Een grote stem met scherpe kantjes

Galina Vishnevskaya was als sopraan al jong een ster in Moskou. Ze werd begeerd door hooggeplaatsten maar koos voor het verzet.

Galina Vishnevskaya in rehearsal, Aldeburgh, 1983 Russian soprano, b.1926 - . 1983 Lebrecht/Hollandse Hoogte

Ze was de tsarina van de opera, trots en temperamentvol. Ze was de grote ster van het Bolsjoi Theater. Ze had strenge opinies over de zangkunst, maar ook over politiek en mensenrechten tijdens de Koude Oorlog. Samen met haar man, de cellist Mstislav Rostropovitsj, vormde ze een dissidente cel. Ze boden in hun datsja onderdak aan Alexander Solzjenitsyn, toen hij De Goelag Archipel schreef. Ze waren bevriend met de vredesactivist Andrej Sacharov en componist Dmitri Sjostakovitsj, die grote problemen had gehad met Stalin. Visjnevskaja zong in de première van zijn Veertiende symfonie en hij schreef celloconcerten voor Rostropovitsj.

De sopraan Galina Pavlovna Vishnevskaya stierf gisteren op 86-jarige leeftijd in Moskou, waar Rostropovitsj in 2007 overleed. Ze werd geboren op 25 oktober 1926 in Leningrad, haar moeder was half zigeunerin, half Poolse. In 1944 maakte ze haar debuut in een operette. In 1953, het sterfjaar van Stalin, kwam ze in dienst van het Bolsjoi Theater.

De carrières van Galina Visjnevskaja en Mstislav Rotropovitsj, getrouwd in 1955, werden beheerst door de lotgevallen van de Russische historie. Visjnevskaja werd soms ’s nachts opgehaald om te zingen in het Kremlin. Premier Boelganin wilde tot haar afschuw een relatie met haar. Ze kreeg onderscheidingen en eerbewijzen, ze mocht optreden in New York, Milaan en Londen.

Uiteindelijk werden ze geboycot door de Sovjet-pers en de autoriteiten. In 1974 gingen ze naar Parijs, vervolgens naar de Verenigde Staten. In 1978 werd hun het staatsburgerschap ontnomen. Ze waren „vijanden van het volk”, hun activiteiten waren „desastreus voor het prestige van de Sovjet-Unie”.

In 1990, onder Gorbatsjov, mochten ze terugkeren. Maar Visjnevskaja wilde niet binnengaan in het Bolsjoi Theater, waar haar naam uit de historie was geschrapt. „Ik zou over een afgrond moeten stappen.” In een interview in 1987 met deze krant ter gelegenheid van het verschijnen van de Nederlandse vertaling van haar autobiografie Galina, zei ze: „Ik ben een kunstenares en een kunstenares dient niet het volk maar de kunst.”

Visjnevskaja, met haar vurige persoonlijkheid, had een typisch Russische stem met een rijke dramatische expressie. Haar stem was groot met soms wat scherpe kantjes. Maar zeker in haar jonge jaren had ze een fraaie lyrische hoogte, zoals in de Aida-aria O patria mia. Net als bij Callas ging het bij Visjnevskaja vaak niet om pure perfectie en smetteloze schoonheid, maar om de indringende uitstraling van haar gedreven interpretatie en haar fascinerende présence op het podium.

Anna Achmatova dichtte in 1961: „Een vrouwenstem glijdt als de wind/ De zwarte, vochtige nachtwind,/ En al wat zij op haar vlucht beroert/ Is plotseling anders. (...)/ En wat een machtige kracht/ Trekt die betoverde stem daarheen;/ Alsof niet het graf ons wachtte/ Maar het bestijgen van een geheime trap.”

Visjnevskaja maakte tal van platen. Legendarisch is haar originele versie van Sjostakovitsj’ opera Lady Macbeth van Mtsensk, gedirigeerd door Rostropovitsj. Beroemd is ook de opname van het War Requiem van Benjamin Britten, die de sopraanpartij voor haar schreef.

In 1982 was haar laatste optreden in Parijs als Tatjana in Tsjaikovski’s Jevgeny Onjegin.

In 2001 waren Rostropovitsj en Visjnevskaja aanwezig bij het drieweekse festival Slava! dat het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam rond hen organiseerde. Ze gaven ook masterclasses. Visjnevskaja zag de problemen van haar leerlingen vooral als fysiek en psychisch. Ze pakte ze letterlijk aan, klopte hen op de borst, trok hun gezichten open, zong mee, vuurde hen als een bezeten heks en gebaarde: „Als een mes.” De resultaten kwamen onmiddellijk.

De laatste jaren leidde Visjnevskaja het Opera Centrum in Moskou. President Medvedev stuurde gisteren condoleances. Ze zal worden begraven naast Rostropovitsj.

    • Kasper Jansen