Liever vandaag dan morgen uit het kickboksen

Kickbokspromotor Simon Rutz zag zijn sport door geweld buiten de ring in een crisis belanden. De ex-manager van Badr Hari verkocht zijn bedrijf.

Simon Rutz lacht weer. We zitten bij hem thuis in Purmerend. Zijn twee terriërs blaffen onrustig. Rutz is ontspannen, maakt grapjes en praat aan één stuk door. Een wereld van verschil met een interview begin februari, daags na een veelbesproken kickboksevenement in Leeuwarden, dat Rutz als eigenaar en oprichter van vechtsportpromotor It’s Showtime organiseerde. Hij worstelde met zijn gezondheid, oogde gestrest, was kort in zijn antwoorden en lachte niet. Rutz moest zich in die periode veel verdedigen tegen het beeld dat zijn gala’s grote aantrekkingskracht zouden hebben op de onderwereld.

Rutz (43) lijkt verlost. Afgelopen zomer verkocht hij It’s Showtime aan de Engels-Aziatische investeringsmaatschappij Glory Sports International, voor een bedrag met zes nullen. Hij hoeft niet langer te vechten tegen het kwijnende imago van het kickboksen. Een maand geleden was het zestigste en laatste evenement onder het label van It’s Showtime, in het Braziliaanse São Paulo. Rutz lijkt zijn bedrijf net op tijd verkocht te hebben, de afgelopen maanden kreeg de sport klap na klap te verwerken. „Sommige kickboksers durven niet eens meer te zeggen dat ze kickbokser zijn. Zo erg is het.”

De sport verkeert in een diepe crisis. Een lijstje met de meest recente incidenten vertelt het verhaal. Bij een schietpartij tijdens een kickboksgala in het Brabantse dorp Zijtaart, een maand geleden, kwam de 37-jarige kickbokspromotor Youssef Sabbahi uit Veghel om het leven. Eind oktober overleed de 26-jarige kickbokser Redouan Stitou uit Purmerend aan de gevolgen van messteken, nadat hij zwaargewond was aangetroffen op de oprit naar de A7 bij Wijdewormer in Noord-Holland. Rond dezelfde periode werd een man uit Amsterdam aangehouden na een DNA-match voor een gruwelijke dubbele moord in 1997 in zijn woonplaats. De verdachte, de 35-jarige Melvin R., is een kickbokser. En dan is er de geruchtmakende zaak rond Badr Hari, die onder andere wordt verdacht van poging tot doodslag.

Rutz was jarenlang een van de meest invloedrijke personen in het internationale kickboksen. Na tien jaar abonnementen op straat voor De Telegraaf te hebben verkocht, richtte hij in 1998 It’s Showtime op. Een jaar later volgde zijn eerste gala in Haarlem.

Vanaf 2003 organiseerde hij groots opgezette evenementen in de Amsterdam Arena, met zo’n 20.000 bezoekers. De gala’s onderscheidden zich door een combinatie van show, entertainment en topgevechten. It’s Showtime groeide uit tot een professioneel bedrijf met vijf medewerkers. Rutz was van 2005 tot en met begin dit jaar de manager van Hari.

Hij zag de sport in Nederland in korte tijd mainstream worden, maar de laatste jaren net zo hard terugvallen. Rutz is nog niet helemaal weg uit het kickboksen. Bij Glory Sports International is hij de komende vijf jaar eindverantwoordelijk voor het organiseren van de gala’s. Een contractuele verplichting, aldus Rutz. Hij zou liever vandaag dan morgen uit de vechtsport stappen.

Ben je de strijd tegen de vooroordelen over het kickboksen beu?

„Ja, ik heb daar vanaf dag één tegen gestreden. Ik kreeg een financiële kans en dan ga je nadenken of het niet genoeg is geweest. We zitten in een periode met alleen maar negatieve verhalen rond het kickboksen. Die strijd kan ik niet meer winnen. Als ik zie wat voor moeilijkheden er de komende jaren voor het kickboksen op de weg liggen, dan ben ik heel blij dat ik er net op tijd uitgestapt ben. In mijn carrière heb ik genoeg ‘acht tellen’ gehad [sportterm waarbij de scheidsrechter een bokser acht tellen de tijd geeft om bij te komen na een of meerdere harde slagen]. Ik heb het geluk gehad dat voordat ik knock-out zou gaan, mijn bedrijf heb verkocht.”

Zijn het de incidenten waardoor kickboksen zo’n slecht imago heeft, of is er meer?

„Het is een makkelijke sport om aan te vallen, omdat het maatschappelijk niet breed gedragen wordt. Als een jongen wordt opgepakt omdat hij iets gedaan heeft, en hij zit op kickboksen, dan wordt het meteen betrokken op de sport. Er wordt nooit gezegd: ‘Moordenaar Gerard H. van tennisclub Het Lamme Handje is gearresteerd.’ Als hij toevallig twee kickbokslessen heeft gehad, dan is het een kickbokser. Natuurlijk zijn er jonge kickboksers die makkelijk de verkeerde kant op kunnen gaan. Maar je moet eigenlijk naar de positieve kant van de sport kijken: hoeveel jongens zijn juist níet in het criminele circuit beland, omdat ze de sport beoefenen? Kickboksen is gigantisch populair onder jongeren in grote steden.”

De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan luidde ruim twee jaar geleden de noodklok over vechtsportgala’s. Uit onderzoek van de Amsterdamse politie bleek dat de organisatoren criminele connecties hebben of zelf crimineel zijn. Sindsdien probeert Van der Laan kickboks- en freefightgala’s uit de hoofdstad te weren, de vechtwedstrijden fungeren volgens hem als „netwerkbijeenkomsten van de georganiseerde misdaad”. Vanaf dat moment was het voor It’s Showtime bijna onmogelijk vechtsportgala’s in Nederland te organiseren. Rutz ontkent directe of indirecte banden met criminelen te hebben.

Netwerkbijeenkomsten voor criminelen?

„De politie zag op mijn evenementen vaak criminelen in wie zij interesse hadden. Zij hadden het liefst dat ik dit soort mensen ging weren. Maar dat is mijn taak niet. Zolang iemand niet veroordeeld is, mag iedereen een kaartje kopen. Er zou gehandeld worden bij de VIP-plaatsen. Nou, als ze ergens níet handelden, dan was het op een kickboksgala met 450 camera’s op zich gericht en de politie die op scherp staat. Handelen doen ze de maandag erna, niet op een zaterdagavond in de Amsterdam Arena. Ja, er zaten grote jongens tussen, maar die zitten ook in de Arena als Ajax speelt. En die lopen ook rond op golftoernooien.”

En nu?

„Grote organisatoren, die wél veel geld in veiligheid investeren, worden in Nederland geweerd, waardoor de kleine organisatoren overblijven. Maar die gala’s zijn juist niet overzichtelijk, zoals in Hoorn, waar vorig jaar een grote vechtpartij was. Over het algemeen zijn kleine organisatoren amateurs, ze hebben niet het geld om te investeren in veiligheid.”

Zou jij met je eigen zoontje naar een klein, onbekend evenement durven?

„Nee, niet naar allemaal. Ik weet welke promotors wel of niet goed zijn. Naar de gala’s van It’s Showtime kon je met de hele familie. Klaar.”

Had jou hetzelfde kunnen overkomen als de doodgeschoten promotor in Zijtaart?

„Ten eerste: ik liet geen wapens toe op mijn evenementen, ze waren nog strenger beveiligd dan Schiphol. Als er tegen mij werd gezegd: Simon, je moet dertig beveiligers hebben, dan maakte ik er zelf al zestig van. Ten tweede: ik denk niet dat ik vijanden heb die mij een paar kogels willen geven. Dus die kans was miniem.”

Wat moet er veranderen in het kickboksen?

„De sport moet terug naar de basis. In de bezoekersaantallen van de evenementen zie je heel duidelijk dat het kickboksen een knauw heeft gekregen. Zelfs fervente kickboksliefhebbers raken nu afgestompt, mensen die de sport voorheen altijd verdedigden. Het imago moet weer helemaal opgebouwd worden. Er moeten duidelijke regels worden opgesteld waar een organisator aan moet voldoen om evenementen te organiseren, op gebied van veiligheid. Er zou één bond moeten komen: nu strijden een paar kleine bonden voor erkenning. En bij een bond moeten er duidelijkere regels komen op gebied van lesgeven, arbitrage en jurering.”

Ligt er een rol voor jou om de sport naar een schoner imago te krijgen?

„Nee. Ik ben niet de juiste persoon om dat te doen. Ik wil niet meer tegen mijn vooroordelen vechten. Ik ben een keer samen met Badr Hari in een burenruzie terechtgekomen, ik heb niet eens een klap gegeven. Ik heb toen een stomme fout gemaakt dat ik niet in hoger beroep ben gegaan tegen de 240 uur dienstverlening die ik toen kreeg. Daarom sta ik nu geregistreerd voor mishandeling bij een burenruzie. Dat komt altijd weer naar boven. En dan komen er de verhalen bij dat ik alle criminelen van Nederland persoonlijk zou kennen: Willem Holleeder, Dino Soerel, de Hells Angels. Die strijd wil ik niet meer voeren, ik heb het wel gehad.”

Je was manager van Badr Hari, die nu verdacht wordt van acht geweldsdelicten. Hoe was jullie band?

„We hebben altijd een haat-liefdeverhouding gehad. Badr is geen makkelijke jongen om mee te werken. Als hij het moest doen, in de ring, dan was hij er meestal. Puur op zijn talent won hij 90 procent van zijn wedstrijden. Voor veel gevechten trainde hij onvoldoende. Daarom had hij zoveel knock-outs in de eerste ronde, want hij wist dat hij het dan moest doen.”

Hoe ontwikkelde hij zich?

„Er deden zoveel verhalen over hem de ronde, die kwamen iedere dag wel via een postduif binnen. Als ik het aan hem vroeg, was het niet zo, zei hij dan. Ik had geen tijd om politieagent te spelen. Ik heb tegen Badr gezegd: jij kan twee kanten opgaan. Je kan de grootste ambassadeur worden van het kickboksen en veel mensen hoop geven. Maar je kan ook zwaar de verkeerde kant opgaan, de criminaliteit in.”

Je wist dat hij problemen had zichzelf te beheersen. Hebben jullie geprobeerd om die agressie onder controle te krijgen, bijvoorbeeld met een psycholoog?

„Ja, maar daar stond hij niet open voor. Het hele probleem was dat Badr bijna niet viel te managen. Hij leert alleen maar door fouten die hij maakt. Hij moet het in de praktijk leren. Ik kon zo twee uur tegen hem aan ouwehoeren: je moet dit doen, dat is beter, zo bereik je meer. Maar op het moment dat hij op straat kwam, had hij alleen maar gasten om zich heen die alles voor hem deden. Tussen mij en Badr was de koek gewoon op, het wederzijdse vertrouwen was er op een gegeven moment niet meer. Ik hoop voor hem, mocht hij veroordeeld worden, dat hij ervan leert. En diep in mijn hart hoop ik dat hij ooit terugkeert. Want als je een vol stadion wil, dan moet je hem hebben.”

    • Steven Verseput