2013 wordt een rotjaar voor de landmacht

Vanavond debatteert de Kamer over de begroting van Defensie. De baas van de landmacht: „Hoe succesvoller we zijn, hoe minder mensen denken dat we nodig zijn.”

Landmachtcommandant Mart de Kruif Foto Roger Cremers

De baas van het leger staat nauwelijks nog op het slagveld zijn troepen te dirigeren. Mart de Kruif, sinds ruim een jaar commandant van de landmacht, bestuurt zijn organisatie vooral vanuit een fonkelnieuw, glazen kantorencomplex midden in Utrecht. Zijn mensen zitten op dit moment onder meer in Kunduz en bereiden zich voor om met Patriots de Turks-Syrische grens te bewaken. Maar De Kruif is vooral aan het managen, bezuinigen en reorganiseren. De komende jaren moet hij duizenden van zijn 22.000 mensen ontslaan.

In ieder geval één keer per week bezoekt de generaal een kazerne. Om te praten over het inkrimpen van de krijgsmacht. En om te luisteren naar „onbegrip, woede, boosheid en frustratie” die heerst onder militairen en burgermedewerkers die daar slachtoffer van dreigen te worden.

„De bezuinigingen zijn moeilijk uit te leggen aan mensen die tientallen jaren hun stinkende best hebben gedaan en nu weg moeten. De krijgsmacht krimpt niet omdat ze niet functioneert, maar omdat er een financiële noodzaak is. In de oneerlijke populariteitswedstrijd om publiek geld leggen wij het af.”

Vanavond bespreekt de Tweede Kamer de begroting van het ministerie van Defensie. VVD en PvdA hebben de krijgsmacht in hun regeerakkoord niet opgezadeld met een grote nieuwe bezuiniging, maar de ingrijpendste gevolgen van de 1 miljard euro die het vorige kabinet kortte, moeten nog komen. De landmacht wordt het hardst getroffen. Daar moet de organisatie worden ingekrompen én tegelijkertijd worden verjongd.

Mart de Kruif (54) twittert over hoe lastig ontslagen en werving met elkaar te rijmen zijn. „Gat in communicatie!” En voor een ambtenaar geeft hij een behoorlijk kritisch inkijkje in de spanningen die reorganisatie met zich meebrengt. „Met leiding krijgsmacht in Den Haag, praten over heden en toekomst. Hoop op enige koersvastheid, aan frictie geen gebrek laatste tijd.”

Bent u het zo oneens met de politieke besluiten die in Den Haag genomen worden?

„Het primaat van de politiek is heilig, daar protesteer ik niet tegen. Je kunt defensie alleen niet in een concurrentiepositie plaatsen met gezondheidszorg of onderwijs. Als er één euro te besteden is, zeggen zelfs mijn vrouw en kinderen: geef die maar aan de zorg. Dat begrijp ik, want zorg heb je nú nodig en defensie is voor de veiligheid van later. Het is een verzekering die iedereen moet hebben, maar niemand eigenlijk wil. De discrepantie van ons vak is: hoe succesvoller wij voor veiligheid zorgen, hoe minder mensen denken dat ze ons nodig hebben.

„We gaan door een heel pijnlijk proces, de grootste bezuiniging ooit. Ik kan mijn mensen nu nog met een gerust hart naar Afghanistan sturen, met de juiste spullen en de juiste training, maar de bodem komt in zicht.

„We zijn de tanks kwijt, we hebben minder eenheden, minder logistieke ondersteuning en minder reservedelen. Dus zijn we kwantitatief, en ook een beetje kwalitatief, minder inzetbaar. We kunnen nog een grote missie doen, maar we houden het niet meer lang vol.”

U zult dus wel opgelucht zijn dat er niet meer wordt gesneden?

„Gelukkig wordt er niet nog veel meer bezuinigd, maar van opluchting is geen sprake. 2013 wordt een rotjaar. Binnen de organisatie overheerst de onzekerheid. Defensie wordt niet meer gezien als een betrouwbare werkgever. ”

Voert u eigenlijk iets uit waar u niet achter staat?

„Ik wist waar ik aan begon met deze baan en ik loop niet weg voor de verantwoordelijkheid. Goed nieuws brengen kan iedereen, slecht nieuws brengen is commandantenwerk. Volgend jaar wordt duidelijk wie er weg moeten. Dat is geen ver-van-mijn-bed-show; het gaat ook om mensen die hier voor mij werken, of met wie ik op uitzending ben geweest. Mensen met een gezin en een hypotheek. Die zijn niet alleen bang om hun inkomen te verliezen, het gevoel zit veel dieper. Ik zie volwassen mannen janken omdat ze het uniform uit moeteen trekken, omdat ze de kameraadschap los moeten laten.”

Defensie kan toch ook wel wat kleiner, nu er geen grote vechtmissie meer is?

„Je hoort mij niet zeggen dat er absoluut niet bezuinigd kan worden, maar we moeten wel een krijgsmacht houden die haar taken van de Grondwet kan uitvoeren. De landsverdediging, expeditionair optreden en, steeds meer, ondersteuning van de nationale autoriteiten. Mijn mensen worden pauzeloos ingezet om met onbemande vliegtuigjes en opsporingsteams de politie en brandweer bij te staan.

„En we hebben internationale verplichtingen. We zijn alleen een volwaardige partner als we kwaliteit blijven leveren en risico’s durven delen.

„Bovendien moeten we altijd op alles voorbereid zijn. In Noorwegen werd het leger nooit ingezet voor de binnenlandse veiligheid. Eén man [Anders Breivik] heeft dat op één dag totaal veranderd. Als er iets gebeurt, moeten wij er staan. Dan kan ik niet zeggen: ‘doen we niet, want we zitten in een reorganisatie’.”

Is het probleem van Defensie niet dat er telkens wordt geroepen dat bezuinigingen onverantwoord zijn, maar de tent toch altijd blijft draaien?

„Een van onze gevaren is wel de can do-mentaliteit, want we fiksen het tot nu toe toch wel. Ik gebruik de analogie van een voetbalvereniging. We hebben geen stadion meer en we hebben iedereen van het bestuur tot de terreinknecht naar huis gestuurd. Er zijn nog precies elf spelers, dus we kunnen nog een wedstrijd spelen. Maar als het zo doorgaat, moet je de keeper of spits wegbezuinigen.”

De ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken moeten een visie ontwikkelen op ‘de krijgsmacht van de toekomst’. Hoe ziet die er volgens u uit?

„Ik ben niet zo van het schrijven van rapporten. Wat wij bij de landmacht doen is eigenlijk heel simpel: vechten. Niet omdat wij dat zo graag willen, maar omdat we de enige zijn die het kunnen en mogen. Dat eist heel veel van de mensen die het uitvoeren, die met gevaarlijk werk hun leven riskeren.

„Ik hoop maar twee dingen voor de toekomst: dat we een landmacht hebben die gewoon draait. Die er nationaal en internationaal staat. En dat we een bedrijf zijn waarvan ouders zeggen: daar stuur ik mijn zoon of dochter graag heen. De meerwaarde van defensie is niet alleen onze veiligheid, maar ook dat de mensen die bij ons weggaan er beter uitkomen dan ze erin gingen.”