No free education!

Elke lantaarnpaal, elk muurtje en elke loslopende zwerfhond is beplakt met posters waarop mannen en vrouwen je aankijken met hun meest geruststellende glimlach. Op het moment dat ik aankom in Ghana is de verkiezingsstrijd in alle hevigheid bezig – reclameborden, radiouitzendingen, rally’s – en het valt me op hoe open de kranten erover schrijven, hoe bereidwillig iedereen is me over zijn voorkeur te vertellen. Meerdere partijen dingen mee, maar de twee waar het om draait zijn de NDC (de afgelopen jaren aan de macht) en de NPP. Via taxichauffeurs, straatverkopers, serveersters en die ene dronken man die steeds als een sjaal om mijn nek wilde hangen, probeer ik uit te vinden waar de twee partijen voor staan. In het begin lukt dat maar matig: „Bij NDC rijden ze alleen maar in grote auto’s rond”, „NDC doet dingen voor de jeugd” en „De NPP bestaat uit goede mannen, de NDC niet.” Hun stem lijkt vooral gebaseerd te zijn op in welk gebied je geboren bent en bij wie van de twee je een eerlijk geweten en een hart van goud vermoedt. Dan tref ik een taxichauffeur die meer duidelijkheid geeft: het speerpunt van NPP is dat het gratis Senior High School wil aanbieden om iedereen een eerlijke kans te geven en de jeugd op school te houden. Volgens NDC is dat te duur en gaat het ten koste van de kwaliteit; zij willen investeren in betere leraren en opleidingen. Na dit gesprek stuit ik ook op de beide partijprogramma’s – zowel bronnen van herkenning (meer vrouwen aan de top, hoe de muziekindustrie onder piraterij zucht) als vervreemding (we moeten echt iets gaan doen aan de uitstoting van zogenaamde ‘heksen’ in de plattelandsdorpen).

De verkiezingsdag is een National Holiday, het centrum is uitgestorven: rijen van acht uur voor de stemhokjes zijn niet ongebruikelijk. De hele dag verklapt een linkerpink met een inktvlek erop wie er al gestemd heeft. Ik verblijf inmiddels in Kumasi waar de meerderheid van de stad NPP stemt, en ben door mijn buren compleet meegesleurd in hun NPP-liefde, zeker als ze me vertellen dat zij in hun vorige termijn een algemene zorgverzekering invoerden. De verkiezingsuitslag voelt dan ook werkelijk spannend: twee volle dagen worden de stemmen geteld, het is nek aan nek, mensen lopen over straat met een radio aan hun oor, waarna zondagavond de uitslag defintief is: NDC heeft gewonnen. One touch, wordt het genoemd: in één keer gewonnen, geen hertelling, geen herstemming.

In mijn buurt heerst een bedrukte sfeer. Ik vraag of buurjongen Alfred me naar de andere kant van de stad wil brengen, waar mensen uit het noorden wonen – NDC-aanhangers. Het feest daar is zo groot als ik me door die intense verkiezingsbevlogenheid had voorgesteld: auto’s toeteren, honderden mensen dansen op straat, zwaaien met vlaggen, slaan op lege jerrycans en blazen op vuvuzela’s die klinken als een zieke neusbeer. „No free education!” brult iedereen uitzinnig, wat toch vreemd klinkt. „Do you have free education in your country?” schreeuwt een vrouw naar me. Ik moet bekennen van niet, waarop ik juichend door de meute word omarmd als hun NDC-blanke, en ik hos mee terwijl ik me een verrader voel van principes waarvan ik maar nauwelijks weet wat ze inhouden. „Ik zie dat niet alleen de leiders in Ghana corrupt zijn”, zegt Alfred en hij knipoogt naar me.