‘Zo klein zijn we helemaal niet. Denk aan Al Pacino’

Voor acteur Richard Armitage (41) is de rol van dwergenkoning Thorin een doorbraak.

Hij zal het wel heel vaak te horen krijgen tussen nu en de zomer van 2014, als het laatste deel van The Hobbit-trilogie uitkomt. „U bent langer dan ik dacht”, begroet ik Richard Armitage (41) in Londen, waar het Hobbitcircus zijn tenten heeft opgezet. De Britse acteur, 1 meter 88, speelt dwergenkoning Thorin Oakenshield. Een heel forse dwerg, benadrukt hij. Zo’n 1 meter 60: denk aan Al Pacino. „Zo klein zijn we niet”, zegt hij wat defensief.

In An Unexpected Journey, deel één van The Hobbit-trilogie, moet hij als koning boven zijn mededwergen uitsteken. Waren dwergen en hobbits in de Lord of the Rings-films onderdeurtjes tussen mensen en elfen, nu is het andersom: in het begin wandelt tovenaar Gandalf als een klunzige reus door de Hobbitwoning, stoot hij zijn hoofd, valt uit de toon. Armitage: „Dit is een film op dwergenmaat. Ze hebben voor Ian (McKellen, Gandalf) een tweede, extra kleine Hobbitwoning gebouwd. Bij scènes aan de eettafel moest hij soms alleen in een volledig groene studio zitten en werd dan digitaal tussen ons ingeplakt.”

McKellen zelf had moeite met zijn verheven positie: „Acteren is spontaniteit, elkaar in de ogen kijken. Dus toen ik daar in mijn eentje in die groene kamer zat, mompelde ik: 'Dit is niet waarom ik acteur werd.” Regisseur Peter Jackson: „Hij stond vaak op een kist, om boven ze uit te toreren. Maar Ian had liever de dwergen op hun knieën.” McKellen, die graag de relnicht uithang - Gandalf the Gay: „Ik ben gek op dwergen, en op één in het bijzonder.”

Van de dertien dwergen die met hobbit Bilbo Baggins op reis gaat om hun rijk Erebor te heroveren op de draak Smaug, is Armitage de enige die zich onderscheidt. Koning Thorin Oakenshield is een broeierige, norse leider die Bilbo een blok aan zijn been vindt. „Thorin is de enige dwerg die geen grappen maakt”, zegt Armitage. „Hij raakt gefrustreerd als de rest boeren laat of met eten gooit. Thorin heeft een missie, hij wil slagen waar zijn opa en vader faalden. Kom op, jongens, neem onze queeste wel serieus. The Hobbit heeft een lichte toon, Thorin bewaakt de ernst.”

Voordat regisseur Peter Jackson hem castte, was Armitage vooral bekend als tv- en toneelacteur. Met een diepe bariton, scherpe trekken en licht starende, blauwe ogen leent zijn intensiteit zich goed voor schurkenrollen. Thorin Oakenshield is hard en wantrouwig. Ook een koning zonder koninkrijk, zoals Aragon in The Lord of the Rings. Maar hij is bepaald geen verliefde eenling. Armitage: „Liefde is niet Thorins prioriteit. Hij is een geboren leider die zijn volk hun huis wil teruggeven, maar hij heeft een corrumperende zwakte: hebzucht. De kern van The Hobbit is het verlangen naar thuis. Tolkien schreef het boek voor de vrienden uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog die nooit thuiskwamen.”

Hoe wordt je een dwerg? Armitage las voofraf alles wat Tolkien over dwergen schreef en verdiepte zich in Noorse mythologie. „Maar zodra je in Nieuw-Zeeland arriveert, wordt het een fysieke kwestie. We hadden een wekenlang bootcamp voor dwergen, waar we met zijn allen in bomen klommen en vuurtjes maakten en leerden zwaardvechten en paardrijden. Dat, en je make-up, definieert je personage. Je zit elke ochtend drie uur bij de make-up, dan heb je alle tijd om te focussen. Ik luisterde daarbij naar muziek van Krzysztof Penderecki. Zwaar en onheilspellend, dat past bij Thorin.”

    • Coen van Zwol