Wortels van de crisis

Natuurlijk heeft de gewelddadige dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen een golf van nationale verontwaardiging en ontzetting gewekt. Vanzelfsprekend is er een stille tocht gehouden. Een zoon hield een ontroerende toespraak. Hiervan was een fragment te zien op de televisie. Er is opnieuw een nationale campagne tegen zinloos geweld, deze keer in het bijzonder begonnen op het voetbalveld. Over de tragiek van de gebeurtenis kan geen verschil van mening bestaan, maar hoe cynisch het misschien ook mag klinken, dit geheel begint langzamerhand te horen tot onze nationale tradities.

In het laatste decennium van de vorige eeuw is de uitdrukking ‘zinloos geweld’ opgenomen in het spraakgebruik. In 1996 werd in de Voetboogstraat in Amsterdam de 26-jarige Joes Kloppenburg doodgetrapt, nadat hij geprobeerd had tussenbeiden te komen ten behoeve van een dakloze die werd mishandeld door een paar mannen. Ook toen waren er nationale verontwaardiging en een campagne. Aan het begin van de straat werd een bordje bevestigd met de tekst ‘Dit is een geweldloze zone’. Er kwamen straattegels met lieveheersbeestjes. Een jaar later werd in Leeuwarden Meindert Tjoelker vermoord, onder soortgeljke omstandigheden.

Ik bewaar een citaat uit het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, jaargang 1985. „Het aantal patiënten dat in het ziekenhuis wordt opgenomen voor behandeling van opzettelijk toegebracht letsel is binnen acht jaar drie maal zo groot geworden. Het hoogste aantal patiënten is 20 tot 24 jaar. Fracturen van de schedel, vooral die van de aangezichtsbeenderen en letsel van de inwendige organen, zijn de meest voorkomende aandoeningen.” Dit is lang geleden. Sindsdien is de situatie niet verbeterd, ondanks alle aandacht van de overheid voor onze normen en waarden. ‘Fatsoen moet je doen’ – nog meer rijmpjes, allemaal vergeefs.

De aantasting van de openbare orde heeft zich verder uitgebreid. Overvallen op juweliers, supermarkten en tabakswinkels horen tot het normale ‘gemengde nieuws’. Sinds een paar jaar is er een nieuwe trend. Het personeel van openbare diensten – GVB, brandweer, ambulance – wordt in toenemende mate lastiggevallen en gemolesteerd. Ben je goed bij je hoofd, dan denk je dat dit de aanloop is tot een vorm van zelfvernietiging. Kennelijk is een deel van de nieuwe generatie een radicaal andere mening toegedaan. Na een jaar of dertig ervaring met deze praktijken moeten we langzamerhand tot een nieuwe conclusie komen. Deze vormen van zinloze geweldpleging horen tot de hedendaagse samenleving.

Het ligt dus voor de hand dat we ons ten eerste afvragen wat de diepste oorzaken zijn, om daarna te komen tot een remedie die verder gaat dan het houden van stille tochten, het bedenken van vermanende rijmpjes en streng straffen. Zie fatsoenlijk gedrag als een product, als het resultaat van opvoeding en onderwijs. Volgens de meest recente tellingen, die ik opdiep van Wikipedia en uit andere Googlebronnen, telt de Nederlandse bevolking 250.000 volslagen analfabeten en anderhalf miljoen laaggeletterden. Dit zijn mensen voor wie de tekst van een bekeuring, een recept of de bijsluiter van geneesmiddel te moeilijk is. Van dit aantal is een half miljoen allochtoon. De rest is geboren en getogen Nederlander.

Deze onthutsende aanwas dateert van ongeveer de afgelopen vijftien jaar. Dit is op zichzelf geen wonder. Als het analfabetisme eenmaal een zeker niveau heeft bereikt, heeft het de neiging zichzelf voort te planten. Het is heel onwaarschijnlijk dat er enigszins geletterde kinderen zullen voortkomen uit een gezin dat functioneel analfabeet is. Een op de tien vijftienjarigen kan nauwelijks lezen. Waar steken zij hun kennis op? Ze kijken naar de televisie – niet naar de meest vredelievende programma’s. De praktijk leren ze op straat. In feite is er sinds de Mammoetwet in 1968 op een ongelofelijke manier gesold met ons onderwijs. Hiertegen is veel geprotesteerd – vergeefs. Twee generaties zijn in meerdere of mindere mate van dit experiment het slachtoffer.

Natuurlijk, de maatschappij verweert zich. Maar hoe? Toen de lastige jeugd het openbaar vervoer in Gouda teisterde, stelde Geert Wilders voor de troepen uit Uruzgan terug te halen om daar orde op zaken te stellen. Niets meer van gehoord. Nu is de PVV in de peilingen van Maurice de Hond met 24 zetels weer de grootste partij. Het staat vast dat twee van de vier daders van Marokkaanse afkomst zijn. De websites van internetkranten stromen vol met de meest verontwaardigde en bloeddorstige reacties. Geert Wilders, die na de laatste kabinetscrisis enigszins in de versukkeling was geraakt, beleeft een nieuwe triomf. De tragedie op zichzelf toont hoe labiel onze samenleving is geworden, maar ook hoe machteloos de politiek en het bestuur tegenover dit gigantische gebrek staan.

Sinds ongeveer 2008 worden de tegenstellingen verscherpt, door de economische crisis. Dit is overal in het Westen het geval. In Nederland wordt dit effect versterkt door het zichtbaar verval van de bestuurlijke klasse, gesjoemel van hoge ambtenaren en een toenemend gebrek aan geloofwaardigheid van de premier – zoals zaterdag beschreven in deze krant. De crisis vreet de natie aan. Hoe begrijpelijk en ontroerend ook, een stille tocht is in dit verband niet meer dan een theatraal lapmiddel.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.