In Nederland wellicht een hype...

De eerste Nederlandse winkel van Abercrombie & Fitch leidt ook hier tot juichende studenten en tieners. Het bedrijf gokt op expansie en sixpacks.

Waar de winkels van Abercrombie & Fitch het doel hebben zo veel mogelijk op te vallen, worden de financiële resultaten van het Amerikaanse modemerk juist zo onopvallend mogelijk weggestopt.

Zo florissant staat het bedrijf, dat in 1892 werd opgericht in Ohio, er dan ook niet voor. Over de eerste zes maanden van zijn lopende gebroken boekjaar rapporteerde Abercrombie in augustus een omzetdaling van een tiende. De winstdaling bedroeg 52 procent, van 32 miljoen dollar (zo’n 24,5 miljoen euro) naar 15,5 miljoen dollar (12 miljoen euro).

In de hoop de winstgevendheid te vergroten had de modeketen, die vrijetijdskleding zoals capuchontruien voor vermogende jongeren verkoopt, aangekondigd winkels in de VS te sluiten en zich te concentreren op uitbreiding over de grens.

Maar afgelopen zomer zei bestuursvoorzitter Mike Jeffries dat de expansieplannen gedeeltelijk zouden worden uitgesteld als gevolg van de crisis in Europa en de slechte omzet- en winstcijfers. Ook al zijn de internationale winkels volgens hem „veel productiever en winstgevender” dan de winkels in de VS.

Lange tijd bleef onduidelijk of Abercrombie naar Nederland zou komen en zo ja, wanneer dat dan zou gebeuren. Maar morgen is het zover. En dat kan weinig passanten in de Amsterdamse Leidsestraat zijn ontgaan. Vrijdag poseerden jongens in de sneeuw, hun getrainde ontblote bovenlijven duidelijk zichtbaar onder de opengeslagen rode jassen, voor de winkel die morgen in het centrum opent. Dezelfde jongens stonden deze week urenlang vanaf de balkonnetjes van het gebouw naar voorbijgangers te joelen. De jongens lieten zich ook fotograferen met dertienjarige meiden met blokjesbeugels. De tieners gilden van opwinding, terwijl ze elkaar met hun iPads vastlegden en bedelden of de jongens „please, please, pleeeeaaase” hun sixpack wilden laten zien.

Media mochten gisteren komen kijken hoe de winkel op de hoek van de Keizersgracht en de Leidsestraat eruit ziet. Maar voor vragen over de financiële situatie bleek de bijeenkomst niet bedoeld. Voorlichter Mackenzie Bruce zegt dat de keten „hoge verwachtingen” heeft van het filiaal. „Anders zouden we ook niet zo veel investeren.” Hoeveel dat is, zegt ze niet. Net zoals ze geen vragen beantwoordt over de te realiseren omzet.

De Amsterdamse winkel is, zoals altijd, donker. De trap is bekleed met zacht rood tapijt, in het midden van de winkel hangt een pompeuze kroonluchter. De muziek staat keihard en het speciaal voor Abercrombie ontwikkelde parfum overheerst.

Voorlopig zijn er geen plannen om meer winkels te openen in Nederland. „We kijken eerst of het hier aanslaat”, zegt Bruce. De doelgroep bestaat uit 18- tot 22-jarigen. De vestiging in Amsterdam telt vierhonderd werknemers uit die doelgroep. In elke hoek van de winkel staan ze te dansen. Met hun coolste gezicht hupsen ze van het ene op het andere been. „Het gaat om de winkelbeleving”, roept Bruce. Ze komt nauwelijks boven de muziek uit.

    • Barbara Rijlaarsdam