Bankboetes worden een serieuze kostenpost

HSBC heeft een onbegeerde prijs binnengesleept. Amerikaanse toezichthouders hebben HSBC een boete van 1,92 miljard dollar opgelegd, omdat de bank zich niet heeft gehouden aan de regels voor het tegengaan van witwassen. Dit is de grootste boete die een bank ooit heeft gekregen, tweeënhalf maal groter dan de boete die de vorige recordhouder UBS heeft moeten betalen.

Boetes van toezichthouders vormen steeds meer een serieuze kostenpost. De boete voor HSBC komt neer op 8 procent van de verwachte winst vóór belastingen in 2012. Zo bezien is de bank niet eens de grootste boosdoener: de boete van 667 miljoen dollar voor Standard Chartered wegens het schenden van de handelssancties tegen Iran bedraagt 9 procent van de verwachte winst vóór belastingen, terwijl de boete van 619 miljoen dollar die ING moest betalen voor soortgelijke overtredingen neerkomt op een tegenvaller ter grootte van 10 procent van de winst. Vergelijk dat eens met de boetes die JP Morgan en Citigroup in 2003 moesten betalen in verband met het Enron-schandaal: respectievelijk 1,4 en 0,5 procent van de winst vóór belastingen dat jaar.

De hogere boetes worden ten dele verklaard doordat er na de crisis harder is opgetreden tegen de banken: de afgelopen jaren hebben de Amerikaanse autoriteiten kredietverleners gestraft voor het verkopen van slecht doordachte hypotheekobligaties en gestructureerde kredietproducten, en voor het manipuleren van veilingen van gemeentelijke obligaties. Maar de boete van 780 miljoen dollar voor UBS werd opgelegd, omdat de bank al vóór de crisis Amerikaanse burgers had geholpen de belastingen te ontduiken. En de meeste vergrijpen tegen de sancties, waarvoor de hoogste boetes werden uitgedeeld, waren al vóór 2007 gepleegd.

De boetes vormen slechts een deel van een groter geheel. De civiele rechtszaken die uit het Enron-schandaal voortvloeiden waren veel duurder dan de boetes van de toezichthouders: de banken die betrokken zijn bij het manipuleren van de Libor-rente zouden wel eens hetzelfde kunnen gaan ondervinden. De rekening voor het compenseren van de klanten die onterecht Britse verzekeringen kregen aangesmeerd is nu al hoger dan 10 miljard pond. Bovendien zijn de juridische kosten die zijn gemoeid met het afhandelen van vergrijpen uit het verleden – en de kosten voor het voorkomen van toekomstige misdragingen – een voortdurende last.

Naarmate de crisis wegebt kan de politieke druk op de toezichthouders om zich hard op te stellen tegenover de banken afnemen. Maar totdat banken zonder al te veel problemen failliet kunnen gaan, is de dreiging van een aanklacht – een effectief doodvonnis – niet langer afschrikwekkend genoeg. Daardoor zijn hoge boetes de enige manier om slecht gedrag uit het verleden te bestraffen en in de toekomst te ontmoedigen. De lat is hoger gelegd.

Breakingviews is een dagelijks financieel commentaar uit het buitenland. Vertaling Menno Grootveld.

    • Peter Thal Larsen