Uh, de trein, hoe werkt dat?

En de ander – die altijd maar een kwartiertje met de auto hoefde – moet opeens dagelijks met de trein.

Nederland. Arnhem. 8 februari 2007 Jongen staat te wachten op het perron van het station in Arnhem tijdens een sneeuwbui. Foto : Luuk van der Lee / Hollandse Hoogte Luuk van der Lee/Hollandse Hoo>

Ik ken de horrorverhalen, over treinen die stilstaan in de polder of simpelweg niet rijden. En telkens als ik Amsterdamse collega’s met vuurspuwende ogen uren later dan gepland de redactie in Rotterdam op zag strompelen, prees ik mijzelf gelukkig. Van deur tot deur was ik een kwartier kwijt om naar mijn werk te komen, als er file stond soms 25 minuten, maar nooit meer. Wat een luxe.

Sinds enkele dagen zijn de rollen omgedraaid. Nu moet ik met de trein, want parkeren bij de nieuwe redactie in hartje Amsterdam kan niet.

Op mijn eerste dag als forens ga ik voor de zekerheid extra vroeg naar Rotterdam Centraal. Dat is geen straf: het pas geopende nieuwe station is voorzien van alle gemakken. Het benauwde, kale, betonnen tunneltje waar duizenden medeburgers zich tot voor kort doorheen persten om naar de treinsporen te komen, heeft plaatsgemaakt voor een ruime, met natuursteen geplaveide hal met krantenkiosken en chocolatiers.

So far, so good.

De laatste keer dat ik de trein nam, ging ik in een stiltecoupé zitten die al snel door een legertje voetbalsupporters onder de voet werd gelopen. Op de melodie van ‘Hij is een hondenlul’ zongen ze uit volle borst ‘Dit is de stiltecoupé’. Dat was het inderdaad.

Maar vandaag heb ik me voorgenomen om optimistisch te zijn. Ik stel me de voordelen van treinreizen voor, en die zijn er genoeg: je kunt de krant lezen, verantwoord wegdommelen, een praatje maken met medereizigers, e-mails beantwoorden, genieten van het uitzicht en je beweegt uiteindelijk meer, want je moet naar het station fietsen of lopen. En het is allemaal nog milieuvriendelijk ook.

Ook niet onbelangrijk, maar wel potentieel gevaarlijk: je kunt na het werk zorgeloos aan de wijn met collega’s.

Treinreizen in Nederland heeft bovendien meer weg van de metro pakken: elk kwartier gaat er wel een trein naar de gewenste bestemming. Die hoge frequentie is een zegen, maar ook een vloek: want zijn vertragingen niet vaak het gevolg van die superstrak georganiseerde transportketen?

De voordelen van autorijden: je kunt luid meezingen met de radio en weg wanneer je wilt. Baas in eigen bak. Ook niet verkeerd, maar dat is nu dus verleden tijd. De wondere wereld van het ov wacht.

Op ov-gebied ben ik een analfabeet. Met een ov-chipkaart moet je in- en uitchecken, dat snap ik nog wel, maar op mijn jaarabonnement staat een geldigheidsdatum. Is in- en uitchecken dan niet wat overbodig, zeg maar gerust potsierlijk? Voor mijn gang naar het station probeer ik dat nog uit te zoeken, maar internet zwijgt.

Sterker nog: heel wat mensen op het web breken zich, net als ik, het hoofd over deze niet onbelangrijke vraag. Ik kom een nieuwsbericht tegen van begin dit jaar waar de (toenmalige) minister van Verkeer en Waterstaat de NS oproept om jaarkaarthouders die zijn vergeten in te checken niet te beboeten. Wat? Een boete? Omdat je ‘zwartrijdt’ met een verder volledig geldige jaarkaart? Is zoiets écht mogelijk in Nederland?!

Op de websites van de NS en van de ovV-chipkaart – sinds enkele dagen behorend tot mijn internetfavorieten – kom ik het antwoord op mijn vraag niet tegen. Wikipedia biedt uitkomst: ‘Bij de trein hoeft niet ingecheckt te worden’ met een jaarkaart. Helder.

Maar helemaal vertrouw ik het nog niet. Eenmaal op het treinstation loop ik naar een NS-loket om aan alle onzekerheid een einde te maken. Beter niet kunnen doen. „U moet wél inchecken”, zegt een vriendelijke dame ondanks al mijn tegenwerpingen.

Afijn, ik check in, als een brave burgerman en loop naar mijn perron. De Fyra naar Amsterdam – die moet ik hebben. Oeps, twintig minuten vertraging. Maar de transportgoden zijn me welgezind: het is een eerdere trein, die ik niet van plan was te nemen, maar die nu naar het zich laat aanzien speciaal op mij heeft gewacht. Ik ben zelfs vijf minuten eerder in Amsterdam dan verwacht.

Dat is nog eens een dienstregeling.

    • Stéphane Alonso