Bankenunie komt in stapjes

De ECB krijgt het toezicht op Europese banken. Kleine landen blokkeerden vannacht extra invloed voor grote landen.

Met het besluit om de Europese Centrale Bank (ECB) verantwoordelijk te maken voor bankentoezicht in de eurozone, hopen de euroministers van Financiën vanmorgen vroeg een cruciale stap te hebben gezet in de crisisbestrijding. Maar twee grote financiële centra in Europa vallen niet onder dit Europese toezicht. Het Verenigd Koninkrijk en Zweden doen niet mee.

„We hebben een fundamenteel besluit genomen”, zei eurocommissaris Michel Barnier (Financiële Diensten) vanmorgen na veertien uur vergaderen. „Stukje bij beetje, steen voor steen, wordt de Europese bankenunie op dit fundament gebouwd.” Vanavond en morgen bespreken de 27 Europese regeringsleiders de volgende stappen in deze bankenunie, zoals een Europees systeem om bankfaillissementen te voorkomen en af te handelen (in jargon: ‘resolutie’). Uiteindelijk moet de bankenunie zorgen dat ‘zieke’ banken landen niet meer onderuit kunnen halen, en andersom.

Alleen de grootste grensoverschrijdende banken komen vanaf maart 2013 onder direct toezicht van Frankfurt. Dat zijn er 150 à 200. Toezicht over banken met minder dan 30 miljard aan activa en waarvan de balans minder dan eenvijfde van het bbp van een land bedraagt, blijft in handen van nationale toezichthouders. In Nederland komen de vier grootste banken (ING, Rabo, ABN en SNS) onder direct ECB-toezicht. De ECB is wel eindverantwoordelijk voor toezicht op alle banken in de eurozone, ook kleintjes. Dat betekent dat zij kan ingrijpen als er een probleem is. De Tweede Kamer had juist gisteren gepleit voor direct ECB-toezicht op alle Europese banken, ook de kleine.

ECB-bankentoezicht is in principe voor eurolanden, plus EU-landen zonder euro die mee willen doen. Drie niet-eurolanden nemen niet deel, omdat zij binnen de ECB nooit helemaal gelijk kunnen zijn aan eurolanden: Groot-Brittannië, Zweden en Tsjechië. Polen en Hongarije doen waarschijnlijk wel mee. De overige moeten nog beslissen. Sommige vrezen dat dit de EU in tweeën splijt. Andere zijn juist verheugd dat Europa nu, weliswaar verdeeld, verder kan met de crisisbestrijding.

Het Europees Parlement moet de regeling, die gefaseerd wordt ingevoerd, nog goedkeuren. Pas als de ECB zegt dat het toezicht functioneert, kan het euronoodfonds ESM leningen verstrekken aan probleembanken zonder dat de staatsschuld van een land omhoog gaat. Vooral Duitsland, Nederland en Finland willen hier zo lang mogelijk mee wachten. Zij zijn bang dat het ESM, dat ook landen moet kunnen redden, wordt leeggezogen door banken.

Om de monetaire onafhankelijkheid van de ECB te waarborgen wordt voor bankentoezicht een apart orgaan in het leven geroepen: de toezichtsraad, waarin alle bankgouverneurs van deelnemende landen zitting hebben. Dat de ministers zo lang vergaderden, kwam mede doordat Duitsland in de toezichtsraad extra stemrecht eiste voor landen met een grote bankensector. Kleinere landen, waaronder Nederland, zijn daar fel tegen. De Duitsers verloren: binnen de ECB heeft elk land één stem.

Gisteren stelden Duitsland en Frankrijk voor om ook een ‘stuurgroep’ op te richten, die beslissingen van de toezichtsraad moet voorbereiden, met een permanente zetel voor Duitsland, Italië, Frankrijk en Spanje. De rest moest rouleren. Ook dat plan strandde op verzet van onder meer de Benelux. Volgens een onderhandelaar „hebben alle landen een zetel in deze stuurgroep’’. Wel komen er verschillende manieren waarop er in deze groep wordt gestemd. Zo krijgt Duitsland toch een enigszins ‘gewogen’ stemrecht.

Commentaar: pagina 2

Reacties banken: pagina 31

    • Caroline de Gruyter