Brieven & Tweets

Ik doelde op een andere Belgische politicus: Feret

Tom Lanoye (Brieven, 4 december) stelt dat ik „uit mijn nek lul” in mijn column ‘Je moet kunnen beledigen of spotten’ (NRC Handelsblad, 30 november). Ik had daarin geschreven dat „een Belgisch politicus werd veroordeeld tot tien jaar onverkiesbaarheid omdat hij waarschuwde voor de ‘veroveringszuchtige islam’”.

Volgens Lanoye is dat onjuist. Want hij kent een zaak waarin iemand om een andere reden tot tien jaar onverkiesbaarheid werd veroordeeld. Waarom hij dan denkt dat ik ook die zaak die hij kent bedoelde, is mij een raadsel. In mijn column doelde ik op de zaak-Feret, niet op de zaak-Wymeersch. Inderdaad werd Wymeersch níét veroordeeld wegens waarschuwen voor de „veroveringszuchtige islam”.

Maar Feret dus wel.

Thierry Baudet

Amsterdam

Bestraffen medische fout heeft een averechts effect

Het voorstel van Anne Mulder om artsen op non-actief te stellen tijdens de behandeling van een fout (NRC Handelsblad, 4 december) lijkt in eerste instantie effectief. Medische fouten zijn verschrikkelijk en dienen voorkomen te worden. Het artikel stelt dat de tegenwoordige generatie dokters meer fouten maakt. Het absolute aantal gemelde fouten is immers toegnomen.

Hierin zit de nuance. Door het melden van fouten wordt de zorg veiliger, doordat artsen ervan leren. De arts van tegenwoordig wordt opgeleid om veilige zorg te leveren. Elkaar aanspreken is vanzelfsprekend. In de opleiding wordt veel aandacht besteed aan het melden van fouten.

In het verleden werd een fout relatief eenvoudig weggemoffeld. Hiervan werd de patiënt niet beter en jonge artsen leerden er niet van, maar kopieerden wegmoffelgedrag.

Het bestraffen van fouten heeft een ongunstig effect op het melden van fouten en hiermee op de verbetering van zorg. Er is een grote kans dat fouten weer weggemoffeld zullen worden als de veroorzaker van de complicatie of fout op voorhand op non-actief wordt gesteld. Dit verhindert dat er geleerd wordt van complicaties of fouten. Grove misstanden worden hier bovendien niet mee voorkomen. Een zieke dokter zal blijven disfunctioneren.

We moeten voorkomen dat jonge dokters worden gekweekt tot wegmoffelaars, hoe goedbedoeld de maatregel ook lijkt te zijn.

Dr. Rudolf Poolman

Orthopedisch chirurg, opleider in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam en maker van een medische fout waarvan hij en zijn team geleerd hebben

Die jongens kijken te veel naar actie- en vechtfilms

Iedereen probeert te begrijpen hoe het mogelijk is dat een paar jongens na een voetbalwedstrijd een grensrechter zo geschopt hebben dat hij daaraan overleed. Het lijkt mij mogelijk dat deze jongens gewoon niet wisten dat wat ze deden zulke fatale schade kan veroorzaken. In actie- en vechtfilms is het volkomen normaal dat nog wel zwaarder geweld wordt gebruikt, zonder dat er veel letsel ontstaat. Ik wil niet beweren dat het imitatiegedrag is, maar wel dat je in die films te zien krijgt dat iemand een gevecht lijkt te verliezen, hij wordt tegen zijn hoofd en in zijn buikt getrapt en door de kamer geslingerd, maar toch komt hij weer overeind. Vaak keren dan zelfs de kansen in het gevecht; de ander blijft als verliezer achter en de winnaar heeft nergens meer last van.

Hoe moeten die jongens weten dat één schop tegen het hoofd of in de buik al dodelijke verwondingen kan veroorzaken? Ze denken dat een beetje sportieve man daar wel tegen kan. Als deze veronderstelling juist is, betekent dit dat dit op school moet worden uitgelegd, bij biologie of eventueel bij ‘lifestyle’ of sport.

Freek Polak

Arts-psychotherapeut, Amsterdam

In het rugby zeggen we: zo doen wij dat dus niet

Jaren geleden speelde ik een rugby wedstrijd. Een nieuwe speler maakte na een fluitsignaal opmerkingen naar de scheidsrechter. De captain liep langzaam naar de nieuwe speler en haalde uit. De speler ging neer. „Dat doen we hier niet”, was het enige wat hij zei, terwijl hij wegliep. Het was helder, voor iedereen. We hebben er nooit meer over gepraat.

M. Molendijk

Amsterdam

Die bus stond dwars op Kensington High Street

Nu ons kleinkind in Londen ‘au pairt’, lezen wij met extra belangstelling de Engelse berichten in NRC Handelsblad, zo ook over de Londense fog (3 december). Mijn gedachten gingen zestig jaar terug, toen ik zelf au pair was in Londen.

Ik zat in de bus in de City, op weg naar Hampstead Garden Suburb, toen de mist plotseling op de stad viel. In een oogwenk was het zicht totaal verdwenen. De buschauffeur, die het rechte pad trachtte te houden, belandde dwars op Kensington High Street. Eenmaal aan de kant moest iedereen de bus verlaten. De passagiers gingen op zoek naar een metrostation. Toen de laatste reiziger uitstapte, stond de busconducteur op het achterbalkon. Hij riep luid: Anybody wants to buy a bus? De volgende dag luidde een Engelse krantenkop: THE WHOLE CONTINENT IS ISOLATED!

I. van Gelderen

Joppe

In die artikelen over Carré ontbreekt Johan Buziau

Met spijt constateer ik dat het gebrek aan kennis bij NRC Handelsblad (weer eens?) manifest is.

In de twee pagina’s over 125 jaar Carré wijdt u geen woord aan misschien wel de grootste artiest die ooit in Carré heeft opgetreden: Johan Buziau. Als er ooit een ster – ik haat dat woord, maar weet zo gauw geen beter – is geweest aan wiens voeten heel Nederland lag, dan was het wel Johannes Franciscus Buziau. Hij, begonnen als Professor Rikiri, ontwikkelde zich tot een van de grootste clowns. Hij was wat men noemt een ‘vooroorlogs’ artiest. Erna trad hij niet meer op.

Als tiener heb ik aan de hand van mijn vader en moeder diverse optredens van hem mogen bijwonen, in Scala in Den Haag en in Carré. Ik herinner mij hem, optredend tijdens de Italiaanse inval in Abessinië, geheel verkleed als negus van dat land, met het capeje dat voor de koning zo typisch was. De teksten herinner ik mij niet meer, maar ze waren uiterst actueel en niet vriendelijk voor de machthebber Mussolini.

Wim Kan zei: „Men kan de Nederlanders verdelen in degenen die Buziau hebben gezien en de overigen!”

U hoort tot die overigen, vrees ik.

A.J. Simons

Brasschaat

Is Naftaniel zo gematigd?

De directeur van het zionistische propaganda-instituut CIDI, Ronny Naftaniel, is bedrieglijk gematigd.

Hij suggereert dat de Verenigde Naties nieuwe grenzen voor het Palestijnse gebied hebben bepaald door Palestina te erkennen. Deze grenzen worden door de internationale gemeenschap al meer dan veertig jaar gebruikt en zijn acht jaar geleden ook erkend door het internationaal hoogegerechtshof.

De nieuwe bouwplannen van Israël lijken mij eerder de vervulling van een lang gekoesterde wens dan een straf voor de Palestijnen.

„Zonder voorwaarden vooraf” onderhandelen, betekent dat de Palestijnen geen voorwaarden mogen stellen (zoals een bouwstop in de bezette gebieden, waarom wijst Naftaniel dit af?), maar dat Israël dat nog wel mag (waarom wil Israël anders niet praten met Hamas?). Palestina heeft Israël erkend met de grenzen van 1967. Als we een evenwichtig en rechtvaardig vredesproces willen, is het niet meer dan logisch dat Israël Palestina dient te erkennen met de grenzen van 1967.

Jaap Bosma

Hoogezand