op de reeks bezuinigingen van het afgelopen jaar. Ook de economische crisis en de strengere controle door de Belastingdienst kunnen een rol spelen.

De minister gaat nader onderzoeken wat de redenen precies zijn voor de sterke afname, maar duidelijk is dat de kosten van kinderopvang voor ouders sinds 2007 sterk zijn toegenomen. Dat blijkt uit een berekening van bureau Buitenhek consultants. Voor een gezin met een modaal jaarinkomen (33.000 bruto) zijn de kosten in de afgelopen zes jaar gestegen van 812 euro naar 2.330 euro per jaar. Uitgaande van twee dagen opvang voor twee kinderen; een naar de crèche, de ander naar de buitenschoolse opvang (BSO). Wie twee keer modaal verdient, betaalt nu 4.705 euro in plaats van 2.054 euro. De kostenstijging voor ouders komt vooral door de lagere toeslag.

    • Elsje Jorritsma