Onenigheid om borstkankerzorg

Goede zorg voor borstkankerpatiënten kan alleen nog in grote ziekenhuizen, zegt KWF. Niet waar, zeggen de chirurgen.

Amsterdam. Willen ze echt beweren dat duizenden Nederlandse vrouwen met borstkanker de afgelopen jaren ondermaats zijn behandeld? De Leidse chirurg Rob Tollenaar is boos. Hij is voorzitter van de Vereniging voor Heelkunde, die de 1.200 Nederlandse chirurgen vertegenwoordigt. „Veruit de meesten van ons doen borstkankeroperaties – tientallen per chirurg per jaar. Dat doen we goed.” Maar nu heeft KWF Kankerbestrijding onlangs gezegd dat dat eigenlijk niet goed genoeg gebeurt. Veel Nederlandse ziekenhuizen doen volgens KWF te weinig operaties om er goed in te zijn.

Onrust in de wereld van de borstkankerzorg. Welke van de 92 Nederlandse ziekenhuizen hebben genoeg borstkankerpatiënten, en daarmee genoeg ervaring, om goede zorg te leveren? Eigenlijk alleen ziekenhuizen die honderdvijftig patiënten per jaar behandelen, zegt KWF Kankerbestrijding. Dat zijn de acht academische, het Antoni van Leeuwenhoek en enkele grote algemene ziekenhuizen. KWF baseert zich op normen van de Europese Vereniging voor Borstkanker Specialisten.

Welnee, zeggen de Nederlandse chirurgen: vijftig per jaar is een goed minimum. En dat geldt voor bijna elk ziekenhuis in het land. Tollenaar: „Wij brengen nu in kaart welke ziekenhuizen de beste resultaten halen. Diagnose, operatie, begeleiding, chemokuur, bestraling – alles. Dát moet de patiënt weten.”

Bedoeling van zorgverzekeraars en beleidsmakers in Den Haag is dat kleine ziekenhuizen in de toekomst alleen nog eenvoudige, veel voorkomende operaties doen en zeer gespecialiseerde ziekenhuizen de ingewikkelde.

Jaarlijks krijgen 15.000 Nederlandse vrouwen de diagnose borstkanker. Bijna 90 procent van hen leeft vijf jaar na de diagnose nog. Toch kan het nóg beter. Borstkankervereniging Nederland, die patiënten vertegenwoordigt, pleit ook voor verdere specialisatie. Directeur Sandra Kloezen: „Een medisch team dat drie borstkankerpatiënten per week helpt, heeft meer ervaring dan een team dat maar één patiënt per week behandelt.” Is de zorg in een streekziekenhuis dat zestig borstkankerpatiënten per jaar helpt niet goed genoeg? „Er zijn te veel verschillen in niveau. Wij stellen zeventig operaties als minimum. Eigenlijk zou elk borstkankerteam er honderd per jaar moeten doen.”

Natuurlijk, zeggen ook chirurgen, hoe vaker de chirurg een bepaalde operatie doet, hoe beter hij wordt. Daarom werkt de beroepsvereniging al een paar jaar aan minimumnormen. Voor elke soort operatie bekijken specialisten wat het beste werkt en hoe vaak het personeel in de operatiekamer (ook de chirurg) de ingreep moet doen om er goed in te zijn. Voor borstkanker hadden ze al normen opgesteld: vijftig per team per jaar. Zorgverzekeraars volgen hun advies. Daarom is Tollenaar stellig: „Nergens is aangetoond dat je met honderdvijftig operaties per jaar beter presteert dan met zeventig.” Zelf is hij hoogleraar in Leiden én opereert hij; in zijn ziekenhuis worden wel honderdvijftig borstkankerpatiënten per jaar behandeld.

Ook de Rotterdamse hoogleraar Kankerzorg Surveillance, Jan Willem Coebergh, relativeert. Volgens hem is de borstkankerpatiënt juist gebaat bij een ziekenhuis dat niet al te groot is en waar men elkaar kent en vertrouwt. „We moeten uitkijken dat we geen megastallen creëren. Met files naar die paar supergespecialiseerde ziekenhuizen. Hij bepleit behoud van borstkankerzorg in kleinere ziekenhuizen. „In grote instellingen moet veel worden overgedragen en overlegd. Dat geeft overheadkosten en vergroot de kans op fouten.”