Als veiligheid een obsessie wordt

Wat vinden de NS en ProRail van de kritiek dat de veiligheid in de trein beter kan? In elk geval gaan ze de dienstregeling minder strak plannen. En ja, die tafeltjes zouden dikker kunnen.

Oscar Vermeer

Politiek redacteur

Kan ik nog veilig met de trein? Die vraag blijft over na de presentatie, dinsdag, van het uiterst kritische rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over het treinongeluk in Amsterdam in april. NS-topman Bert Meerstadt en ProRail-directeur Marion Gout reageren op de belangrijkste bevindingen.

1Het interieur van de treinen is niet veilig genoeg.

Bert Meerstadt: „Natuurlijk hebben we goed nagedacht over de veiligheid. Maar we denken óók goed na over sociale veiligheid, wat ook een politieke wens is. Reizigers moeten zich prettig voelen tijdens hun reis. Vandaar bijvoorbeeld die glazen wanden, je kunt daardoor ver de trein in kijken. Maar we hebben de oproep van de Onderzoeksraad goed begrepen. Die is zeer expliciet dat veiligheid bovenaan moet staan.

„Bij de volgende bestelling van Sprinters zullen we een andere afweging maken. Een voorbeeld: tafels kunnen bijvoorbeeld dikker en ronder. Dat ziet er lomper uit, maar is wel functioneel. Maar voorlopig verandert er niets. We wachten eerst een onafhankelijk onderzoek af naar wat de mogelijkheden zijn. We willen weten wat zin heeft. Er wordt onder meer gekeken naar hoe de veiligheid in vliegtuigen is geregeld.”

2Het valt niemand op als een trein door rood rijdt.

De machinist van de Sprinter miste een rood sein maar werd niet gewaarschuwd. Niet door een automatisch alarmeringssysteem – want dat is er niet – en niet door de verkeersleiding, want die kan dat niet zien. Volgens de Onderzoeksraad bestond er vroeger een waarschuwingssysteem voor machinisten, maar dat functioneerde niet goed: „In plaats van dit systeem te verbeteren, is het afgeschaft.”

Bert Meerstadt: „Dat is gebeurd omdat het vaak valse meldingen gaf. We vertrouwden het niet, dus we hebben het niet meer gebruikt. Waarom we dat oude systeem niet hebben verbeterd? Waarom-vragen zijn niet productief. We gaan nu opnieuw zoeken naar zo’n systeem. Het is simpel: je doet het niet, of je doet het goed. En we zorgen er ook voor dat er minder rode seinen nodig zijn.”

Marion Gout: „Dat goed functionerende systeem moet nog gebouwd worden, dat is er nu nog niet. Als je een systeem hebt dat niet goed werkt, ben je daar ook niet honderd procent happy mee. Dat is steeds de afweging.”

3Een automatisch veiligheidssysteem ontbrak.

1.700 seinen zijn voorzien van het veiligheidsysteem ATB-vv. Dat regelt dat treinen die door rood rijden, automatisch tot staan worden gebracht.

Marion Gout: „Volgend jaar trekken we 25 miljoen uit om nog eens achthonderd seinen van ATB-vv te voorzien. Ik heb tegen staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur, PvdA) gezegd dat ATB-vv op het hele netwerk nodig is, ook bij dat laatste sein dat heel ver weg staat. Dat gaat veel geld kosten, hoeveel precies zijn we nog aan het uitrekenen. Maar de eerste wedervraag is natuurlijk: wat wilt u dan schrappen? We krijgen er in deze tijd van bezuinigingen echt geen geld bij.”

Bert Meerstadt: „Overal ATB-vv moet je gewoon doen. Je moet niet meer willen wachten op het nieuwe veiligheidssysteem ERTMS, dat we vanaf 2016 stapsgewijs willen invoeren.”

4Treinen rijden te kort op elkaar.Marion Gout: „De planning van de dienstregeling wordt een steeds moeilijker puzzel. We beginnen tegen het maximaal haalbare aan te lopen. We hebben het drukst bereden spoornetwerk van Europa, we benutten het maximaal. De kans dat er iets fout gaat, is niet nul. Extra geld voor uitbreiding van de capaciteit zou mooi zijn. De vraag is uiteindelijk: hoeveel geld hebben we met elkaar over voor het spoor?”

Bert Meerstadt: „We hebben al veel gedaan. Er kunnen meer mensen in de treinen doordat we dubbeldekkers inzetten. We gebruiken treinen die net zo lang zijn als de perrons. Op een gegeven moment ontkom je er niet aan om een extra trein in te zetten. Onze reizigers komen gewoon om acht uur opdagen op het perron en verwachten meegenomen te worden. En terecht: die kunnen we niet laten staan. We laten voortaan bij werkzaamheden minder treinen rijden. Treinen krijgen meer tijd om te kruisen en te passeren. Voor de reiziger betekent dat meer omrijden en vaker met een bus.”

    • Oscar Vermeer