Shakespeare met zware jongens in vitale film

Caesar Must Die. Regie: Paolo en Vittorio Taviani. In: 12 bioscopen.

Werkelijkheid en drama lopen noodgedwongen door elkaar heen in Caesar Must Die (Cesare deve morire), het met een Gouden Beer bekroonde en voor de Oscars ingezonden docudrama van de gebroeders Taviani (in de jaren 70 en 80 populair met films als Padre Padrone en Kaos). Nadat beide, inmiddels stokoude broers in de zwaarbeveiligde Rebibbia-gevangenis in Rome een uitvoering hadden bijgewoond gebaseerd op Dantes Inferno, benaderden ze direct de directeur met de vraag of ze er misschien een film konden maken en zo geschiedde. De keuze viel op Julius Caesar van William Shakespeare, een toneelstuk dat met zijn thema’s van ambitie, macht, wraak en verraad niet alleen goed aansloot bij de belevingswereld van de gevangen maffiosi, maar wellicht ook louterend zou kunnen werken. Shakespeares stuk gaat over de moord op Caesar, en met name over de nasleep van de moord en de motieven van de samenzweerders Brutus, Marcus Antonius en Cassius.

De Taviani’s draaiden hun film afwisselend in zwart-wit en kleur draaiden, maar ze reserveerden dat palet niet exclusief voor de ‘echte’ en de ‘nagespeelde’ scènes. Er wordt aan alle kanten gesmokkeld. Om te beginnen met acteur Salvatore Striano, die na zijn vrijlating in 2006 al een rol speelde in maffiadrama Gomorra en nu voor de rol van Brutus naar de gevangenis ‘terugkeerde’. Dat alles maakt Caesar Must Die tot een hybride film die in zijn rauwheid soms doet denken aan het werk van Pasolini met zijn amateuracteurs. De in het graniet van zwart-wit gehouwen werkelijkheid is soms theatraler dan de kleurrijke toneelscènes, en de repetities zijn vaak niet te onderscheiden van de momenten dat de mannen gewoon zichzelf zijn in hun cellen.

Voor het Italiaans geschoolde oor is te horen dat ze allemaal in hun eigen dialect praten: Romeins, Napolitaans, Calabrisch. En aan de in korte ondertitels samengevatte levensgeschiedenissen van de mannen tijdens de audities is te zien dat hun eigen levens ook door geweld, complotten en vreemde eden van (on)trouw getekend zijn.

Zo bouwen de Taviani’s een hyperrealiteit. Eentje waarin de gevangenisarchitectuur naadloos overloopt in Shakespeares ‘De hele wereld is een schouwtoneel’. Doordat de werkelijkheid zelfs in regie van de Taviani’s weerbarstig blijft, zijn in de slechts zeventig minuten durende film niet alle foutjes en inconsistenties weggepolijst. Maar al met al is Caesar Must Die een bewonderenswaardig experiment, waarin de twee broers zich vitaler en gedurfder tonen dan vele jongere vakgenoten.

    • Dana Linssen