Column

De gevarendriehoek

Omdat A.F.Th. van der Heijden de P.C. Hooftprijs zou krijgen, reed ik naar de gevarendriehoek. Een logische plek. De kiem van alles.

De gevarendriehoek (1985) is het tweede deel uit De tandeloze tijd, zijn cyclus die maar niet rond komt. De gevarendriehoek is volgens het boek ook een driehoek tussen spoor, kanaal en een weg ergens in Hulst, nu een wijk van Geldrop.

Van der Heijden is dus een tijdje uitgelachen: om zijn vele bureaus, de aangekondigde maar onuitgevoerde nieuwe delen, zijn drankzucht, de naamsverandering (‘A.F.Th.’). Tot zijn zoon stierf bij een verkeersongeluk; Tonio. Iedereen kent hem nu als boek.

Van der Heijden woonde zoals bekend als kind in Geldrop. De zoon van een alcoholische lakspuiter. Albert Egberts, de hoofdpersoon uit De tandeloze tijd, groeit in Geldrop op met een agressieve dronken vader.

Angst leert je kijken als een schrijver. Albert Egberts, altijd alert op zijn vader, observeert en duidt alles. Die noodzaak te leven als control freak en weerloosheid met betekenis te lijf te gaan.

Dat was misschien ook de oorzaak, en uiteindelijk de troost, van Van der Heijdens ‘schrijven in de breedte’.

In de bibliotheek van Geldrop stond niet veel meer van zijn oeuvre. „De gevarendriehoek staat in Nuenen”, zeiden ze daar: het enige exemplaar voor vier vestigingen van de gefuseerde bibliotheek ‘Dommeldal’.

Ik vertelde wat ik van plan was. Joke Sluis („pers en communicatie”) zond pijlsnel een tweet de wereld in, vragend naar ‘de coördinaten die bij de gevarendriehoek horen’. En iemand stuurde serieus een Google-satellietfoto.

Van der Heijden zei ooit in deze krant „er wel schik in” te hebben als mensen naar Geldrop reizen: „Geef de lezer een vinger realisme en hij neemt de hand.”

Maar ik zocht geen realisme, al had ik nog geen idee wat dan wel.

Met opzet zonder ‘coördinaten’ dus, reed ik rond. Vond het kanaal bij Dierenhotel Mirando en Café De Muis, dat was gesloten. Keerde terug, Hulst in, over een weg die ook Hulst heet, voorbij een nieuwbouwwijkje.

Rechtsaf was een opvallend oude straat: de Vlier. Deze liep dood in een bedrijventerreintje. Precies tussen spoor, kanaal en weg. Dit moest de gevarendriehoek zijn, of althans een deel ervan.

Ik hield stil tussen twee bedrijven. Wat nu?

Net toen ik nog maar iets plechtigs wilde bedenken over de schrijver, drong door wat ik eigenlijk zag.

Aan de ene kant: ‘Stern Schade’ – voor schadeherstel van auto’s.

Aan de overkant: ‘Lakspuiterij De Uitkomst’.

Je kunt daar je schouders over ophalen. Maar wie de wereld van A.F.Th van der Heijden kent, weet beter. Daar blijft niets zonder betekenis.

Grijnzend reed ik Geldrop uit. Hij zou De tandeloze tijd voltooien. Dat moest.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Christiaan Weijts.