Voor een gebrekkige rapper heeft Ali B het ver geschopt

Ali B heeft de reputatie van een sellout, maar wordt tegelijk gezien als voorname vertegenwoordiger van de hiphop. Het genre verliest zijn scherpe randen, vindt Thomas Heerma van Voss.

Bijna twee jaar geleden vond er een benefietavond voor de Nederlandse hiphop plaats. In een uitverkocht Paradiso traden negen rappers op, allemaal fanatiek aangemoedigd vanuit de zaal. Tot een van hen halverwege zijn show plotseling zei: „Ik wil even aandacht geven aan Ali B. Hij wordt vaak niet serieus genomen, maar hij verdient het om appreciated te worden.” De sfeer sloeg meteen om. Meerdere toeschouwers mompelden iets afkeurends, op sommige plekken werd gefloten. „Jullie kunnen nu wel haten, maar Ali zorgt er wel voor dat hiphop in Nederland groot wordt. Hij geeft ons zendtijd op de TROS, en dat is zeg maar een eiland van mensen die alleen Frans Bauer luisteren.”

Er volgde een stilte, een kort moment van bezinning, toen begonnen enkelen voorzichtig te klappen en stukje bij beetje overwon het applaus.

In minder dan een minuut werd duidelijk hoe drastisch het imago van Ali B de laatste jaren is veranderd. Eerst stond hij bekend als een gebrekkige rapper, die zich elke rol aanmat waarmee hij een hit kon scoren. De ene dag een stoere straatvechter, de andere dag een vertegenwoordiger van Amnesty International – dat was het spel dat Ali B speelde, en het leverde hem binnen de hiphop de reputatie op van een zogeheten sellout, iemand zonder veel talent die alles doet voor geld.

Nu is Ali B niet meer primair een rapper, hij is een mediapersoonlijkheid, een tafelheer, een programmamaker. En door dat laatste is het dubieus genoeg ook ineens toegestaan om hem volmondig toe te juichen.

Vanavond begint het derde seizoen van het tv-programma Ali B Op Volle Toeren. De formule is die drie seizoenen hetzelfde gebleven: iedere aflevering ontmoet een rapper een Nederlandse zanger(es) uit de vorige eeuw, waarna beide artiesten de opdracht krijgen om elkaars muziek in hun eigen stijl te bewerken. Het programma werd geprezen door de landelijke pers en kreeg meerdere onderscheidingen, maar de meeste bijval kwam nog wel vanuit de hiphopwereld zelf. Het publiek dat Ali B eerder zo bekritiseerd had, nam hem nu zonder aarzeling in de armen, binnen twee afleveringen werd het uitfluiten definitief ingeruild voor een lofzang.

Toegegeven, de prestatie van Ali B is niet gering: hij heeft het als eerste voor elkaar gekregen Nederlandse hiphop serieuze, prime time zendtijd te geven. En dat terwijl het genre juist grotendeels is gebouwd op de rol van de underdog. Opgekomen in de armste wijken van Amerika en overgenomen in de Hollandse achterbuurten, is hiphop vanaf het begin af aan een middel geweest om stemlozen een stem geven. Klagen over een gebrek aan erkenning van de nationale media is daar een fundamenteel onderdeel van. Ook onder de Nederlandse rappers overheerst nog altijd het sentiment dat radio en televisie hun geen eerlijke kans geven. De eerste keer dat er een Nederlandse hiphopact bij DWDD optrad – De Jeugd van Tegenwoordig, 2008 – werd door sommigen gevierd alsof Rosa Parks* na jarenlang zwoegen eindelijk toestemming kreeg om in de bus te zitten waar ze maar wilde.

Nu is er wat betreft media-aandacht een nieuw hoofdstuk aangebroken, ingeleid door Ali B op volle toeren. Na het succes van het eerste seizoen zijn er diverse programma’s verschenen waarin hiphop centraal staat, van het avontuurlijke Rappers in de Sneeuw tot het komisch bedoelde Holland in da Hood. Sommige kunnen rekenen op gestaag groeiende kijkcijfers, andere worden matig beoordeeld, maar de algehele stemming onder hiphopliefhebbers blijft die van een onnozele tevredenheid. Het geliefde genre dringt immers eindelijk door tot de televisie, dat feit op zich lijkt alle bezwaren te ontkrachten.

Wat daarbij over het hoofd gezien wordt, is hoe de standaard de afgelopen jaren onbewust is veranderd. Binnen de hiphopwereld heeft men zo lang gesnakt naar serieuze erkenning dat aandacht op zich het doel lijkt te zijn geworden. Want eerlijk is eerlijk, de manier waarop het genre wordt uitgelicht, laat flink te wensen over: in vrijwel alle programma’s draait het om randzaken, niet om de muziek zelf. Rappers krijgen alleen zendtijd als ze een dubieuze uitspraak doen, door de sneeuw banjeren, praten over drugsverslaving of samenwerken met artiesten uit andere genres. Wellicht, en zelfs dat waag ik betwijfelen, is zulke aandacht beter dan aanhoudende stilte, maar zolang het genre niet zonder zijwieltjes kan, dient de houding van artiesten, journalisten en luisteraars kritisch te blijven.

En juist daaraan ontbreekt het meer en meer. De hiphopcultuur is zo verknocht geraakt aan de underdogrol dat iedereen een kleine handreiking van buitenaf viert als een algehele zege en marginale muzikanten gezien worden als grote inspiratoren.

Als je er goed over nadenkt, is het toch te zot voor woorden: dat iemand die jaren is bekritiseerd omdat hij zijn vak niet goed uitoefent, nu door dezelfde mensen wordt geprezen en aangemoedigd, omdat hij zich als voorname vertegenwoordiger van dat vak opwerpt? Het eens zo rebelse genre verliest zijn scherpe randen. En het wordt met eenduidig applaus ontvangen.

Thomas Heerma van Voss is schrijver en hiphopjournalist. Hij schreef stukken over hiphop voor onder meer Vrij Nederland en de muzieksites Hiphopleeft en State Magazine.

    • Thomas Heerma van Voss