Ja! Eíndelijk met de fiets

Welk effect heeft forenzen op een werknemer? next-redacteuren merken het na een verhuizing. De een fietst nu.

Nederland, Amsterdam, 03-12-2012 foto: Bram Budel. Fietsers in de sneeuw op de Jan van Galenstraat in Amsterdam. Bram Budel

Het sneeuwt. En ik probeer met een zware laptoptas over mijn schouder, op hakken, over de gladde prut op het perron, een sprintje te trekken naar de metro. Slippend, met de rode pluisjes van mijn sjaal kriebelend in mijn keel, duw ik mezelf naar binnen. Er is geen plek, maar die maak ik, met ellebogen en verontschuldigende blikken. Ik ga echt niet op de volgende metro wachten, dan mis ik de aansluiting met mijn trein. Elke ochtend diezelfde trein – 08.59, spoor 8, station Duivendrecht. ‘Dingdongding. Dit is de (pauze) sprinter naar (pauze) Rotterdam Centraal.’

Ik neem deze trein nu al anderhalf jaar, vier keer per week, heen en terug. Anderhalf uur van deur tot deur. Dat is twaalf uur reistijd per week. Ik reis elke maand dus twee etmalen.

Wat ik allemaal met die tijd kan doen als ons kantoor naar Amsterdam is verhuisd – en mijn reistijd is teruggebracht tot een half uurtje fietsen per dag – daar fantaseer ik al maanden over. Boodschappen doen, koken, afspreken met vrienden. Sporten! Allemaal dingen die erbij inschieten als je ’s avonds pas om half 8, half 9 thuis bent.

Ik druk voor de laatste keer op dat groen oplichtende knopje. Er schuift een klein platformpje vanonder de deur vandaan om het gat met het perron te dichten, en de deuren gaan met een zoem open. Ik stap in.

Als je elke dag in dezelfde trein zit, zie je veel vertrouwde gezichten. De man met de roze koptelefoon en de koffie-to-go, die altijd bij Bijlmer Arena uitstapt. De jongens met de bomberjacks die uit Woerden komen en in Rotterdam Alexander op school zitten. De snurkende Pakistaanse man, altijd met de pen in de hand en de sudoku op schoot, wiens hoofd knikt als zo’n dashboardhondje.

En Conny. Conny kent mij niet, maar ik ken Conny wel. Conny werkt voor Stichting Euro+ Songfestival. Ze werkt regelmatig met stagiairs, die ze krijgt via coördinatoren van onderwijsinstellingen. Conny kreeg een tijdje terug een nieuwe sjaal, waar ze veel complimentjes over kreeg van vrienden. Conny houdt in haar agenda een lijstje bij van mensen die ze nog moet bellen. En dat doet ze dan in de trein. Mijn trein. Haar favoriete zin is: „Goodmorning Sunshine! Nou, de zon schijnt buiten niet, maar wel binnen in onze hartjes hè?” Meestal belt Conny mensen „straks nog wel even terug, als ze in Rotterdam is”. Het is moeilijk om de krant te lezen als je bij Conny in de buurt zit.

Maar zoals een gijzelaar ook gehecht kan raken aan zijn gijzelnemer, zo raak je als forens ook gehecht aan die vervloekte trein. Aan het zoeken naar een plekje naast iemand die eruitziet alsof hij er bij het volgende station uit moet. Aan het snel opdoen van mascara op rechte stukken spoor, voor de trein weer de kronkelige rails bij een station nadert. Aan de uitzichten in het ochtendlicht – de knotwilgen, de rechte sloten, en ja, de elektriciteitsmasten. Aan de plaatsen die je elke dag ziet, maar nooit bezoekt. Aan die jongen met de blauwe Adidas-sporttas die in de vroege ochtend keihard ‘Eye of the Tiger’ draait. En stiekem ook een beetje aan Conny.

Ik denk aan haar als ik maandag op de fiets stap. In die voorste treincoupé, terwijl ze haar bellijstje tevoorschijn haalt. De lucht is koud, mijn ogen tranen. Na vijf minuten begint het keihard te regenen, ik schuil onder een afdakje voor een coffeeshop. Even later sprint een man op een groene mountainbike vlak voor me weg bij een stoplicht – hij laat een spoor van bruine moddervlekjes achter op mijn maillot. Mijn wollen vest begint te kriebelen door het zweet, er loopt snot uit mijn neus. Dit is dus de eerste les van het niet-forenzen: deo en zakdoekjes in de bureaula.

Maar als ik ’s avonds in het donker weer wegfiets, is het droog. En wat is dat heerlijk – je hoofd na een drukke werkdag leegmaken in de koude avondlucht. Op de fiets over de grachtenbruggen, onder de verlichte engelen aan de Vijzelstraat door. En een kwartier later... ben ik lekker thuis.

    • Maite Vermeulen