Zesjescultuur is nu eindelijk aan het verdwijnen

Nederland hoort in de topvijf van het onderwijs, vindt staatssecretaris Dekker. „Daar mag u me op afrekenen.”

Sander Dekker (VVD), de nieuwe staatssecretaris van Onderwijs, zegt het zo: „We verdrinken niet meer, maar zijn aan het watertrappen. En dat terwijl andere landen ons met borstcrawl voorbij snellen. We moeten het dus beter doen.”

Jarenlang ging het bergafwaarts met het reken- en leesniveau van Nederlandse basisschoolleerlingen. In de periode tussen 2007 en 2011 lijkt die trend gestopt. Maar in landen als Singapore, Hongkong, Finland en Engeland is het niveau gestegen. Gevolg: Nederland zakt op de ranglijsten.

Hoe beziet u deze cijfers?

„We hebben een periode minder gescoord en dat lijkt nu te stabiliseren. Dat is goed. Maar tegelijkertijd worden we links en rechts ingehaald door andere landen. Dat is zorgelijk.

„Wat wel positief is: Nederland heeft bijna geen zwak presterende leerlingen meer. We zijn wereldkampioen als het erom gaat dat de kwetsbaarste leerlingen niet door het ijs zakken. Hiermee voorkomen we veel problemen, zoals vroegtijdig schoolverlaten en werkloosheid.

„Daar staat tegenover dat we slecht scoren met onze beste leerlingen. Daarvan haalt maar een zeer bescheiden percentage het hoogste niveau. Als je een van de rijkste landen ter wereld bent, dan moet je onderwijs hebben dat uit iedereen het beste haalt, op alle niveaus.”

Goede leerlingen moeten het hebben van hun leerkrachten. Maar die hebben weinig zelfvertrouwen als het gaat om het aanbieden van uitdagende stof aan de meest begaafde kinderen.

„Daarom investeert dit kabinet in het verbeteren van de kwaliteit van de leraar. Leraren moeten door de schoolleiding beter worden begeleid en ze moeten zichzelf constant bijscholen. In 2017 treed het Lerarenregister in werking. Daarin wordt genoteerd of docenten hun vak voldoende bijhouden. In het uiterste geval geldt dat wie dat niet doet niet langer voor de klas kan staan.”

Directeuren zeggen dat zij onvoldoende geld krijgen om hun personeel te scholen. Het moet allemaal tussendoor, omdat er geen geld is om vervangers te betalen, zodat een leraar op cursus kan.

„In veel sectoren is het de normaalste zaak van de wereld dat je je deels in de baas zijn tijd en deels in je eigen tijd bijschoolt. Leraren hebben genoeg vrije dagen en vakanties waarin ze cursussen kunnen volgen. Maar natuurlijk zal die scholing ook onder werktijd plaatsvinden. Daar reserveren we geld voor.”

Als u betere docenten wilt, zou u er ook voor kunnen kiezen ze beter te betalen. Maar de salarissen in het onderwijs staan al twee jaar op de nullijn, en dat blijft de komende twee jaar zo.

„Als je het regeerakkoord leest, zie je dat er zware offers gebracht moeten worden. Het onderwijs blijft voor de bezuinigingen gespaard. We kunnen zelfs investeren op belangrijke punten, zoals de kwaliteit van leraren. Als je dan aan ambtenaren en politieagenten vraagt om te matigen in inkomen, dan kan je dat ook aan leraren vragen.”

Wat verwacht u van leerlingen?

„Er heeft in Nederland lang een zesjescultuur geheerst. Als je hoge cijfers haalde, verdiende je daarmee niet de stoerheidsprijs. Dan was je een nerd. Maar dat is de laatste tijd aan het veranderen. In de tijd dat ik afstudeerde, werd er bij sollicitatiegesprekken alleen gevraagd wat je naast je studie had gedaan. Nu willen werkgevers cijferlijsten zien. Hoge cijfers halen loont dus. Dat besef begint ook door te dringen tot het voortgezet onderwijs. Als je in aanmerking wilt komen voor de beste vervolgopleiding, bijvoorbeeld op een university college, dan zijn je cijfers van belang. Dat zal in de toekomst bij meer studies spelen.”

Het volgende onderzoek naar reken- en leesvaardigheid is over vier jaar. Staat Nederland dan hoger op de ranglijst?

„Ja, daar mag u me op afrekenen.”

Dat is een harde toezegging.

„Inderdaad. We zitten nu in de subtop en dat is niets om je voor te schamen. Maar een land dat zo welvarend is als Nederland, hoort gewoon in de topvijf.

„Daar komen we op onze eigen manier. Lesgeven zoals in Azië werkt hier niet. Wij willen dat onze scholen meer bieden dan alleen stampwerk. Naast lezen, rekenen en natuuronderwijs is ook een brede ontwikkeling – Bildung – van belang. En leerlingen moeten voor zichzelf leren denken en problemen kunnen oplossen. Het gaat erom de juiste mix te vinden.”

    • Bart Funnekotter