Een Staatscommissie

Na een merkwaardige start, is het kabinet Rutte-Asscher nu aan het werk gegaan. Er valt – begrijpelijk – nog niet veel over te zeggen. Maar toch wel wat. Met grote belangstelling wordt uitgezien naar de bewindslieden op Volksgezondheid en Sociale Zaken. Op die departementen moet veel gebeuren en voor grote bedragen worden bezuinigd. De twee ministers hebben een goede naam en grote bestuurskracht.

De minister van Financiën, Dijsselbloem, heeft wel al zijn visitekaartje afgegeven. In Brussel en in de Eerste Kamer. Hij deed dat zonder groot vertoon. Rustig, een kalme zekerheid, alsof hij al een tijd op Financiën resideert.

Natuurlijk eist de uitvoering van het regeerakkoord alle aandacht op. Maar een van de grootste vraagstukken op de langere termijn is een opdoemende generatiekloof, toegespitst op het perspectief van de jonge hardwerkende middengroepen. Zeg maar de mensen die nu tussen de 25 en 45 jaar zijn. Professor Schnabel, de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, zei het laatst plastisch: „Er is een grotere noodzaak voor een 30-plus-, dan voor een 50-plus-partij”. Feiten en cijfers, voor wie die willen zien, zijn er:

1. De ouderen met een eigen huis hebben geprofiteerd van de enorme waardestijgingen in de negentiger jaren. De helft van hen heeft zijn hypotheek afgelost. De jongeren, die een jaar of vijf terug op de top van de markt een huis kochten, met een hoge hypotheek, die niet hoefde te worden afgelost, zitten nu vaak in de situatie dat hun woning fors minder waard is dan die hypotheek. Bij verkoop blijven ze nu met een bankschuld zitten.

2. In de jonge gezinnen werken (toegejuicht door de politiek) beide ouders. Kindertjes in de crèche kosten net zoveel als wat één van de ouders netto verdient. Daar wordt nu gedacht: één van ons kan beter stoppen met werken.

3. Nog ernstiger is de pensioenkwestie. De jaarlijkse pensioenopbouw wordt verlaagd. Door de kunstmatige verhoging van de rekenrente hoeven de pensioenfondsen niet of nauwelijks te korten op de huidige pensioenen. De rekening daarvan wordt gelegd bij de jongeren van nu. Hun pensioenen zullen veel en veel lager zijn dan die van de ouderen.

Ik heb een kleine maand geleden over dit alles een interview gegeven aan Intermediair.

Daarin heb ik gepleit voor het instellen van een Staatscommissie, die eerst de cijfers en feiten over het vermoeden dat ouderen nu veel beter af zijn dan veel jongeren en dat dit verschil bij ongewijzigd beleid nog groter wordt, samenhangend in kaart moet brengen.

Als blijkt dat die vermoedens kloppen, moet deze Staatscommissie als tweede opdracht meekrijgen passende voorstellen te doen om de dan dreigende generatiekloof te overbruggen.

Ik heb op mijn interview nogal wat reacties gekregen: in de pers, van (politieke) jongerenorganisaties, van jongeren uit de vakbeweging en van mensen die in deze situatie verkeren.

Vanuit de politiek weinig. Alweer een probleem, denkt men daar, we hebben er al genoeg. Maar dit is nu eens geen incident. Het gaat hier om een nog sluimerende veenbrand, die kan leiden tot vertrouwensbreuken en generatieconflicten.

Politici: kijk vooruit en biedt perspectief!

Hans Wiegel is oud-leider van de VVD. Deze wisselcolumn op woensdag verzorgt hij beurtelings met SP-voorzitter Jan Marijnissen.

    • Hans Wiegel