Kerststal

Het hele weekend blijf ik koortsig binnen op de bank. „Kan ik eindelijk genieten van de gezellige, donkere dagen, moet ik zo nodig ziek worden”, zeur ik door mijn verstopte neus. Ik schud mijn vuist naar de donkere wolken waar niet de voorspelde sneeuw, maar hevige regen uit valt. Ik ben niet eens geveld door de aangekondigde terrorwinter, maar door guur herfstweer.

Aan de overkant zie ik hoe mijn buren in hun knusse woonkamertjes lekker aan het eten en heerlijk aan het keuvelen zijn: oh, oh, oh wat zijn ze gezond en tevree. Ik drink mijn keelpijnverzachtende kruidenthee en weerhoud mezelf ervan een sigaret aan te steken.

Zo breng ik mokkend mijn dagen door.

Mijn lief vrolijkt me uiteindelijk op. Na een middag in de stad komt ze thuis en kondigt ze aan dat het tijd is voor kerstversiering! Geen boom, nee, ze heeft haar zinnen gezet op een kerststal. Een echte met een os en een ezel, herders en een kribbe. Ik kijk haar over de rand van mijn fleecedekentje achterdochtig aan.

Ze stalt op de piano witte kanten kleedjes uit, stopt theelichtjes in weckpotten, schudt een zak nepsneeuw leeg. Er komen lichtkransjes tevoorschijn, ze is met linten in de weer. Ik lig zwakjes op de bank en geef af en toe mijn mening, al snap ik niks van deze nostalgische bui, opstandig katholiek meisje dat ze is.

Een leeg parfumflesje als Maagd Maria? Ja, waarom niet.

De drie wijzen: een speelkaart met Bruce Lee, een kleine houten Boeddha en een polaroid van mij op een kameel. Ja, zeker, doen! Het wordt steeds leuker.

De ezel en de os vervangt ze door een bronzen souvenir dat we in het Oudheidkundig Museum van Ankara kochten. Een hert dat in de late IJzertijd werd aanbeden als godheid. Je kunt met recht spreken van een heidense kerststal, vooral wanneer ze haar voorstel voor Jozef laat zien. Het is een wit beeldje van de Romeinse vruchtbaarheidsgod Bes, een koddig poppetje dat we voor de grap hebben gekocht toen we op een zomervakantie in West-Turkije oude ruïnes gingen bezoeken.

Ze houdt het mannetje vast, met vragende wenkbrauwen staat ze te wachten om haar Jozef in de stal neer te zetten. Ik weet het niet, zucht ik, misschien gaat dat net iets te ver. De Romeinse Bes is niet zomaar een vruchtbaarheidsgod: het is er eentje met een buitenproportioneel groot stenen geslacht.

    • Sadettin Kirmiziyüz