Kwajongens met bravoure

Het eerste deel van The Hobbit van Peter Jackson begint houterig, maar laat als het om spektakel gaat de concurrentie toch ver achter zich.

Van links naar rechts de dwergen Fili (Dean Gorman), Kili (Aidan Turner), Dori (Mark Hadlow), Nori (Jed Brophy) en Bifur (William Kircher).

en Peter Jackson-spektakel is een stoomtrein. Hij komt puffend en knarsend op gang: zie The Lord of the Rings, zie ook King Kong, Maar dendert hij eenmaal over het spoor, dan is hij moeilijk te stuiten.

Zo gaat het ditmaal weer, met An Unexpected Journey, deel één van zijn langverwachte drieluik van J.R.R. Tolkiens fantasyboek The Hobbit. Een trein die langdurig warmdraait, met iets te veel tekst en uitleg, flauwe humor, zang, grappen en couleur locale – het kost al drie kwartier om de Hobbitgouw te verlaten. Maar juist als je jezelf afvraagt waarom je eigenlijk een kaartje kocht, spurt de film uit de startblokken. Over en onder de bergen, met massa’s aardmannetjes en Gollum, het glibberige monstertje, schizofreen lispelend in zijn natte grot. Met roedels reuzenwolven, zwermen reuzenadelaars, brandende bossen, peilloze ravijnen.

Bekend terrein. De Nieuw-Zeelandse regisseur Jackson en zijn bedrijf Weta Digital schreef begin deze eeuw filmgeschiedenis met de Lord of the Rings-trilogie. Hun verbeelding van Midden-aarde zette de nieuwe standaard voor naadloze integratie van ‘live action’ en computeranimatie. Elfen, dwergen en trollen in majestueuze natuur; met name Gollum, een animatiefiguur die door acteur Andy Serkis leven werd ingeblazen, was een triomf. Zijn terugkeer levert de sterkste scène op: een raadselwedstrijd met de hobbit Bilbo. Maar ook Gollum is door gewenning niet langer verbluffend.

Acht jaar na de Ring verkeert Jackson nog in de technologische avant-garde: The Hobbit is opgenomen in 3D met 48 plaatjes per seconde, een verdubbeling van de 24 plaatjes die al een eeuw de norm is in de film. Dat geeft een scherp, volgens sommigen te scherp beeld, en heft een 3D-probleem op: haperen als de camera te snel beweegt. Maar dat levert geen nieuwe kijkervaring op, eerder een graduele vooruitgang.

Er zitten haken en ogen aan deze verfilming. Tolkien, hoogleraar Oud-Engels aan Oxford, publiceerde The Hobbit in 1937 als jongensboek. Een sprookje dat losjes samenhing met de Silmarillion, het epos van Midden-Aarde waar Tolkien zijn hele leven aan werkte. In The Hobbit gaat de mollige, huiselijke Bilbo – Tolkiens alter ego – op expeditie met dertien dwergen onder koning Thorin Oakenshield, die zijn rijk en zijn goudschat op de draak Smaug wil heroveren. Maar eigenlijk, zo besef je tijdens het lezen, gaat het over veertien schooljongens die uit kamperen mogen, met tovenaar Gandalf als hopman die soms even poolshoogte neemt. De dwergen zijn bluffende kwajongens die zichzelf continu in de nesten werken. Is Gandalf afwezig, dan moet hobbit Bilbo ze redden. Bilbo is het jochie dat wil meedoen met de grote jongens.

Die dynamiek vind je ook terug in het vrolijke An Unexpected Journey, maar hoe verhoudt zich dat tot de dreigende, apocalyptische toon van Lord of the Rings? Tolkien schreef dat boek ooit als vervolg op The Hobbit, met oorspronkelijk Bilbo’s zoon Bingo in de hoofdrol. Maar in zestien jaar – de Tweede Wereldoorlog kwam ertussendoor – groeide het uit tot een verheven, epische eindstrijd tussen goed en kwaad. Daarna leek The Hobbit een vingeroefening. De film loopt dat risico ook.

Wat ‘wereldbouwer’ Tolkien al irriteerde – hij herschreef al in 1947 een hoofdstuk uit The Hobbit en wilde er in de jaren zestig een volwassen boek van maken – is ook voor filmmaker Peter Jackson een probleem. De Hobbit en De Ring lijken, zeker in het begin, sterk op elkaar: met al die koddige dwergen wordt het dan snel minder van hetzelfde. Bovendien heeft Jackson bar weinig verhaal voor drie films: Lord of the Rings telt 1.500 bladzijden, De Hobbit 250. Ten slotte kampen dit soort ‘prequels’ (voorfilms) met de handicap dat we de afloop al kennen. Het einde van The Hobbit is hooguit een tussenstand, de oorlog wordt pas in Lord of the Rings gewonnen.

Soms vertoont An Unexpected Journey inderdaad sporen van tijdrekken: als de dwergen in sfeervol, maar nodeloos shantygezang losbarsten. Toch worden bange voorgevoelens dat Peter Jackson de fans bruuskeert met een bombastische, levenloze film, zoals collega George Lucas dat eerder deed met zijn ‘prequel’ van Star Wars, niet bewaarheid – al herinnnert het nieuwe personage Radagast, een onuitstaanbaar kluchtige bostovenaar in een konijnenslee, in de verte aan Jar Jar Binks. Daar staan charmante scènes tegenover, zoals een botsing met culinair ingestelde trollen. En hoewel het reisgezelschap een amorfe hoop dwergen blijft, is Martin Freeman als schelmse hobbit Bilbo Baggins een verademing vergeleken met de geconstipeerde dramaqueen Frodo uit de Ringfilms.

Wel kleeft er iets onbestendigs aan de queeste. Het einddoel is draak en dwergengoud, maar de motivatie van Gandalf en de hobbit blijven raadselachtig en iedereen tast in het duister over wat er gaande is. Tijdens een topconferentie buigen oude bekenden – elfenkoning Elrond (Hugo Weaving), boskoningin Galadriel (Cate Blanchett) en de – hier nog goede – tovenaar Saruman (Christopher Lee) – zich over de vraag of ‘een schaduw van een oud kwaad’ de kop opsteekt. Uiteraard, en dat verborgen kwaad zal groeien zoals Voldemort dat deed in de Harry Potter-reeks. Maar nu wordt het kwaad nog node gemist en doen we met een los assortiment schurken: domme trollen, schizofrene Gollum, een witte Ork, een vunzige aardmannetjeskoning die een soort scrotum onder zijn kin heeft bengelen.

Fraaie creaturen, maar toch wordt het pas in het laatste uur opwindend, als Peter Jackson de remmen losgooit en opnieuw bewijst dat hij op het punt van spektakel iedereen, ook James Cameron of Steven Spielberg, achter zich laat. Een onderaardse achtervolging door een adembenemend gedetailleerde aardmannetjesstad van bruggen en steigers munt uit in dynamiek en helderheid. Na zo’n achtbaanrit kan je alleen roepen: nog een keer, nog een keer! Zo bereikt Jackson toch zijn doel.

The Hobbit: An Unexpected Journey. Regie: Peter Jackson. Met: Martin Freeman, Richard Armitage, Ian McKellen, Andy Serkis. In: 214 bioscopen