'Minicoup' Mali hindert VN

Internationale plannen voor ingrijpen in Noord-Mali, uit vrees dat dit een terroristenstaat wordt, lopen vast. Legerleider Sanogo maakt het erger.

Members of a Malian militia operating in government-controlled areas take part in a training session at their base in Sevare, about 600 km (400 miles) northeast of the capital Bamako November 12, 2012. Picture taken November 12, 2012. REUTERS/Adama Diarra (MALI - Tags: POLITICS MILITARY) REUTERS

Internationale plannen voor militair ingrijpen in Mali, en plannen in het land zelf voor terugkeer naar een burgerbewind, hebben averij opgelopen na het gedwongen vertrek gisteren van premier Modibo Diarra. Sommige inwoners van Bamako noemen zijn ontslag „een minicoup”. De militairen zelf zeggen eufemistisch het vertrek van Diarra te hebben „gefaciliteerd”. Zijn aftreden maakt één ding duidelijk: het laatste woord in Mali is nog steeds aan Amadou Sanogo, de leider van de militaire coup in maart.

Sanogo en zijn aanhangers verzetten zich tegen militaire interventie, Diarra had de VN opgeroepen zo snel mogelijk militairen te sturen om islamitische fundamentalisten uit Noord-Mali te verdrijven. Gisteren benoemde president Diouncounda Traoré de kleurloze bureaucraat Django Sissoko tot nieuwe premier.

In een sfeer van dringende noodzaak presenteerde het regionale samenwerkingsverband ECOWAS vorige maand een plan voor een militaire interventie. De West-Afrikaanse staten wilden al in februari de eerste militairen naar Mali sturen. Europa beloofde 200 militaire adviseurs en Frankrijk nam diplomatiek het voortouw om te zorgen dat de VN-Veiligheidsraad het plan zou goedkeuren.

De landen in de regio reageerden diep teleurgesteld toen vorige maand VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon roet in het eten gooide door interventie op korte termijn af te wijzen. Ook hoge militairen in Amerika tonen zich weinig enthousiast. Frankrijk en Amerika stevenen nu in de Veiligheidsraad af op een confrontatie over de interventie. De Amerikaanse VN-ambassadeur Susan Rice noemde het door Frankrijk gesteunde plan deze week „bagger”.

Met de openlijke machtsstrijd in Bamako wordt een spoedig ingrijpen in Mali nog moeilijker. Volgens het plan van ECOWAS zou de regionale troepenmacht van 3.300 man eerst in Zuid-Mali neerstrijken, dat onder controle is van het regeringsleger. De troepen zouden dan gaan samenwerken met het Malinese leger. Dat verkeert echter niet alleen in een deplorabele staat, maar wordt geleid door de in het buitenland steeds meer verguisde commandant Sanogo.

Zo’n 200 militaire experts uit Europa zouden de regeringssoldaten gaan opleiden, een plan waar Duitsland sinds Diarra’s vertrek twijfels over heeft. Niet de interventiemacht, maar 5.000 regeringssoldaten zouden het offensief in het noorden moeten leiden. Uit militair perspectief is dat belachelijk, maar wegens nationalistische sentimenten in Mali is het een noodzaak. De interventie zou een hachelijke onderneming zijn maar is volgens West-Afrikaanse landen noodzakelijk om het noorden te heroveren. De grote voortrekker in Europa is Frankrijk, dat vreest dat er in Noord-Mali een terroristenstaat ontstaat op de drempel van Europa.

De interventiemacht zou moeten opereren in de noordelijke woestijn van Mali, een zeer gecompliceerd gebied. Er opereren burgermilities, smokkelaars, radicaal-islamitische strijders en nationalistische Toearegstammen. Al ver vóór de inname van het noorden door de rebellengroepen eerder dit jaar was er in het gebied een levendige smokkel van sigaretten en andere (in Algerije en Libië gesubsidieerde) consumptiegoederen, immigranten en drugs.

Ban Ki-moon wil eerst onderhandelen met de strijdgroepen en ook de regionale macht Algerije geeft hieraan de voorkeur boven militair ingrijpen. Burkina Faso onderhandelt namens ECOWAS met de fundamentalistische groep Ansar ud-Din. Onder druk van de dreigende interventie slikte de groep onlangs zijn eis in voor invoering van de shari’a in heel Mali. Ook gaf ze hulporganisaties toegang tot het gebied. Ansar Dine presenteert zich als een gematigd alternatief voor Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb en de daaraan gelieerde groep Mujao. Maar het werkt nauw samen met deze twee groepen, die bovendien veel sterker zijn.

    • Koert Lindijer