Veiligheid op het spoor

Nederland heeft een van de veiligste spoorsystemen ter wereld. De voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid schrijft dit in het voorwoord bij een rapport over het treinongeluk dat zich op 21 april in Amsterdam voordeed. Dat lijkt geruststellend, maar des te opvallender is het dan dat dit onderzoek de directe aanleiding vormt voor de Inspectie Leefomgeving en Transport om zowel vervoerder NS als spoorbeheerder ProRail onder verscherpt toezicht te plaatsen. De reden daarvoor luidt samengevat: ze hebben de Spoorwegwet weer overtreden.

Dat is omineus en pijnlijk voor overheidsbedrijf ProRail en voor NS, het bedrijf waarvan het Rijk voor 100 procent de aandelen in bezit heeft.

Bij het ongeluk in Amsterdam viel één dode te betreuren en raakten een kleine 200 mensen gewond. De oorzaak was een combinatie van factoren: een fout van een machinist die door rood reed, een krappe dienstregeling op die dag, het ontbreken van een systeem dat treinen die door rood rijden doet stoppen en het ontbreken van een waarschuwingssysteem voor andere treinen als zoiets gebeurt.

„Veiligheid als randvoorwaarde”, waarop de bestuursvoorzitter van NS in recente interviews zo de nadruk legde, was die dag kennelijk even niet het uitgangspunt. Menselijke fouten zijn nooit uit te sluiten, maar technische onvolkomenheden aan het spoor en de treinen zijn wél te verhelpen.

Wat de spoorbedrijven te verwijten is, is dat ze te weinig hebben geleerd van eerdere ongelukken (Rotterdam in 2005, Gouda in 2008, Barendrecht in 2009), toen onderzoeken ook uitwezen dat ze veiligheidrisico’s onvoldoende lieten meewegen bij aanpassingen van de dienstregeling.

Zoals het ook al veel langer bekend is dat elk jaar zo’n 150 treinen door rood rijden. Ook weten betrokkenen al jaren dat veel te lang is getalmd met de invoering van een systeem dat alle treinen die een rood licht passeren, stilzet. Ook politiek Den Haag, in het bijzonder de minister van Verkeer, treft daarvoor blaam.

Er wordt nu wel aan gewerkt, zoals NS en ProRail ook gisteren in hun reacties op de onderzoeken weer beterschap beloofden. Dat is uiteraard het minste wat ze kunnen doen. Voor NS geldt in het bijzonder de boodschap dat blijkbaar ook het interieur de risico’s op verwondingen bij een botsing vergroten. Dat zal een nieuwe afweging tussen het comfort voor de passagier en diens veiligheid vergen.

Dat de bedrijven onder verscherpt toezicht zijn geplaatst, zal ze hopelijk aanzetten sneller en adequater actie te ondernemen om de veiligheid te vergroten. Want dat het Nederlandse spoorwegnet in verhouding tot het buitenland zo veilig is, is geen troost voor wie net in die verkeerde trein zit.