'Tachtig procent van de zorgkosten maak je in het laatste half jaar van je leven'

De Scootrangers Maassluis op weg naar Hoek van Holland. Deze club met scootmobielen organiseren diverse trips door heel Nederland. Er zijn momenteel 14 dames en één heer lid. Foto: Peter de Krom

De aanleiding

Een nadeel van onze moderne westerse gezondheidszorg is dat mensen bijna niet meer mogen overlijden zonder dat ze in die laatste fase ook alle zorg hebben gehad, stond afgelopen zaterdag in NRC Weekend in een interview met Hans van der Hoeven, arts op de intensive care in het Universitair Medisch Centrum Nijmegen. „Zo’n 80 procent van de kosten die jij in je hele leven maakt in de gezondheidszorg maak je in het laatste half jaar van je leven”, stelde hij daarna. Meerdere lezers mailden ons omdat ze benieuwd waren of het genoemde percentage klopt.

En, klopt het?

Het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en het Milieu (RIVM) heeft de afgelopen decennia veel onderzoek gedaan naar zorgkosten. Leeftijd, het al dan niet hebben van een (chronische) ziekte en hoe dicht iemand op het jaar van overlijden zit, zijn de drie belangrijkste factoren die samenhangen met hoge zorgkosten. De gemiddelde zorgkosten per leeftijdscategorie nemen explosief toe naarmate de leeftijd oploopt. In het onderzoek Kosten van Ziekten (RIVM, 2007) is te zien dat de zorgkosten van mensen tussen de 1 en 44 jaar gemiddeld ongeveer 2.500 euro zijn. Boven de 44 jaar nemen de zorgkosten per persoon toe. Voor mensen tussen de 75 en 84 is het gemiddeld zo’n 13.000 euro en voor mensen ouder dan 85 zo’n 29.000 euro per persoon per jaar.

Maar, schrijft het rapport Levensloop en Zorgkosten (RIVM, 2008), deze cijfers zetten ons op het verkeerde been. „Het is immers niet zozeer de leeftijd waardoor de kosten toenemen, maar het met de leeftijd toenemende aantal mensen dat in het laatste levensjaar is beland en daarom hoge kosten maakt.” En: „Van alle overledenen behoort ongeveer een kwart tot de grootgebruikers van ziekenhuiszorg in het betreffende kalenderjaar.” In het rapport, dat alleen spreekt over het hele laatste levensjaar, niet het halve, worden de zorgkosten van overledenen vervolgens vergeleken met die van niet-overledenen. „De kosten zijn het hoogst voor zuigelingen en jonge kinderen. Voor de daaropvolgende leeftijden zijn de kosten aanzienlijk lager. Vanaf de leeftijd van 40 jaar nemen de kosten in het laatste levensjaar toe, om vervolgens vanaf een leeftijd van ongeveer 65 jaar weer te dalen.” Voor niet-overledenen tekent zich een heel ander patroon af. De kosten lopen iets op met de leeftijd, maar het sterk stijgende patroon zoals bij de eerder genoemde cijfers van de kosten per persoon afgezet naar leeftijd is verdwenen. Per ziekte of overlijdensoorzaak wisselen de zorgkosten uiteraard sterk.

Er worden dus inderdaad aanzienlijk meer kosten gemaakt in het laatste levensjaar. Maar is dit 80 procent van het totale bedrag aan zorg? „Ik denk dat die 80 procent te hoog is”, zegt onderzoeker Johan Polder van het RIVM. „Gemiddeld genomen zeggen wij dat het laatste levensjaar ongeveer vijftien keer duurder is dan andere levensjaren.” In het onderzoek Health care costs in the last year of life – the Dutch experience van onder meer Polder uit 2006 staan concrete cijfers. In 1999 waren de zorgkosten in het laatste levensjaar voor zowel mannen als vrouwen gemiddeld 15.000 euro. De zorgkosten in alle eerdere levensjaren bij elkaar waren voor mannen gemiddeld 79.000 euro en voor vrouwen 111.500 euro. Het aandeel van het laatste levensjaar in percentages was in 1999 dus respectievelijk 16 procent en 12 procent. Het rapport doet ook een toekomstvoorspelling. In 2020 zal het aandeel van het laatste levensjaar voor mannen 14,5 procent van de zorgkosten beslaan en voor vrouwen 11 procent. Over recente jaren zijn geen cijfers beschikbaar. „De laatste jaren zijn er duurdere middelen op de markt gekomen”, zegt Polder. „Dus wellicht liggen de percentages inmiddels iets hoger.” Maar dat het aandeel van de zorgkosten in het laatste levensjaar ineens gestegen is naar 80 procent, lijkt erg onwaarschijnlijk.

Een nuance is wel te maken. Want wat reken je tot zorg? Polder: „Als wij naar zorg kijken, dan hoort daar alle zorg bij, ook bijvoorbeeld psychische zorg en revalidatie. Maar als je alleen naar ziekenhuiszorg kijkt dan verschuiven de cijfers.” Hoe de percentages dan liggen, durft Polder zo niet te zeggen, hij kent ook geen onderzoek waar dat in te vinden is. „We weten wel dat elk jaar 10 procent van de bevolking wordt opgenomen in het ziekenhuis. En we weten ook dat het elk jaar andere mensen zijn. Ook in eerdere jaren dan het laatste levensjaar worden dus ziekenhuiskosten gemaakt.”

Conclusie

Uit diverse rapporten van het RIVM blijkt dat niet leeftijd de belangrijkste factor is waar hoge zorgkosten van afhangen, maar of mensen al dan niet in hun laatste levensjaar zitten. De meeste kosten maken mensen dus inderdaad in hun laatste levensjaar – de rapporten spreken niet van het laatste halve levensjaar. Volgens een rapport van het RIVM uit 2006 maken mannen grofweg 15 procent van de totale verbruikte zorgkosten in het laatste levensjaar. Voor vrouwen is dat grofweg 12 procent. Die cijfers kunnen nu iets hoger liggen, maar 80 procent is wel erg veel. De algemeen geformuleerde stelling van intensivist Hans van der Hoeven dat „je 80 procent van de kosten die je in je hele leven maakt in de gezondheidszorg maakt in het laatste half jaar van je leven” beoordelen wij daarom als onwaar.

    • Laura Wismans