‘We zijn juist op zoek gegaan naar het onaffe’

Animatiefilm Ernest & Célestine won al vele prijzen. Benjamin Renner over computers en waterverf.

Ernest en Célestine

De jonge Franse animatiemaker Benjamin Renner zit ontspannen aan de ontbijttafel. Het is de ochtend nadat de door hem geregisseerde film Ernest & Célestine het Cinekid-festival heeft geopend. Een week later krijgt zijn innemende animatiefilm over de vriendschap tussen de brombeer Ernest en het muzikale muisje Célestine zowel de jury- als publieksprijs van Cinekid. De film is gebaseerd op de prentenboeken van Gabrielle Vincent (1929-2000) die in Nederland zijn uitgebracht als Brammert en Tissie.

„Toen ik vijf jaar geleden bij de film betrokken raakte als regisseur was het script bijna af. Ik ben meteen gaan tekenen. Eerst heb ik de storyboards gemaakt en ben ik gaan nadenken over de animatie van de karakters, hoe de achtergrond eruit moest zien, de te gebruiken techniek. Die voorbereidende fase duurde zo’n twee jaar, lang maar absoluut noodzakelijk. In totaal heb ik vierenhalf jaar aan de film gewerkt.

„Alle figuurtjes, inclusief Ernest en Célestine, zijn met de computer getekend. Maar alle achtergronden, 950 in totaal, zijn ambachtelijk gemaakt met echte waterverf. Dat was heel moeilijk omdat alles tegenwoordig met de computer gebeurt. Het ambacht van schilderen met penseel en verf dreigt te verdwijnen. Voordat ze verder bewerkt konden worden, moesten we die tekeningen één voor één laten scannen. En het handmatig werken op papier gaf een extra probleem toen onze studio geteisterd werd door een muizenplaag. Eerst vonden we het snoezig, totdat ze aan de tekeningen begonnen te knagen!

„Er zitten ongeveer 40.000 tekeningen in Ernest & Célestine. In vergelijking met andere animatiefilms hebben wij een film gemaakt met veel minder shots, in totaal zo’n 980. We monteren minder, waardoor scènes langer duren, soms wel een minuut. We gebruiken ook een iets andere animatiestijl met 12 tekeningen per seconde, terwijl voor echt heel vloeiende bewegingen het dubbele nodig is.

„We begonnen met een kleine crew van tussen de drie en zes animatoren, maar op het hoogtepunt van het productieproces werkten er vijftien animatoren aan het losjes schetsen van de figuren en waren er vijftien in dienst om de tekeningen in te kleuren. Daarnaast nog eens tien animatoren voor de achtergronden, plus tien mensen om deze achtergrondtekeningen in de computer samen te voegen met de tekeningen van de personages. In die laatste fase gaat het ook over belichting, sfeer, en waar camerabewegingen komen.

„We hebben de stijl gebaseerd op de boeken van Gabrielle Vincent. We wilden zo dicht mogelijk bij haar tekeningen blijven. Die zijn gemaakt in een losse, schets-achtige stijl. Minimalistisch, met weinig lijnen. Alleen het essentiële, waardoor alles juist heel expressief wordt. In animatiefilms moet meestal alles ‘af’ zijn, zeker de omtrek van de figuren omdat je ze namelijk moet kunnen inkleuren. Maar wij zijn juist op zoek gegaan naar het onaffe, het snelle en schetsmatige van Vincents tekeningen. De film is een hommage aan haar werk maar heeft zijn eigen karakter, het is geen slaafse imitatie. Het scenario staat bijvoorbeeld iets verder weg van haar boeken. Scenarist Daniel Pennac is in Frankrijk heel erg bekend als auteur van boeken met een geheel eigen universum en duistere sfeer. Behoorlijk cynisch, met veel zwarte humor. Zijn scenario voor Ernest & Célestine mengt beide werelden. De film begint met zijn kijk op ons alledaagse bestaan, waarbij Ernest nog een egoïstische mopperkont is die alleen wil eten. Daarna schuift het langzaam op naar de paradijselijke visie van Gabrielle Vincent, met de nadruk op de vriendschap tussen de beer en de muis. Een transformatie van donker universum naar idealistische wereld.”